Home

‘Verliefdheid associeerde ik met afstand, obsessie en pijn, iets wat brandt in je lijf’

In een homocafé komt Joost een leuke man tegen, die hij van televisie kent. Hun relatie wordt snel serieus, maar Joost is er niet meteen van overtuigd dat het comfortabele geluk dat hij ervaart, echte liefde is.

Joost (56):

‘Hij was geestig en spontaan en had lef. Op de lokale televisiezender had hij een programma waar ik met mijn zussen naar keek als mijn ouders naar bed waren. ‘Gaan jullie nou alweer naar die drukteschopper kijken, dan gaan wij slapen hoor’, zeiden ze dan. Ik voelde aantrekkingskracht, op een magische manier, absoluut niet seksueel. Mijn homoseksualiteit lag nog onder dikke dekens begraven, zo diep dat ik er geen gedachte aan wijdde.

Ik was 16 en fanatiek sporter, ik volleybalde op hoog niveau. Mijn teamgenoten probeerden me te koppelen aan meiden, maar er gebeurde niets. Ook niet met jongens trouwens. Het komt vanzelf wel goed, dacht ik, op een dag kom ik ook een meisje tegen op wie ik dol raak en met wie ik trouw.

Tegen het einde van de middelbare school vroeg een vriendin, die zelf net uit de kast was gekomen: ‘Hoe zit het nou met jou?’ Samen gingen we naar de opening van het Homomonument. Steeds vaker dacht ik, niet als een flard die komt en gaat maar als echte woorden die ik door mijn hoofd liet spelen: het zou me niets verbazen als ik homo was. De leuke man bleef ik intussen volgen, hij werd alsmaar populairder. En telkens als ik hem zag of hoorde, dacht ik: jou zou ik willen leren kennen.

De eerste keer in het echt was in de Havana (in de jaren negentig een populair danscafé in de Reguliersdwarsstraat in Amsterdam, een straat met veel homohoreca, red.), toen bleef het bij kijken. Maar de keer erop kwam het tot een snelle ontmoeting. Dat was in de Exit, een paar cafés verderop. Zijn vrienden kenden de mijne, onze groepjes trokken naar elkaar toe en weer was er dat vorsende kijken tussen ons, het aftasten met de ogen. Toen hij op het punt stond om weg te gaan, zei ik: de volgende keer gaan we praten.

Achteraf bleek dat voor hem de sleutelzin. Zelf was ik nog lang niet overtuigd. Ja, we gingen praten. En ja, hij gaf me zijn nummer. En toen ik bij hem thuiskwam draaiden we plaatjes zoals Appels op de tafelsprei en Suzanne en we zoenden wat. Meer niet. Het was gewoon heel erg leuk met hem.

Ik voelde me fijn en gelukkig, maar een grotere betekenis verbond ik er niet aan, fantasieën over een gedeelde toekomst koesterde ik niet – ik was nog niet eens uit de kast. Ik zat in militaire dienst, speelde nog in dat volleybalteam, niet bepaald plekken waar je er makkelijk voor uitkomt dat je op mannen valt.

Roddelpers

Maar ineens ging het snel en achteraf kan je zeggen dat ik eigenlijk nauwelijks aan die kastdeur heb hoeven morrelen. Dat deed mijn hoffelijke leuke man voor me, en de roddelpers maakte het af.

Op mijn afzwaaidag bracht hij me in mijn uniform naar de kazerne, we werden gespot door een roddeljournalist die meteen een stukje over ons schreef. 26 was ik, en ik ging bij hem wonen. Zijn onvoorwaardelijke commitment trok ik aan als een warme trui die lekker zit, zonder echt te beseffen hoe bijzonder het is wanneer een ander zo vol overtuiging voor je kiest. Onervaren en jong ontving ik zijn aandacht met enthousiasme, maar ook met nonchalance. Hij was wat ouder, kon liefde op waarde schatten. Ik vermaakte me met zijn ontwapenende spontaniteit en was gefascineerd door de glamour van zijn wereldje. We lachten veel en hadden geweldige seks. Ik voelde grote genegenheid, maar ik werd niet verliefd. Is dit het, dacht ik? Is dit de man van mijn leven? Ik wilde hem regelen, maar wilde ik hem voor altijd?

Ik was in de maanden ervoor een paar keer hartstochtelijk verliefd geweest, maar altijd op onbereikbare, arrogante jongens. Verliefdheid was iets wat ik associeerde met afstand, obsessie en pijn, iets wat brandt in je lijf, verliefdheid had in mijn ervaring niets te maken met het comfortabele geluk dat ik voelde bij mijn vriend.

‘All You Need Is Love’

Op een avond zaten we bij hem op de bank en keken All You Need Is Love, en toen we al die mensen euforisch bij elkaar in de armen zagen springen, zei ik: ‘Dat gevoel heb ik dus niet bij jou.’ En de liefste man op aarde, die me alle ruimte had geboden om het uit te zoeken en me zelfs mijn eigen kamer in zijn huis had gegeven zei: ‘Oké, dit gaat nooit werken. Of je kiest 100 procent voor me, of het stopt hier.’

Die avond ben ik met een tasje naar mijn eigen huis gegaan. Ik ging op zelfonderzoek uit bij Landmark, beantwoordde daar een aantal levensvragen. Langzaam kreeg het grote missen me in zijn greep. Dat knagende gevoel herkende ik van mijn crushes, het de hele dag aan iemand denken en me afvragen wat-ie aan het doen was, en met wie. En plotseling besefte ik: ik ben verliefd geworden op de leuke man.

Hij was bij zijn zus toen ik hem belde. ‘Wil je me terug?’, vroeg hij. Even aarzelde ik. Doe het nou, zei een stem in mijn hoofd, zeg het nou. En toen kwamen de woorden: ja, ik wil je terug. Op dat moment leek het of mijn hele wezen besloot dat hij en ik bij elkaar hoorden, niet voor nu, niet voor een paar jaar, maar voor altijd. Het duurde nog even voor ook hij weer overtuigd was, maar daarna werden we alsnog, en misschien wel voor het eerst, gelijkwaardige partners. Ik had het kennelijk eerst nodig gehad om te denken: dit komt nooit meer goed.

Met bananen door New York

In 2000 zijn we getrouwd. We kregen twee prachtige zoons, wat allemaal natuurlijk niet vanzelf ging, maar waarin we elkaar nooit zijn kwijtgeraakt. En in 2018 reed hij met bananen en water heel New York door om me aan te moedigen tijdens mijn eerste marathon. Al die herinneringen, ze buitelen over elkaar, zoveel moois, hoe kies ik wat ik hier moet vertellen.

Vanochtend moest ik om hem lachen, zomaar even kort. We hadden seks gehad en toen we opstonden, zei hij: ‘En nu heb ik nog helemaal geen kus gehad.’ Maar waarom vertel ik dit, van alles wat er te zeggen valt? Hoe verwoord je het geluk van alledag? Misschien zo: je bent allebei thuis, de een rommelt wat, de ander sport. Soms zeg je iets, soms zwijg je, soms loop je in gedachten om elkaar heen, soms raak je elkaar aan, en alles in eenzelfde ritme, zo harmonieus en lenig dat twee dansers er jaloers op zouden zijn.’

De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Joost ­gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.

OPROEP

Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.

Meedoen? Mail een korte ­toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next