is cabaretier, presentator en columnist voor Volkskrant Magazine.
In Thailand zag ik dit keer niet één dikke witte reus met een klein Thaïs vrouwtje, zoals vroeger altijd overal. Misschien omdat het land welvarender is geworden; als er minder armoede is, gaan vrouwen de lat vanzelf wat hoger leggen. Of ze worden langer, waardoor de aantrekkingskracht op dat soort mannen er een beetje van af is.
Maar verder is Thailand nog steeds waar je heengaat als je het zat bent, het gedoe. Overal waar we kwamen zagen we er wel eentje, een Hollander die geen zitplaats kon vinden in de trein, zijn overstap miste, wiens trein daarna uitviel zodat er bussen werden ingezet, die vervolgens moesten omrijden want de snelweg was afgesloten door Extinction Rebellion, die eenmaal thuisgekomen De Rijdende Rechter wilde kijken, maar dat was wegbezuinigd door de VVD, en die toen tegen zichzelf had gezegd: weet je wat, ze bekijken het allemaal maar, ik ga met m’n uitkerinkje naar Thailand en ik kom niet meer terug.
En gelijk had-ie, met z’n rietje in z’n kokosnoot. In Thailand is het tenslotte altijd warm, het eten is altijd lekker, wiet is legaal, mensen zijn superaardig, je krijgt gewoon een plastic zakje bij de supermarkt, genders doen ze niet moeilijk over, elke derde winkel is een massagesalon en als je zonder helm op de brommer zit krijg je geen bekeuring (ook niet als je met z’n vieren of vijven op de brommer zit, of met een hond, of met een luie stoel, of een halve rioolbuis – alles heb ik langs zien komen. Ik ben een voorzichtig man dus één zoon en één echtgenote vond ik het maximum, wilde ik nog kunnen uitwijken voor een overstekende leguaan). Tel daarbij op: palmbomen, aapjes op de wegen, wc’s met een handig kontpistool om je reet mee schoon te spuiten, en de stap is snel gezet.
Mij zou Bob Marley gaan tegenstaan. Die hebben ze bij het legaliseren van cannabis verplicht gesteld voor strandtenten, lijkt het. Waarmee ze volgens mij een aanzuigende werking op ongewassen nietsnutten creëren, terwijl ons soort toeristen (frisse, koopkrachtige gezinnetjes die wél hun bordjes netjes stapelen, geen wc-papier in de wc gooien en aanzienlijk meer muntjes aan de wasserette besteden) veel prettiger gasten zijn.
Daar staat dan weer tegenover dat ons soort gezinnetjes schuldig zijn aan verschijnselen als het ‘kattencafé’. Waarom je in Thailand, waar snoezige zwerfpoesjes rond elke tafelpoot van elk restaurantje kruipen, zou betalen om poezen te aaien ontgaat me, of het moet de weldadig loeiende airco zijn. Maar het was goed gezien door de twee Franse eigenaren van het enige kattencafé op het eiland, dat je moet mikken op de kinderen en niet op de ouders. In een land waar je heen gaat om geld uit te geven, niet om het te verdienen, waren zij erin geslaagd een succesvolle toeristenfuik op te zetten (note to self: toch eens een escaperoom proberen).
’s Nachts zat ik op de veranda van het huurhuis, uitkijkend over de donkere zee, te rekenen. Ik heb natuurlijk nauwelijks pensioen, stomme artiest die ik ben, maar als ik nou hier zou gaan wonen... Ik bedoel, een kleine hut zou genoeg zijn, en eten kost niets...
Maar dan dacht ik weer aan die vervloekte Bob Marley overal, en besefte ik dat we het thuis nog zo slecht niet hadden.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns