Home

Stylist Fred van Leer: ‘Depressie is een eenzame ziekte. Als je naar me kijkt, zie je niets aan me’

Hij presenteert op tv, vergaarde een miljoen Instagram-volgers en speelt theatershows voor uitverkochte zalen. Allemaal remedies tegen zijn depressies, zegt Fred van Leer. ‘Als ik me slecht voel, en de spotlights gaan aan, dan voel ik het niet meer.’

Het boek over Fred van Leer heeft geen happy end. ‘Nee, niet echt hè? Vond je dat teleurstellend? Het is geen sprookjesboek. Ik heb er een hekel aan als mensen zeggen dat het wel goed komt. Het komt niet altijd goed.’

Ogenschijnlijk opgewekt zit Van Leer (48), stylist, tv-persoonlijkheid, RTL-presentator en theatermaker, achter een kop earl grey en een spa blauw op een Rotterdams terras. Lopend op de weg erheen, vanaf zijn huis hooguit een paar honderd meter, heeft hij een story voor Instagram gemaakt, om de aandacht te vestigen op zijn theatertournee, die hij de avond ervoor aankondigde en nu, een halve dag later, al grotendeels is uitverkocht.

Hoeveel hij online ook deelt, in feite laat Fred van Leer maar weinig mensen toe. Vertrouwen is ‘een dingetje’ – over het waarom zullen we het later nog hebben. Het boek Niets is wat het lijkt, dat deze week verschijnt, is geschreven door Conny Schalke, al twintig jaar zijn manager en vertrouweling. Het is opgedragen ‘aan alle mensen die te maken hebben met een depressie’. Daarmee bedoelt Van Leer niet alleen hen die worstelen met een depressie, zoals hijzelf, maar ook hun naasten. Niets is wat het lijkt is zijn eigen verhaal, maar ook zijn dierbaren komen in het boek uitgebreid aan het woord.

Wat mensen die hem kennen van programma’s als Say Yes to the Dress, Drag Race Holland en Make Up Your Mind, leuk aan hem vinden – de flamboyante persoonlijkheid, harde Rotterdamse humor, schreeuwerig-glamoureuze outfits – is niet de hele Fred. Hij is het echt, hij speelt geen rol, maar er is ook een ander deel. ‘En het wordt tijd om daar eerlijk over te zijn. Ik heb geen zin meer om altijd maar te doen alsof het goed met me gaat. Flikker op. Ik heb het jarenlang gedaan hoor, ook op de socials. Ik heb geen voorbeeldfunctie, zo zie ik mezelf helemaal niet. Maar als ik dit soort gevoelens kan normaliseren door er open over te zijn, denk ik dat dat nuttig is. Ik heb een grote achterban. En depressiviteit raakt zoveel mensen. Mijn verhaal, dit boek, is een verhaal zoals er zovelen zijn.’

Pas twee jaar geleden kreeg hij zelf de diagnose. Een opluchting, eindelijk snapte hij alles. ‘Ja joh. Op mijn 46ste. Ik las in 2019 het boek van Isa Hoes over Antonie Kamerling en ik herkende zo ontzettend veel, maar er was niets in mij dat dacht: misschien lijd ik ook aan depressies. De documentaire over producer Avicii maakte een verpletterende indruk op me. Hij heeft alles, maar tegelijkertijd niets. Dat hij, op een trip met andere muzikanten, in zijn auto gaat zitten omdat hij de chitchat tijdens het eten niet aankan, dat heb ik ook. Ik kan niet over lucht praten. Bij mij wisselen somberheid en manische periodes elkaar af. Maar het manische heb ik alleen in mijn werk. Ik ervaar in mijn privéleven nooit een high, maar in het werk kan ik me echt verliezen.’

Het harde werken heeft hij van zijn vader, die zich zijn hele leven ‘de tyfus’ werkte als staaldraadsplitser op grote schepen. ‘Toen hij 65 was en mocht stoppen, wilde hij op reis naar Australië. Maar hij kreeg MS en belandde in een rolstoel. Mijn vader is een stoere man, die alles zelf wilde doen, dus dat viel hem zwaar. Hij is nu 80 en zit in een tehuis, omdat mijn moeder zelf ziek werd en niet meer voor hem kon zorgen.’ Zijn moeder deed het huishouden en werkte in de drukkerij van een oom.

Van Leer kan zich niet heugen dat hij níet depressief was, als kind al voelde hij zich altijd alleen. ‘Ik heb fantastische ouders, maar er werd niet over gevoelens gesproken. Ik was een druk jongetje, ik heb vast ook ADHD en het zou me niet verbazen als ik ook op het autistische spectrum zit. Slapen was moeilijk. Ik zong mezelf elke nacht in slaap. Er staat een paard in de gang, heel hard, en dan heen en weer draaien met mijn hoofd op het kussen.

‘Op school werd ik gepest, omdat ik dik was en homo, al wist ik dat laatste zelf nog niet. Andere kinderen voelen dat je anders bent. Ik had nooit vrienden, wat ik niet erg vond, want ik speelde graag in mijn eentje met Playmobil en Lego. Vrienden maken kwam niet bij me op. Op de camping in Zeeland stuurden mijn ouders me weg: ga eens vrienden zoeken. Ik kwam terug met een paar kinderen met downsyndroom. Bij hen voelde ik me veilig en fijn, zij hadden geen oordeel.’

Ik las in het boek dat je niet graag meer in je geboorteplaats Alblasserdam komt.

‘Het benauwt me. Door het pesten misschien. Het is een dorp, ik paste er niet. We woonden in een galerijflat, maar ik noemde het een appartementencomplex. Ik maakte alles altijd mooier dan het was. Vanuit de flat kon ik de Euromast zien. In Rotterdam gebeurt het, dacht ik, daar wilde ik heen. Toen ik er voor het eerst uitging in een club, het Maastheater, was dat een eyeopener. Zie je, er zijn er meer zoals ik. Ted Langenbach, de oprichter van de Now&Wow, wat een legendarische club was, zag me dansen en ontfermde zich over mij. Hij was de eerste persoon die in me geloofde.’

Wat zei hij tegen je?

‘Ik was twee keer in de club geweest, hij had me zien dansen op het podium, ik zag er gek uit, en hij nam me in dienst. Ik bedacht concepten, boekte dansers en was later ook doorbitch. Ik vond het heerlijk. Ik droeg zilveren broeken, korte topjes, alles van de Mac & Maggie. Mijn haar draaide ik in punten, van die spikes, met gel erin. Schat, ik zag d’r uit! Vroeger op school ook al, hoor. Ik droeg cowboylaarzen met een hakje.

‘Op m’n 13de ben ik gaan werken bij Hotel Van der Valk om het allemaal te kunnen betalen. Mijn ouders konden het niet plaatsen. Ze zeiden altijd ‘doe nou maar normaal’, maar lieten me vrij om dat niet te doen. Met mijn coming-out heb ik gewacht tot ik een vriend had, toen heb ik tegen ze gezegd: ‘Ik heb een vriend.’ Dat vond ik makkelijker dan zeggen: ‘Ik ben homo.’ Ze wisten het natuurlijk al. Mijn vader zei: ‘Ik zie toch hoe je loopt.’ Ze hebben er twee weken aan moeten wennen, daarna was het helemaal oké. Mijn vriend was welkom.’

Hoe was het om te kunnen bepalen wie er wel en niet de hipste club van Rotterdam binnenkwam?

‘Heel leuk. Ik was jong, en het is een machtige positie. Er zijn mensen geweest die me grote bedragen boden om ze voor te laten, maar dat deed ik niet. Ook die mensen weigerde ik: ‘Sorry, helaas niet gepast voor vanavond.’ Dat zei ik tegen mensen die er niet in kwamen. Ted Langenbach wilde geen vrouwen met dunne wenkbrauwen, geen streepjesoverhemden en geen corpsballen. Ik was iets minder strikt met die regeltjes, want de club moest wel vol. In een perfecte club is de hele maatschappij aanwezig. Leuke meiden, leuke gasten, homo’s, lesbiennes, penoze, hoeren, alles. Nou, vanuit daar leerde ik allemaal bekende mensen kennen, en zo ben ik de styling ingerold.’

Je zegt zelf in het boek: ‘Ik ben niet de allerbeste stylist die er is.’

‘Maar ik ben goed met mensen. Ik heb er gevoel voor, kan mensen mooier maken. Ik ben niet bezig met trends. Stylisten die voor Vogue werkten, keken altijd op mij neer omdat ik voor Beau Monde bekende Nederlanders kleedde. Nou, schat, mijn kacheltje rookte, en het rookte goed.’

Vanuit zijn werk als stylist rolde Fred van Leer de televisiewereld in, hij presenteerde, vergaarde een miljoen Instagramvolgers en maakte een succesvolle theatershow die hij speelde voor uitverkochte zalen met, zoals hij ze liefkozend noemt, ‘Ria’s en Gerda’s’, die hij inzichtelijke stylingtips aan de hand doet: ‘Dat het past, betekent nog niet dat het je maat is’, is een van zijn wijsheden. Hij is de eerste artiest ‘die niet kan dansen en zingen’ en toch Ahoy meermaals uitverkocht. Zijn nieuwe theatershow Ik weet het eigenlijk niet wordt serieuzer. Er zal genoeg te lachen zijn, maar zijn chronische depressie komt ook aan bod.

Een paar jaar geleden zag hij een filmpje dat veel inzichtelijk maakte. Daarin wordt depressie verbeeld als een enorme zwarte hond die je overal achtervolgt. Het filmpje gaat over schaamte en stigma, over de angst dat mensen erachter komen, het alles op alles zetten om te verbergen dat je depressief bent. ‘Dat filmpje is depressie in jip-en-janneketaal. Ik zat achterin de auto toen ik het zag. Echt, het gutste over mijn wangen, omdat alles over mij ging. En misschien ook omdat ik dacht: zie je, ik kan er niets aan doen. Depressie is een eenzame ziekte, soms moeilijk uit te leggen. Als je naar me kijkt, zie je niets aan me. Fred, dat betekent lachen. Ik kan het hoogste woord hebben, een dansje doen, het lijkt alsof alles fantastisch is, maar ik ga naar huis en ik denk: sterf allemaal maar, en ik ga op bed liggen met de gordijnen dicht.’

In de 48 jaar dat hij leeft, heeft hij het vaak genoeg geprobeerd: afspreken met een grote groep, naar feesten of festivals omdat hij dacht dat dat hoorde. ‘Iedereen vindt dit leuk, waarom ik niet? Dus ik deed maar alsof ik het leuk vond. Ik heb een hekel aan mooi weer, omdat dan iedereen op het terras zit, en dan is het contrast zo groot. Dan word ik met mijn neus op de feiten gedrukt.

‘Door het doen alsof wist ik op zeker moment niet meer wie ik was. Ik was eigenlijk alleen nog maar mijn werk, ik was Fred van Leer, een personage. Maar wie is Fred? Wat wil Fred? Ik had geen idee. Mijn succes en dat harde werken hebben mijn leven leuker gemaakt, maar ik kon daardoor ook mijn kop in het zand steken. Ik heb lang gedacht dat succes hetzelfde was als geluk. Dat was de enige pijler in mijn leven: succes. Als ik het boek teruglees, besef ik dat ik nooit van mijn successen heb genoten. Ik heb nooit van één high genoten. En ik heb veel te laat hulp gezocht.’

‘In de eerste sessie van anderhalf uur heb ik meer geleerd dan in de vierenveertig jaar daarvoor’, zeg je in het boek over de coach die je hebt.

‘Een belangrijk inzicht was het gebrek aan zelfliefde. Dat is een groot stuk bij mij. Als je geen zelfliefde voelt, kun je geen liefde ontvangen. Ik heb me in mijn jeugd niet veilig gevoeld, nooit over gevoelens kunnen praten, alles altijd weggestopt. Ik was teruggeworpen op mezelf. Nog steeds vraag ik niet graag om hulp. Ook met 42 graden koorts of een gebroken poot sta ik zelf bij de Albert Heijn. Ik weet dat ik iedereen kan bellen, maar ik doe het liever zelf.’

Wat heb je sinds de diagnose geprobeerd om van je depressie af te komen?

‘Schat, ik heb alles geprobeerd, trajecten met psychologen en psychiaters, magic mushrooms, een halfjaar microdosing. Iemand raadde me een arts in Brussel aan naar wie ik toe moest om poep in te leveren, daar wordt dan in geroerd en vijf maanden en vijftienduizend euro later krijg je te horen dat je geen frambozen mag eten. Tsja. Laat maar. Mijn coach kan ik altijd bellen, maar met de wekelijkse gesprekken ben ik klaar. Als ik het erover moet hebben, ben ik de rest van die dag naar de getver. En ik wil ook niet meer aan de antidepressiva, want daarvan word ik monotoon, en dat kan ik in m’n werk niet gebruiken. Ik ben uitbehandeld. Mijn chauffeur Sander zei: ‘Fred, dit is wie jij bent, accepteer dat.’ Wat helpt, is elke dag een rondje lopen.’

Een rondje van vijfentwintigduizend stappen per dag.

‘Ja. Geen rondje, een rond. En altijd exact hetzelfde rond, anders krijg ik buikpijn. Ik loop stevig door, dus ik doe er denk ik anderhalf uur over. Ik kom altijd lichter terug. Na twintig minuten lopen kom ik langs de Euromast, op exact dat punt lijkt het alsof de dingen luchtiger worden.’

Heb je je geschaamd voor je depressie?

‘Heel erg. Want hoe kan het dat Fred, die altijd iedereen aan het lachen maakt en zoveel succes heeft, depressief is? Ik heb geprobeerd het te verbergen. Maar het is alsof je een grote strandbal onder water houdt: dat kun je een tijd volhouden, maar als je hem een keer laat glippen, vliegt hij zo de lucht in. Dat is wat er is gebeurd.’

Wat betekent het om depressief te zijn?

‘Het slokt alles op en neemt alles over. Vandaag is er van alles aan de hand, gelukkig, zoals dit interview, maar als ik een dag niets heb, komt het voor dat ik om half zeven wakker word en om kwart voor zeven al weet: dit wordt niks. Dat overvalt me, maar ik weet dat ik die dag eigenlijk weg kan gooien. Een zwaar en ongelooflijk verdrietig gevoel, alsof er een deken over je heen ligt. Ik kan dan alleen maar huilen.

‘Er is geen vinger op te leggen waardoor het komt. Soms zijn er triggers. Dat kunnen mannen zijn, iets in een vriendschap, een stom berichtje. Maar vaak is er geen aanleiding. Soms geef ik me eraan over, blijf ik in bed met de gordijnen dicht. Als ik moet werken kan dat niet. Dan is het: hup, gaan! Maar een afspraak met vrienden laat ik schieten. Ik ben rijk met de vrienden die ik heb, maar ik bel ze niet als het slecht met me gaat en ik neem de telefoon ook niet meer op.’

Als hij minder werk heeft, gaat het slechter. En de afgelopen tweeënhalf jaar was dat zo, in zijn beleving. ‘Nu ga ik weer all the way, met een boek, een theatershow, een nieuw seizoen van Say Yes to the Dress, ik doe een podcast met Richard Groenendijk. Heerlijk. Héééérlijk. Ik ga daar zo goed op. Het is de enige manier, ik moet continu aan het werk zijn, acht dagen in de week. Dan gaat het ook beter met mijn sociale leven, dan heb ik zin om iedereen te zien. Als ik te weinig te doen heb, ga ik voelen, ga ik denken, dan gaat het mis.’

Je zegt in het boek: ‘Ik kan een lachkick creëren die er niet is. Ik kan buiten mijzelf om gaan, dat is eigenlijk ongezond. Ik heb een potje geluk, dit is geen echt geluk, maar namaakgeluk. Dát potje, daar kan ik altijd op rekenen.’

‘Als ik me slecht voel, en de spotlights gaan aan, dan voel ik het niet meer. Als ik een hele dag heb gehuild, en ik moet foto’s of een instastory maken voor een samenwerking met een merk, waarvoor is betaald, dan kan ik daar niet met een sip gezicht opdagen. Dan zet ik mezelf open, dan doe ik een sprankeltje in mijn blik, en ga ik ervoor. En dan reageren mensen: o, wat fijn om je zo te zien genieten! Dat kan ik aanzetten. Als ik het theater in ga terwijl ik me slecht voel, presteer ik juist nog beter dan anders. Dan pak ik een extra potje erbij. Maar daarna ben ik gesloopt.’

Is het werk een vlucht?

‘Ja, natuurlijk. Maar het hoort ook bij me. Ik heb het in me om elke dag te knallen, dat lukte altijd, tot ik in 2022 tegen een muur opliep. Ik had Ahoy gedaan, dat was een enorme piek, maar de downfall daarna was bizar. Het ging niet goed met mijn moeder, ik kreeg een terugval. Een nieuwe theatershow maken lukte niet. Ik zat de hele tijd tegen de ondergrens aan, het was alleen maar low. Shit, dacht ik, nu gaat het mijn werk raken. Ik ben heel onzeker, maar nooit over mijn werk. En toen werd ik daar óók onzeker over. Dat je denkt: doe ik er straks nog toe? Ik was heel zenuwachtig toen ik gisteravond mijn nieuwe theatershow aankondigde. Je weet nooit of je weer kaarten gaat verkopen. De vorige tour was binnen drie uur uitverkocht. Dus ik bel na drie uur naar Conny. ‘Wat is dit? Waarom zijn we niet uitverkocht?’ Terwijl iedereen euforisch is omdat het zo fantastisch loopt.’

Jij denkt alleen maar: na drie uur nog steeds niet uitverkocht.

‘Ik vind het pas weer leuk als het is uitverkocht. Hopelijk krijg ik vanmiddag het telefoontje.’

Hoe werd je vanochtend wakker?

‘Je mag best weten, toen ik wakker werd, heb ik mezelf toegesproken: kom op, Fred, een heleboel theaters zijn uitverkocht, je gaat straks hopelijk een leuk interview hebben, je hebt het goed voor elkaar. Er zijn ook mensen die om vier uur zijn opgestaan om een straat te betegelen. Dat is het nare van een depressie: je weet wat je allemaal hebt, hoe gelukkig je zou moeten zijn, en tóch voel je je kut. Ik vind het ook moeilijk om de dingen te delen waar ik blij mee ben, met vrienden. Dan neem ik vaak de rol van ‘de zure’ aan. Die harde humor is mijn uitlaatklep. Maar de mooie dingen wuif ik in gezelschap soms weg. Ook dat is eenzaam. Als ik me kut voel is het behelpen, maar in mijn successen kan ik me soms net zo alleen voelen.’

Moet het boek ook op 1 binnenkomen in de bestsellerlijst?

‘Eigenlijk wel. En eerlijk gezegd: we hebben al zoveel verkocht aan pre-orders, dat je dat bijna al kunt voorspellen. Ik heb in achtduizend boeken mijn handtekening gezet, en die zijn allemaal verkocht.’

Je bent nogal obsessief in alles. In het werk, maar ook als je je op een hobby stort, zoals Lego.

‘Ik begon met de Taj Mahal, tijdens corona, daar postte ik filmpjes over. Ik sloeg helemaal door, ik had bloedende vingers en kon bijna niet meer lopen van de pijn in mijn rug. Ik begon om acht uur ’s ochtends en ging de hele dag door. Ik denk dat ik wel zestig van die grote objecten heb gebouwd, en dat zijn legosets voor volwassenen, met soms tienduizend stukjes. De Eiffeltoren is anderhalve meter hoog. Een hel om te maken, want alles is grijs.’

Het succes heeft je niet altijd een leuker mens gemaakt, vertellen mensen in het boek. Je manager Conny Schalke zegt: ‘Iedereen deed alles om het hem naar de zin te maken, want een programma mocht niet in gevaar komen. Hij werd op zijn wenken bediend. Het is maar de vraag of dat goed is voor de persoon in kwestie, die daardoor steeds meer de grenzen gaat opzoeken.’

‘Ik beleef dat wel anders. Ik ben me ervan bewust dat ik op een gegeven moment een beetje ging fladderen, dat klopt. Maar ik vind mezelf juist makkelijk om mee te werken, ik zeg het als ik iets goed vind, maar ook als ik iets slecht vind. Ik ben duidelijk. Toen ik net begon als presentator van Say Yes to the Dress dachten mensen dat ik een soort trekpop was die alleen de boel aan elkaar praat, maar ik bemoei me overal mee. Als ik merk dat iemand tachtig procent geeft in plaats van honderd, raak ik geïrriteerd.’

Je chauffeur Sander vertelt hoe dwingend je kon zijn. ‘Dan kreeg ik om elf uur een appje: ‘Ik wil over een uur naar het strand, heb je een auto? O, en dat is trouwens geen vraag.’’

‘Kijk, ik heb het bewust in het boek laten staan, maar het is een opmerking van mij waarin ook humor zit. Sander zei zelf altijd ‘ja’, hij had ook vaker nee kunnen zeggen. Op een gegeven moment was hij heel kwaad op me, omdat hij vond dat hij te weinig verdiende. Zeg het tegen iemand die het wél wat kan schelen. Jij stuurt die rekening, ik betaal hem. Of nou, Conny betaalt hem. Als jij die rekening hoger maakt, betaal ik hem óók. Het zal me een worst zijn.’

Sander zegt ook: ‘Fred woont alleen en bepaalt daardoor alles zelf. Er is geen persoon thuis die hem liefde of een schop onder zijn kont geeft. Of hem corrigeert omdat het een keer niet om hem draait.’

‘Sander denkt dat dat me gaat opbreken, maar ik zie dat anders. Ik krijg vaak de vraag: waarom ben jij nog alleen? Omdat ik dat zélf wil. En ik val altijd op onbereikbare mannen. Lekker makkelijk. Als je zoekt naar iemand met heel veel red flags, hoef je er nooit aan te beginnen. Ik heb lang een pruttelende liefde gehad, soms was dat fijn, maar heel vaak ook niet. Hij woont nu in Canada. Misschien ga ik daar nog een keer walvissen spotten. Nee, grapje.’

Je vriendschap met je beste vriend Michael is eigenlijk meer dan dat, zei hij.

‘Michael is al bijna twintig jaar mijn levenspartner. Seksuele spanning is er nooit tussen ons geweest, maar we doen verder alles met elkaar, bellen elke dag, gaan altijd samen op vakantie. Hij was 19 toen we elkaar leerden kennen, ik ben tien jaar ouder. Hij studeerde criminologie en werkt nu in finance, totaal niet mijn wereld, maar het werkt tussen ons. We zijn alleen niet intiem met elkaar, voor seks heb ik andere adresjes. Ik heb een vol, compleet leven, ik heb alleen geen man die zappend op de bank op me zit te wachten. Wat Michael en ik overigens ook allebei niet zouden willen. Michael zegt: we zijn samen alleen. Dat klopt. Het is een contract voor het leven.’

Het maken van het boek, een proces dat tien maanden duurde, was zwaar, zegt Van Leer. ‘Het waren heftige maanden, kan ik je vertellen, waarin ik al niet lekker in mijn vel zat. Je peurt alles weer open, ik moest er elke een dag van bijkomen.’ Niet alleen zijn pestverleden kwam aan bod, ook recentere dieptepunten. Het uitlekken, inmiddels bijna vijf jaar geleden, van een intiem filmpje, zoals het in het boek wordt genoemd. Een filmpje dat door talloze mensen werd bekeken en doorgestuurd. Het kwam niet uit het niets, zegt manager en vertrouweling Schalke in Niets is wat het lijkt, het had een aanloop, het gebeurde in een periode dat hij onbereikbaar voor haar was.

Van Leer: ‘Ik trok me weer eens terug. Het was corona en ik was begonnen met blowen, wat ik heerlijk vond. Door te blowen kon ik eindelijk mijn hoofd uitzetten. Inmiddels ben ik er gelukkig weer mee gestopt. Misschien heeft Conny gelijk, het had een aanloop. Het gebeurde op een moment dat het slecht met me ging.’

Waar was je het meest bang voor na het uitlekken?

‘Voor mijn carrière, ik dacht: het is klaar. Ik ga ander werk zoeken. Dat was de grote angst. Want het werk is wie ik ben. Natuurlijk ben ik ook een zoon, en een vriend, natuurlijk vond ik het ook erg dat mijn familie het zou zien. Maar het eerste wat ik dacht was: oh my god, mijn samenwerkingen, iedereen trekt zijn handen van me af.’

Vrienden kwamen bij toerbeurt bij hem in huis om een oogje in het zeil te houden. Vriend Michael pakte zijn telefoon af, zodat hij de berichtjes niet zou zien. Toch ging het mis. ‘Ik heb gewoon alle pillen gepakt die ik had. Michael was bij me thuis, hij had het meteen door en heeft de ambulance gebeld, en toen moest ik dus door de brandweer uit huis worden getakeld, omdat de brancard niet door het trappenhuis paste.’ De foto’s van de takelwagen, gemaakt door buren of voorbijgangers, werden doorgestuurd aan showbizzprogramma’s, Van Leer werd zelfs doodverklaard. Enkele weken later, toen hij weer thuis was, werd hij het slachtoffer van een gewelddadige overval. Het adres was makkelijk te achterhalen geweest voor iedereen die de beelden van de takelwagen had gezien. Van Leer schopte de overvallers, verkleed als bezorgers van PostNL, eigenhandig van de trap, en raakte daarbij zelf lichtgewond.

Inmiddels was de hashtag #teamfred trending op sociale media. De massale veroordeling, waar Van Leer bang voor was, bleef uit. ‘Het hele land stond voor me op, zo voelde dat. Ik had dat nooit verwacht. Terwijl ik natuurlijk nooit iets verkeerd heb gedaan. Ik heb niemand bedrogen, deed niets strafbaars.’

Heb je het filmpje zelf ooit teruggezien?

‘Ik ben gaan zoeken. Het was overal weggehaald, maar het is mij gelukt om het ergens op internet te vinden, en toen heb ik het minstens twintig keer achter elkaar gekeken. Walgelijk. Maar ik dacht: ik kijk net zo lang tot ik het saai ga vinden. Er moest eelt op komen. Het heeft tot gevolg gehad dat ik niemand meer vertrouw, alleen mijn vrienden. Ik nodig niemand meer bij me thuis uit. Een onenightstand zit er niet meer in, dat durf ik niet meer. Ik ga ook niet op datingapps.’

De hoeveelheid aan lichamelijke pech die je hebt gehad is ook niet normaal.

‘Never a dull moment! Als ik op vakantie ga met Michael gaat er eigenlijk altijd op de tweede dag iets mis. Hyperventilatie, een allergische reactie op een bepaalde vis die ik heb gegeten waardoor ik midden in de nacht naar het ziekenhuis moet, een gebroken teen. Maar thuis heb ik ook van alles gehad, hoor. Ik heb tinnitus, maar daar praat ik weinig over, omdat ik anders weer een miljoen tips krijg over hoe ik er vanaf kom, die allemaal niet werken. Ik lijd aan slapeloosheid, verergerd door de tinnitus. Ik heb een vleesetende bacterie in m’n schouder gehad. Een darmperforatie. Iemand deed een keer net z’n autoportier open terwijl ik langsfietste, ik ging over de kop en lag languit op de Nieuwe Binnenweg. Wéér met de ambulance. Het is bijna lachwekkend. Misschien heb ik met andere dingen gewoon te veel geluk gehad. Ik heb bijvoorbeeld fantastische kuiten. Ik stond vooraan bij het kuiten uitzoeken, maar voor de rest moet ik achteraan staan.’

Conny Schalke dacht dat het maken van het boek iets zou oplossen. Hoopte jij dat ook?

‘Ik dacht: weet je wat, misschien is het goede therapie, want alle laatjes gingen open. Ik hoopte dat ik met dit boek alles van me af zou praten, in die sessies met Conny. En dat is niet gebeurd.’

In het boek zegt je vriend Jonatan: ‘De grote vraag blijft: wint Fred het ooit van zijn depressie?’ Is dat voor jou ook de grote vraag?

‘Nee. De depressie zal er altijd zijn. De sleutel is eerder dat ik dat moet leren accepteren. Er niet altijd tegen moet vechten.’

Michael zegt dat hij zich nog steeds zorgen om je maakt.

‘Dat vind ik vervelend, natuurlijk, en ik weet dat het zo is, maar ik kan er niet zoveel mee. De dingen die Michael zegt in het boek waren soms pijnlijk om te lezen. Over hoe kwaad hij op me is geweest, in de tijd dat ik mijn zelfmoordpoging deed. Omdat hij erbij was. Ik had daar nooit bij stilgestaan. Een depressie maakt egoïstisch. Je zit zo vast in je eigen ellende, dat je geen oog meer hebt voor de ellende van een ander. En Michael is geen prater.’

‘Ik maak soms grove grappen, ook over de dood. Over er niet meer zijn, over dat dat ook wel lekker zou zijn. Daar kan Michael niet tegen. Dat vindt hij moeilijk. Het is een trauma voor hem geweest, die poging. Ik heb meer vrienden die zich zorgen maken. Ik zeg dan: als ik morgen weg ben, weet dan dat het goed is geweest. Hoe raar dat ook klinkt. Ik flirt af en toe met de dood. Misschien levert dat weerstand op, omdat mensen het niet begrijpen, maar ik heb er vrede mee dat ik ben zoals ik ben.’

Hoe kijk je naar de toekomst?

‘Zo ver kijk ik niet vooruit. Afgelopen jaar was heftig, toen heb ik vaak gedacht: het is goed als ik er niet meer ben. Maar ik wil niet dat het morgen ophoudt, want ik ga weer de theaters in, ik ga weer tv doen. Ik heb weer een purpose.’

En die purpose is werk.

‘Ik ben mijn werk.’

CV Fred van Leer

18 september 1976 Geboren in Alblasserdam
1996 Opleiding consumptieve technieken
1997-2006 Werkt met Ted Langenbach bij diens Bimbo Complex-clubavonden en als stylist en host bij Now & Wow
2009-2011 Stylist voor televisieprogramma Dames in de dop
2011-2016 Coach Holland’s Next Top Model
2018-2022 Theatershow Leer van Fred
2018 Presentator Say Yes to the Dress
2020-2021 Presentator Drag Race Holland
2021-heden Panellid Make Up Your Mind
2022-2024 Fred & Friends in Ahoy
2025 Podcast Fred en Ries met Richard Groenendijk
2025 Boek Niets is wat het lijkt
2025 Theatershow Ik weet het eigenlijk ook niet
2025 Nieuw seizoen Say Yes to the Dress

Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0800-0113 of 113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op www.113.nl.

Met dank aan: Gaestudio, Rotterdam. Visagie: Florine Koenen
Styling: Rachel Miller

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next