Hij is zelf medeplichtig geweest aan de dingen die hij aanklaagt, geeft schrijver en oud-journalist Omar El Akkad toe. Maar het ‘schoonwassen’ van de gruwelen in Gaza door westerse media kon hij niet langer verdragen. ‘Zulke berichtgeving laat het geweld langer voortduren.’
Met terugwerkende kracht onrecht veroordelen is gemakkelijk. Dat zal op een dag ook gelden voor de genocidale oorlog van Israël in Gaza, voorspelt de Egyptisch-Amerikaanse auteur Omar El Akkad in zijn boek One Day, Everyone Will Have Always Been Against This. Hij betwijfelt alleen of hij dat nog zal meemaken.
‘Mensen die de titel van mijn boek lezen, denken dat ik met ‘one day’ de nabije toekomst bedoel’, zegt El Akkad via een videoverbinding. ‘Ik twijfel er niet aan dat Palestina ooit echt vrij zal zijn en dat Israëls systeem van apartheid en etnische en religieuze superioriteit tot een einde zal komen. Maar dat zal niet tijdens mijn leven gebeuren.’
One Day, Everyone Will Always Have Been Against This verscheen afgelopen februari. Het boek ontleent zijn titel aan een bericht dat de voormalige journalist en schrijver op 25 oktober 2023 plaatste op X, boven een video uit Gaza. ‘Op een dag, als het veilig is’, schreef El Akkad, ‘als er geen persoonlijke nadelen meer kleven aan het benoemen van iets zoals het is, als het te laat is om iemand ter verantwoording te roepen, zal iedereen hier altijd tegen zijn geweest.’
Sinds het verschijnen van zijn boek afgelopen februari (er komt ook een Nederlandstalige uitgave) heeft El Akkad nauwelijks stilgezeten. Het boek is een commercieel succes en de teller van optredens op literaire festivals, interviews op tv, in kranten en podcasts is de honderd al voorbij. Overal wil men de auteur horen spreken die de ‘morele implosie’ van het Westen heeft geboekstaafd. ‘Een eloquente noodkreet tegen onze tolerantie voor de ellende van anderen’, oordeelde The New York Times.
Komende week is hij te gast in debatcentrum De Balie in Amsterdam om nogmaals te betogen dat de westerse wereld (de Verenigde Staten, Canada en Europa) hopeloos gefaald heeft als hoeder van internationale mensenrechten en medeplichtig is aan de verschrikkingen die plaatsvinden in Gaza.
Snapt u waarom uw boek zo veel losmaakt?
‘Veel mensen hebben het idee dat ze hun verstand aan het verliezen zijn. Elke dag worden ze wakker en zien de gruwelijkste dingen gebeuren in Gaza en krijgen vervolgens van hun overheden te horen dat ze dit horen te steunen.
‘Ik denk dat het boek eraan heeft bijgedragen dat mensen zich iets minder alleen voelen.’
Wat is het belangrijkste punt dat u probeert te maken in uw boek?
‘Dat we onszelf in het Westen niet progressief en vooruitstrevend kunnen blijven noemen, en het vrijblijvend kunnen hebben over het belang van universele mensenrechten en rechtvaardigheid, terwijl aan de andere kant van de wereld een genocide plaatsvindt, met onze financiele en politieke steun.’
El Akkad doet zijn verhaal vanuit zijn werkkamer, kindertekeningen aan de wand, in zijn woonplaats Portland, in het noordwesten van de Verenigde Staten. Het is zondagochtend, zijn kinderen spelen in de tuin.
Hij werd geboren in Egypte, groeide op in Qatar en Canada, en woont sinds twaalf jaar in de VS. El Akkad schreef bekroonde romans American War (2017) en What Strange Paradise (2021) en werkte daarvoor tien jaar als journalist bij de Canadese krant The Globe and Mail, waar hij verslag deed van de nasleep van de Amerikaanse invasie in Afghanistan en de processen tegen vermeende terreurverdachten in Guantánamo Bay.
One Day, Everyone Will Always Have Been Against This is deels een aanklacht tegen het westerse wegkijken van de genocidale oorlog in Gaza, en deels een zelfonderzoek. El Akkad beschrijft hoe hij, een Arabische moslim, in het Westen wist mee te draaien: door voortdurend de rol van ‘vriendelijke Arabier’ te spelen. Iemand die aan westerlingen in woord, gebaar en smaak communiceert dat hij geen gevaar vormt, dat hij een van hen is.
El Akkad noemt het een soort ‘beloningssysteem’. Zolang hij zich koest hield, geen al te lastige vragen stelde over westers oorlogsgeweld en de ‘vriendelijke Arabier’ speelde, ‘kreeg’ hij in ruil daarvoor een florerende carrière en comfortabel huis.
Waarom vond u het nodig om deze twee elementen – een aanklacht tegen het Westen en persoonlijke reflecties – in het boek te combineren?
‘Dit is een boek over het Westen, de plek waar ik leef en waar ik al sinds mijn 5de op gericht ben. Dat betekent dat ik niet om mijn eigen positie in de westerse maatschappij heen kan. Ik ben ook medeplichtig geweest aan de dingen die ik aanklaag: het wegkijken, het inschikken om mijn plek veilig te stellen. En het zijn ook mijn Amerikaanse belastingdollars die de genocide in Gaza mogelijk maken.’
U heeft als journalist gewerkt in Afghanistan en Guantánamo Bay. Werd u zich toen niet al bewust van een kloof tussen het westerse zelfbeeld van altijd humaan en rechtvaardig, en de daadwerkelijke praktijk?
‘Ik ben er altijd goed in geweest om mezelf geestelijk op te splitsen, om dingen te ontkennen die voor mijn neus gebeuren. In Afghanistan zag ik hoe Afghaanse soldaten die aan Amerikaanse zijde meevochten altijd vooruit werden gestuurd, zodat zij als eerste stierven bij een treffen. In Guantánamo Bay zag ik hoe een rechtssysteem werd opgetuigd dat indruiste tegen elk juridisch principe. Telkens wist ik mezelf wijs te maken dat dit een unieke situatie is die niets zegt over het Westen als geheel. De afgelopen twee jaar, waarin de meest weerzinwekkende zaken die mensen elkaar kunnen aandoen worden goedgepraat, lukt mij dat niet meer.’
El Akkad spreekt tijdens het interview met een zachte stem, zijn ogen staan droef. De stroom aan beelden en verhalen uit Gaza heeft hem veel ‘levensvreugde’ gekost, vertelt hij. Door stressverschijnselen moest hij deze zomer lezingen en optredens op internationale literatuurfestivals afzeggen. En sinds kort heeft hij terugkerende angstdromen over stervende kinderen.
Het is allemaal niets in vergelijking met wat de mensen in Gaza doorstaan, herhaalt El Akkad telkens. Hij heeft een missie: woorden geven aan dat wat onbeschrijfelijk lijkt.
In zijn boek zoomt El Akkad, in korte, bijna filmische passages, in op scènes van anoniem Palestijns leed. Op een 8-jarig meisje, onder het stof, onder het puin vandaan getrokken. Er is een afkorting voor meisjes als zij: WCNSF, wounded child, no surviving family. De mannen die haar redden prevelen geruststellende woorden, snellen met haar weg van de kraterinslag.
In andere passages licht hij de veerkracht uit die er in Gaza, ondanks alle verschrikkingen, nog altijd is: de arts die zijn patiënten niet in de steek liet, ‘zelfs niet toen de bom kwam’, de gewonde poppenmaker zonder huis, die poppen blijft maken om kinderen te laten lachen, en ‘de mensen die dit alles filmden, fotografeerden en documenteerden, zelfs toen het hen overkwam, zelfs toen ze hun doden begroeven’.
De afgelopen twee jaar is El Akkad naar eigen zeggen op steeds grotere afstand komen te staan van wat hij het ‘redelijke midden’ noemt. Daarmee bedoelt hij het politieke middenveld dat zich op de vlakte zou houden over Gaza, of in vergoelijkende termen spreekt over het Israëlische oorlogsgeweld, of hem vraagt waarom hij zich niet net zo druk maakt over oorlogsgeweld in Soedan. Vooral journalistieke organisaties en literaire instellingen in dit middenveld neemt hij veel kwalijk.
Onlangs besloot El Akkad voorgoed te breken met zijn vroegere werkgever, The Globe and Mail, vanwege een hoofdredactioneel commentaar over Gaza dat hem in het verkeerde keelgat was geschoten. In het commentaar stond niet het Palestijns lijden centraal, maar werden vooral zorgen geuit over Israël’s tanende reputatie in de wereld.
‘Ik was vroeger ontzettend ambitieus. Als mijn jongere ik mij nu zou kunnen zien, zou hij woedend zijn omdat ik mijn relaties met een heleboel literaire instituties, van grote prijzen tot festivals, heb verbroken. Dat zijn relaties waar ik vaak jaren aan heb gewerkt. Er zijn heel veel literaire organisaties waarmee ik niets meer mee te maken wil hebben omdat ze verzuimen zich uit te spreken over de genocide in Gaza.’
In uw boek maakt u zich ook druk over hoe dit ‘redelijke midden’ meer sympathie weet op te brengen voor Oekraïense oorlogsslachtoffers dan voor Palestijnse.
‘Mensen in dit redelijke midden willen graag als goede mensen worden gezien. In het geval van Oekraïne is het beeld helder: een bloeddorstige dictator die een ander land binnenvalt. Dan is het niet moeilijk om de juiste positie in te nemen.
‘In het geval van Gaza is er ruis. Mensen opsluiten in een grote openluchtgevangenis is verkeerd, zeggen ze, behalve in dit ene geval. Of ze doen het af als ‘gecompliceerd’.’
Dezelfde moeite heeft El Akkad met veel westerse mediaberichtgeving over het genocidale geweld in Gaza. Terwijl Israël buitenlandse journalisten weert en Palestijnse journalisten in permanent levensgevaar verkeren (meer dan 240 zijn er al door het Israëlische leger gedood, eerder deze week nog twee fotografen, een cameraman en twee verslaggevers) ziet El Akkad met lede ogen aan hoe sommige van zijn vroegere collega-journalisten van grote kranten en tv-kanalen ‘geweld schoonwassen’.
De voorbeelden in zijn boek zijn van media als The Guardian, The New York Times, CNN en BBC. ‘Voedselhulpgerelateerde sterfgevallen’, om de door Israëlische scherpschutters vermoorde en uitgehongerde burgers te beschrijven. ‘Kogel vindt weg naar babyhoofd’, ‘Honger komt naar Gaza’. El Akkad: ‘Alsof honger rondrijdt met Google Maps om zijn bestemming te vinden.’
Het is geen onvermogen, of lafheid, meent El Akkad. Dehumaniserende en eufemistische taal dient een doel. Zo kan de goedbedoelende progressieveling zijn schouders ophalen en zeggen: wat ontzettend triest allemaal, maar ook erg complex. ‘Zulke berichtgeving laat het geweld langer voortduren, omdat mensen verhullende taal beter verdragen.’
Ziet u een ontwikkeling bij grote westerse mediakanalen op dit gebied? Minder omfloerste taal?
‘Zeker. Maar het gaat ijzingwekkend traag. Het stuk dat ik vorige zomer voor mijn oude krant The Globe and Mail wilde schrijven, met het woord genocide en de medeplichtigheid van westerse regeringen erin, kon afgelopen winter ineens wel worden geplaatst. En ondertussen worden duizenden en duizenden mensen afgeslacht.
‘We zijn sinds het begin van de war on terror getraind in het gebruik van bedekkende taal als het Arabische mensen betreft. Wie kijkt er nog op van de term ‘collateral damage’? Dat voelt niet echt als dode mensen. Of: asymmetrische oorlogsvoering?’
Veel mensen zijn bang om zich uit te spreken, vertelt El Akkad. ‘Ik heb het afgelopen half jaar op veel plekken gesproken, zo veel mensen ontmoet. Heel veel mensen, sommigen werkzaam voor grote nieuwsorganisaties, hebben me zonder uitzondering met dezelfde tekst benaderd: ‘Tussen jou en mij, ik denk er net zo over als jij, ik vind het afschuwelijk. Maar in mijn positie kan ik dat niet zeggen.’
‘Ze willen hun baan en sociale kring niet verliezen, ze willen er niet van beschuldigd worden razende antisemitieten te zijn, of aanhangers van terrorisme. En geloof me, ik begrijp de angst.’
Door de Holocaust leeft in Nederland en veel andere Europese landen sterk het idee dat Israël altijd moet worden gesteund. Hoe kijkt u daarnaar?
‘Ik twijfel er niet aan dat het een diepgevoelde emotie is. Maar ik zou de mensen met die overtuiging willen vragen na te denken wat het betekent om vanuit die redenering bij te dragen aan een nieuwe genocide. Ik snap niet dat je uit een boetedoening voor de ergste gruweldaad van de 20ste eeuw een koloniale staat steunt die een andere groep mensen uitroeit.’
Waar put u hoop uit?
‘Ik denk dat de overgrote meerderheid van de wereld doorheeft dat er een genocide aan de gang is in Gaza. Tegenover de lafheid en kwade trouw van onze politieke instituten staat de immense moed van individuen en groepen die zich hiertegen verzetten. Gaat een campagne tegen banken die investeren in Israëlische wapenproducenten de genocide beëindigen? Nee. En toch proberen mensen iets te doen. Die saamhorigheid raakt me.
‘En dan zijn er andere dagen, waarschijnlijk de meeste dagen, dat ik wakker word en denk: dit zijn de meest tergend langzame, kleine bewegingen in het aangezicht van een totale slachting. Dat zijn de dagen waarop ik wakker word, mijn bed niet uit wil komen en het gewoon wil opgeven.’
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant