Het is tien jaar geleden dat Angela Merkel de woorden wir schaffen das uitsprak. Achteraf blijkt dat niet het begin van, maar een eind aan de Duitse Wilkommenskultur. Pastoor Stephan Reichel blijft zich echter onverminderd inzetten voor het zogeheten kerkasiel.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant en was tussen 2015 en 2021 Duitsland-correspondent.
Op een maandagmorgen eind augustus werd Stephan Reichel (72) tevreden wakker. Hij dacht aan de twee Afghaanse vluchtelingen voor wie hij opvang had geregeld in de abdij van het Beierse stadje Ottobeuren, nét voordat de Duitse immigratiedienst ze kon uitzetten naar Bulgarije, het eerste EU-land dat ze tijdens hun vlucht hadden bereikt. ‘Dat klooster’, zegt Reichel gniffelend, ‘is gigantisch en heel erg barok. Ik ben benieuwd wat die Afghanen dachten toen ze aankwamen. Misschien schrokken ze wel. Maar ze zijn er wel veilig.’
De lange man, met een dot wit pluishaar en op het puntje van zijn neus geschoven bril, coördineert in de Zuid-Duitse deelstaat het zogeheten kerkasiel. Dat is een eeuwenoude en oerchristelijke traditie waarin kerken en kloosters fungeren als ambassades van barmhartigheid: wie zich daar verschuilt is veilig voor de wetten en dienaren van de staatsmacht. De politie in Duitsland valt, of viel in elk geval tot voor kort, geen christelijke godshuizen binnen.
Reichel ontvangt in de keurige Conditorei Kreutzkamm in het centrum van München. Wie tijd met hem doorbrengt, ziet een menselijke instantie aan het werk. Voor een zeventiger onderhoudt hij een nogal symbiotische relatie met zijn telefoon, waarmee hij contact onderhoudt met een indrukwekkend netwerk van geestelijken en (ex-)asielzoekers, maar ook hulpverleners, tolken, Beierse politici en journalisten.
In ruim tien jaar tijd heeft Reichel zo’n 2.500 mensen via de kerk ‘gered van uitzetting’. Het klinkt niet als zelfbewieroking. Wel spreekt er een tevredenheid uit zijn woorden, zowel de tevredenheid van een succesvolle manager als die van een onverdroten activist, wiens motor draait op afkeer van de ‘onchristelijke’ asielpolitiek van Friedrich Merz en de Beierse leider Markus Söder. Reichel hekelt met name het terugsturen van mensen naar in zijn ogen onveilige landen van herkomst, of EU-landen zoals Bulgarije, waar migranten notoir slecht worden behandeld.
Tien jaar. Zo lang is het deze week geleden dat Angela Merkel de woorden sprak die haar zestien jaar durende kanselierschap zouden definiëren, woorden die tot op de dag van vandaag nagalmen in politieke debatten en verhoudingen, in bevolkingsstatistieken en in het straatbeeld: wir schaffen das.
Het lukt ons wel. Merkel zei het tijdens haar zomerpersconferentie op 31 augustus 2015, in antwoord op een vraag over het groeiende aantal vluchtelingen dat in Duitsland asiel aanvroeg. ‘Ons is al zo veel gelukt, het lukt ons wel.’ Ze bedoelde het als geruststelling, houdt de oud-kanselier tot op de dag van vandaag vol. Journalisten interpreteerden haar woorden echter als opdracht aan de Duitsers. Politieke tegenstanders zagen er een poging in om de verantwoordelijkheid van een door haar genomen beslissing op de bevolking af te schuiven.
Hoe Merkel het ook bedoelde, Reichel brengt wir schaffen das dagelijks in de praktijk. Beroerte noch hartaanval was voor hem aanleiding om het rustiger aan te doen. De Volkskrant heeft geluk dat hij even tijd heeft, tussen een korte wandelvakantie en zijn volgende missie: kerkbestuurders in de naburige deelstaat Saksen overtuigen van de noodzaak asiel te verlenen. Saksen, dat is toch het hartland van de extreemrechtse AfD? ‘Ook, maar het zal u verbazen hoeveel behulpzame mensen daar wonen.’
Met de steeds strengere asielpolitiek en het oplopende aantal uitzettingen stijgt ook het aantal vluchtelingen dat wordt opgevangen in de kerk. In de loop van 2022 zaten er in heel Duitsland 1.246 mensen in kerkasiel. In 2024 waren dat er 2.386, bijna twee keer zo veel. Overigens zetten lang niet alle kerken hun deuren open voor vluchtelingen, om zowel praktische als ideologische redenen. In Beieren zijn meer dan zevenduizend christelijke godshuizen, waarvan er tweehonderd kerkasiel verlenen.
Reichel bestelt lunch – een bretzel met boter en een aperol spritz – en laat zich tien jaar terugzakken in de tijd. ‘Die Willkommenskultur heeft echt bestaan’, zegt hij. Hij kwam er destijds toevallig in terecht, op de terugweg van een wandelvakantie in Oostenrijk. Het stationnetje waar hij moest overstappen, bleek volledig overlopen door vluchtelingen. Reichel imiteert overtuigend het diep Beierse accent van de conducteur waarin o’s en a’s worden uitgesmeerd als zachte boter. ‘Heulemooaal uit Ooaafrika?’ Nee, dan hoefden ze natuurlijk geen kaartje te kopen.
Reichel is zelf geen geestelijke. In zijn vorige leven was hij zelfs eerder het tegenovergestelde: een verzekeringsagent voor het internationale bedrijfsleven, meer thuis in Chinese miljoenensteden dan op het Beierse platteland, een workaholic, toen ook al. Na zijn vervroegde pensioen in 2014 kon hij niet stilzitten en begon hij een Afghaanse familie te helpen die in kerkasiel zat in de Immanuelkerk in München.
Raar dat niemand dat kerkasiel centraal regelde, vond hij. Een paar weken later was Reichel zelf coördinator, eerst namens de protestantse kerk, later via een speciaal met dit doel opgerichte stichting. In die tijd werkte de immigratiedienst nauw met de kerken samen. Uitgeprocedeerde asielzoekers die door de kerk werden beschermd, kregen van de instantie officieel een tweede kans. Hun dossier werd opnieuw in behandeling genomen, waarna in de meeste gevallen toch asiel werd verleend.
Reichel bespeurde de omslag in de stemming tegenover vluchtelingen na de jaarwisseling van 2015 naar 2016, toen de ‘massale aanrandingen’ door migranten op het stationsplein van Keulen het nieuws beheersten. De massaliteit van het gebeurde wordt inmiddels door verschillende onderzoeken in twijfel getrokken, maar destijds bevestigde het nieuws de bange gevoelens van velen.
‘Ik hield hier bij Kreutzkamm een soort spreekuur met vluchtelingen, en andere klanten luisterden mee en schudden hun hoofd bij de vreselijke gebeurtenissen die mensen hadden meegemaakt.’ Maar na die nieuwjaarsnacht vroeg de eigenaar hem alsjeblieft een andere locatie te kiezen voor zijn gesprekken; mensen hadden geklaagd over ‘buitenlanders die zo luid spraken’.
Toen de verwelkomingscultuur binnen een half jaar was omgeslagen in een ‘vluchtelingencrisis’, beëindigde de immigratiedienst de samenwerking met de kerken. Een probleem voor helpers zoals Reichel, want zonder heroverweging door de immigratiedienst zou kerkasiel slechts uitstel van de executie zijn.
Daarop verzonnen de kerken een list. De in Dublin gemaakte Europese asielafspraken schrijven voor dat een afgewezen asielzoeker binnen een half jaar moet worden uitgezet naar het land waar hij de EU is binnengekomen. Gebeurt dit niet, dan is het land waar de vluchteling verblijft alsnog verplicht de asielprocedure te starten. Dus wie zich in een kerk verstopt tot de deadline is verstreken, is daarna voorlopig gevrijwaard van uitzetting.
Tenminste, dat was tot voor kort zo. De afgelopen twee jaar gaven immigratiediensten in verschillende Duitse deelstaten de politie wél opdracht om kerkgebouwen te bestormen waarin zich vluchtelingen verscholen. Reichel ziet het als gevolg van het politieke klimaat. Opvallend genoeg gebeurt dat hier in Beieren nog niet. Volgens Reichel ligt dat aan de Beierse binnenlandminister Joachim Herrmann, een van de weinige CSU’ers over wie hij min of meer lovend spreekt. Wel een ‘geloofwaardige christen’, volgens hem. Net als Angela Merkel, overigens.
Hoe komt het toch dat de aanvankelijke vluchtelingeneuforie zo snel omsloeg in haar tegendeel? Reichel wijt het vooral aan de politieke uitventerij van de angst voor ‘vreemden’, voor welvaartsverlies en controle over de situatie die er vanaf het begin is geweest. Door de AfD, maar ook door delen van de CDU/CSU.
Tien jaar na wir schaffen das is de harde migratie- en asielkoers gemeengoed in het hele politieke midden. Reichel vindt dat de huidige en de vorige Duitse regering hun ogen sluiten en hebben gesloten voor de situatie aan de Europese buitengrenzen, de pushbacks en de volgens hem onmenselijke omgang met asielzoekers in landen als Bulgarije. Daarom is hij ook tegen het Europese Asiel- en Migratiepact, dat dit soort toestanden volgens hem legitimeert. ‘Ik was een tijdje lid van de Groenen, maar ben daar opgestapt toen de vorige regering meeging in het migratiepact. Die partij is ook veel te glad geworden.’ Toen hij het afgelopen weekend, net als tien jaar geleden, terugkeerde van vakantie in Oostenrijk, zag hij grenscontroles in plaats van behulpzame controleurs. ‘Symboolpolitiek.’
In terugblikken in Duitse media wordt Merkels wir schaffen das vooral neergezet als beginpunt van de politieke ‘ruk naar rechts’, en als oorzaak van de dodelijke aanslagen door (vaak uitgeprocedeerde) asielzoekers met psychische problemen, zoals het afgelopen jaar in Solingen, Mannheim en Aschaffenburg.
Voor Reichel is dat slechts de halve waarheid, die geen recht doet aan de voorzichtig positieve tendensen die zichtbaar worden in statistieken over onder andere arbeidsparticipatie en onderwijs. Maar vooral negeert deze sombere lezing in zijn ogen de enorme prestatie die honderdduizenden migranten en hun helpers het afgelopen decennium hebben geleverd.
In tien jaar spaarde Reichel honderden kleine, hartverwarmende succesverhalen bij elkaar: vergrijsde dorpen waar weer kinderen worden geboren, lokale ondernemers die eindelijk weer personeel vinden. En ja, ook opbloeiende liefde tussen asielzoekers en hun helpers. Met een grijns: ‘Ik ken ook kerken die om deze reden hun deelname aan het kerkasiel hebben stopgezet.’
Maar het liefst vertelt Reichel over ‘zijn pleegzonen’, drie jonge mannen die als onbegeleide minderjarigen naar Duitsland kwamen: de Syrische Rafaat, die een leven heeft opgebouwd in het Saksische Hoyerswerda, een stad die berucht is om zijn extreemrechtse scene. Of Alpha uit Sierra Leone, die bakker is geworden in een dorp onder de rook van München. En natuurlijk Mohammed uit Afghanistan, die hij graag aan de Volkskrant had voorgesteld. Helaas liet diens drukke agenda als intensivecareverpleegkundige dat op het laatste moment niet toe.
Tegelijkertijd merkt ook Reichel dat hij in de loop der jaren wel kritischer is geworden in het maken van de beslissing of iemand voor kerkasiel in aanmerking komt. ‘Ik heb genoeg vluchtelingen gezien die niet de koningsweg van de integratie bewandelen, die liever lui dan moe zijn. Voor iemand hier al zeven, acht jaar is en nog steeds een tolk nodig heeft, ga ik me niet inspannen. En voor islamisten ook niet, die hebben niets begrepen van integratie.’ Maar de mensen die misbruik maken van het asielrecht, zegt hij, zijn in zijn ervaring een kleine minderheid.
Eigenlijk vindt Reichel al die aandacht voor de tiende verjaardag van wir schaffen das ‘een beetje kunstmatig’. Er komen immers nog steeds elke dag vluchtelingen naar Duitsland, ondanks de steeds dichtere Europese en Duitse grenzen. Honderdduizenden anderen zitten midden in hun integratieproces. Kortom, het werk gaat door.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant