De AI-transitie is onomkeerbaar, dus je kunt maar beter zorgen dat de voordelen groter zijn dan de nadelen. Dat zegt Michiel Bakker, specialist aan het prestigieuze MIT. ‘Ik hoop dat er straks nog scenario’s zijn waarin er een betekenisvolle rol is voor mensen.’
is techredacteur van de Volkskrant, gespecialiseerd in de impact van kunstmatige intelligentie op de maatschappij.
‘Als kunstmatige intelligentie onze banen overneemt, komen mensen buiten de maatschappij te staan, vrees ik. In een economie die niet meer leunt op mensen, kunnen overheden minder de noodzaak voelen burgers goed op te leiden. Een bevolking die niet goed is opgeleid, kan ook moeilijker tegenwicht bieden aan technologie, of de richting ervan bepalen. Zo ontstaat een zelfversterkend effect.’
Of het nu gaat over superintelligentie, werkgelegenheid, onze band met technologie of geopolitieke verhoudingen: met jongensachtige bravoure laat Michiel Bakker (36, wit T-shirt, sandalen, lang haar) in hoog tempo zijn licht over die onderwerpen schijnen.
Op andere momenten barst hij ineens in lachen uit en gooit hij zijn hele bovenlichaam over de tafel. ‘Ja sorry, er komen heel gekke tijden aan, denk ik.’
De AI-specialist pendelt heen en weer tussen Massachusetts (waar hij als onderzoeker werkt aan het prestigieuze Massachusetts Institute of Technology, MIT), San Francisco, Londen en zijn geboorteplaats Amsterdam. De laatste tijd roert hij zich flink, met opiniestukken en als mede-initiatiefnemer van een AI Deltaplan, dat Nederland moet laten aanhaken bij de landen die vooroplopen met AI.
De oproep van Bakker en andere experts, onder wie UvA-hoogleraar Max Welling en mede-OpenAI-oprichter Durk Kingma, aan de politiek: investeer in AI, anders loopt Nederland het risico een digitale kolonie te worden. De AI-transitie is volgens hen onomkeerbaar.
Hoe ziet de nabije toekomst van AI er volgens u uit?
‘Je ziet nu al dat AI op een aantal terreinen beter presteert dan mensen. De grote vraag is of AI op álle cognitieve taken beter gaat presteren. Dat is nog niet het geval, maar ik ben ervan overtuigd dat we aan de vooravond staan van deze vorm van AI, Artificial General Intelligence (AGI, red.).’
Ik ben wat in verwarring. Als ik u goed begrijp, is er geen enkele twijfel en komt superintelligentie eraan. Tegelijkertijd hoor ik van andere experts andere verhalen. Zij leggen de nadruk op de fundamentele beperkingen van de huidige AI-taalmodellen. Wie heeft er gelijk?
‘In mijn directe omgeving hoor ik bijna niemand meer die daar nog aan twijfelt. De discussie is dan niet óf superintelligentie eraan komt, maar wanneer. Wij zijn uiteindelijk een biologische computer. En waarom zou een niet-biologische computer niet hetzelfde kunnen als een biologische computer? Ik zie geen enkele fundamentele beperking.’
En praktische?
‘Op dit moment nog wel, zeker. Het lange evolutionaire traject dat mensen hebben afgelegd, van een soort eencelligen tot degenen die we nu zijn, die snel kunnen leren, allerlei taken aankunnen, sociaal zijn, kunnen rekenen, een aantal talen kunnen leren: het is erg indrukwekkend. Maar vooral omdat onze biologische computer relatief weinig energie kost. Een computer is vele malen minder efficiënt dan de mens.’
Maar dat is niet onoverkomelijk? Horen we al niet sinds de jaren vijftig dat superintelligentie er bijna aankomt?
‘Nee, dat is niet onoverkomelijk. Ik moet erbij zeggen dat ik tot vorig jaar nog wel dacht dat het tientallen jaren zou kunnen duren voordat we op het punt van superintelligentie zouden zijn. Je kunt wel oneindig datacenters blijven bouwen en er energie in pompen, maar ik vermoedde dat er een vertraging aan zou komen in de progressie van de grootste AI-modellen. Sinds vorige zomer zie je dat de zogenoemde redeneer-modellen van de grote AI-labs ineens weer enorme sprongen maken. Dus er verandert nu echt wel iets.’
Is dat nou echt zo? Sceptici komen keer op keer met lange rijen voorbeelden van rare blunders die AI-modellen maken. En onlangs ging er een onderzoek van Apple rond waarin wordt betoogd dat die modellen niet echt kunnen redeneren, maar de illusie van redeneren geven.
‘Die zorgen hoor je vaker en natuurlijk maken AI-modellen soms nog heel domme fouten. Maar veel van die zogenaamde bewijzen, zoals de Apple-studie, blijken bij nadere inspectie problemen te bevatten. Zo gaven ze de AI simpelweg niet genoeg denkruimte om het antwoord goed uit te werken of gaven ze onoplosbare problemen. Experimenten tonen juist aan dat modellen meer kunnen dan patronen herkennen. Dit soort studies leggen naar mijn mening geen fundamentele tekortkomingen bloot, zoals sommige critici suggereren.’
Willen die voorbeelden ook niet zeggen dat taalmodellen iets missen? Namelijk: kennis van de wereld?
‘Dat denk ik niet. Moderne LLM’s (large language models, red.) bouwen impliciete representaties van de wereld op, op een manier die lijkt op hoe mensen dat doen. Als een flexibel netwerk van kennis dat zich aanpast aan de context. Dat je die kennis niet letterlijk kunt aanwijzen in een database, betekent nog niet dat die er niet is. Bovendien kunnen modellen ook, net als mensen, zoeken op het internet als ze iets niet weten.’
Bakker groeit op in Amsterdam. Op het Vossius Gymnasium is hij naar eigen zeggen niet de beste student. ‘Ik was niet erg ambitieus, spijbelde veel. En dus had ik altijd discussies met mijn moeder over school en huiswerk.’
Daarna gaat hij technische natuurkunde studeren in Delft. Ook daar loopt Bakker er in eerste instantie de kantjes vanaf (‘ik was met heel andere dingen bezig’), totdat hij zich specialiseert in kwantumfysica en het kwartje ineens valt. Bakker geeft gas.
Via omwegen (Bakker werkt een tijdje als ondernemer in Myanmar en in Londen bij een onlinebloemenbedrijf) krijgt hij uiteindelijk een promotieplek aangeboden bij MIT. Vanuit de hectiek en energie van een Londense start-up komt Bakker terecht in een lab in de kelder van MIT. ‘Overal lasers, alle ramen afgeplakt. Ik dacht: dit wil ik niet meer. Ik ga niet zes jaar lang lasers afstellen.’ De Nederlander maakt een beslissende wending en besluit zich vol op AI te storten.
Later slaagt hij erin stage te lopen bij Google DeepMind en daarna komt hij er ook te werken. Sinds het afgelopen najaar is hij universitair hoofddocent aan het MIT, waar hij zich bezighoudt met ‘AI safety’: hoe zorg je ervoor dat AI op een veilige manier wordt ontwikkeld en de mens altijd de touwtjes in handen blijft houden?
Goed, als we ervan uitgaan dat AGI er daadwerkelijk komt en van daaruit misschien ook doorschiet naar een of andere vorm van superintelligentie, dan zitten daar ook risico’s aan vast toch?
‘Zeker. Ik denk dat er een aanzienlijke kans is, van pakweg 10 procent, dat het niet goed afloopt met AI.’
10 procent? Dat is gigantisch, toch? Waar heeft u het dan over? Het existentiële risico dat de mens verdwijnt?
‘Dat laatste zou kunnen. Bijvoorbeeld als kwaadwillenden AI inzetten om een zeer dodelijk virus te maken. Maar ik heb het ook over het risico dat we in een samenleving terechtkomen die we eigenlijk niet willen, bijvoorbeeld omdat we geen zinnig werk meer doen. Maar dat we niet meer terug kunnen omdat de technologie te dominant is en de economische belangen te groot zijn. Dat kan grote onrust in de samenleving opleveren.’
Waarom dan toch die oproep aan de politiek om te investeren in AI en mee te gaan in de vaart der volkeren?
‘Omdat ik denk dat, als we de ontwikkeling in goede banen leiden, de voordelen van AI uiteindelijk groter zijn dan de mogelijke nadelen. Dat is ook de reden dat ik uiteindelijk niet in kwantum, maar in het AI-veld werk. AI zal op korte termijn grote gevolgen hebben voor de economie en samenleving. Ik wil in mijn werk een rol spelen om die invloed positiever te maken. Als we straks economisch afhankelijk worden van AI, kan Nederland niet achterblijven. Zolang we daarbij afhankelijk zijn van Chinese of Amerikaanse technologie, zijn we kwetsbaar. Het is niet ondenkbaar dat de VS op een gegeven moment zeggen: jullie mogen onze krachtigste modellen niet meer gebruiken.’
Neem ons eens mee. Hoe zien die voordelen er dan uit?
‘Allereerst zal AI de progressie in wetenschap, of het nu natuurkunde of biologie is, extreem versnellen. Door bijvoorbeeld te kijken naar de resultaten van alle experimenten die je doet en daar de veelbelovendste volgende uit te voorspellen. Maar ook door resultaten vanuit een aantal vakgebieden te bekijken en daarin synergieën te ontdekken. Dat zou wetenschap in een stroomversnelling brengen, waardoor we bijvoorbeeld binnen tientallen jaren een groot deel van alle ziekten zouden kunnen oplossen. Of AI die wij kunnen gebruiken om betere oplossingen te vinden voor geopolitieke problemen. AI kan namelijk helpen met onderhandelen en het schetsen van scenario’s.’
Wat betekent dit voor uw eigen werk als onderzoeker? Uw werk kan straks prima door AI worden gedaan, als ik u goed begrijp.
‘Dat zou inderdaad kunnen gebeuren. Daar kijk ik niet naar uit hoor, ik hou enorm van mijn werk. Ik hoop heel erg dat er straks nog scenario’s zijn waarin er nog steeds een betekenisvolle rol is voor mensen.’
Als stukadoor ofzo? Of ook cognitief werk, werk dat u nu doet?
‘Het laatste. AI is een extreem krachtige technologie die onze hele samenleving zal raken. Waar en hoe die kracht wordt ingezet, zou door ons allemaal bepaald moeten worden. Daarvoor hebben we ook een bevolking nodig die voldoende begrip heeft van de mogelijkheden en risico’s. In zekere zin worden we dan allemaal voltijdpolitici: meebeslissen over hoe we AI inzetten en controleren dat het wordt gebruikt voor de dingen die wij belangrijk vinden.’
Maar wat als AI beter is in het maken van die keuzen?
Bakker lacht: ‘Ook daarover denken AI-onderzoekers na.’
Alles over tech vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant