Met zijn happy hardcore krijgt Paul Elstak zowel millennials als een nieuwe generatie ravers aan het hakken. In zijn overvolle festivalzomer met meer dan twintig shows opende hij vrijdag de Grand Prix in Zandvoort, en heeft hij alleen al dit weekend nog drie optredens.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft met name over onderwijs.
Het is even zoeken in het overrompelende decor van dancefestival Defqon.1, waar het podium het midden houdt tussen een kolossaal draaiorgel en een kermisattractie. Vlammen schieten omhoog, schedels glimmen en tussen de speakers prijken metershoge uitsneden van pin-upgirls.
Te midden van dit visuele spektakel, onder een bescheiden afdakje, staat een man met kaal hoofd en gouden ketting om zijn nek aan de knoppen te draaien: Paul Elstak (59), de onbetwiste godfather van de hardcore.
‘Let the rainwoods die’, schalt het eind juni over het festivalterrein in Biddinghuizen, zo is te zien op een video die Elstak op Facebook plaatste. ‘Let the wells run dry.’ En dan: tak-tak-tak-tak. Vuisten gaan de lucht in. Mannen in ontbloot bovenlijf laten hun biceps meetrillen op de stuwende uptempo hardcorebeat. Voeten zigzaggen razendsnel over het stoffige terrein.
Elstak, die in de jaren negentig furore maakte met hits als Luv U More en The Promised Land, is anno 2025 weer – of beter gezegd: nog altijd – razend populair. Na een rijk gevulde zomer met meer dan twintig festivals en feesten, stond hij vrijdag achter de draaitafels bij de Formule 1 Grand Prix in Zandvoort.
In november volgt het hoogtepunt: Elstak viert dan het 30-jarig jubileum van zijn hardcoreklassieker Rainbow in the Sky met twee shows in het Gelredome in Arnhem. Eén is voor volwassenen, de ander is speciaal voor ouders met kinderen vanaf 6 jaar: millennials die hun liefde voor gabber willen doorgeven aan de volgende generatie.
Elstak werd in 1966 geboren in Den Haag, als zoon van een Indisch-Surinaamse vader en een Duitse moeder. Zijn grootvader vocht in de Tweede Wereldoorlog voor het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger tegen de Japanners. In Indonesië leerde hij zijn vrouw kennen, Elstaks oma.
Zijn vader, geboren in Jakarta, verhuisde na de onafhankelijkheid naar Nederland en vond aansluiting bij de Haagse rockscene als slaggitarist in The Rhythm Stars.
Muziek speelde een belangrijke rol in Elstaks jeugd. Thuis klonken onder anderen David Bowie en Stevie Wonder. Om zijn eerste draaitafel en platen te kunnen bekostigen, werkte Elstak als tomatenplukker en bij McDonald’s.
Na het vwo begon hij aan een rechtenstudie in Leiden, maar een diploma haalde hij nooit. ‘Ik voelde me in dat studentenwereldje een vreemde eend in de bijt’, zegt hij daarover in een interview met NRC. ‘Muziek en breakdancen trokken me meer.’
Op zijn 20ste verhuisde Elstak naar Rotterdam, de eerste plek waar hij zich echt thuis voelde. In 1987 werd hij de vaste huis-dj in de befaamde discotheek Bluetiek-Inn.
Vier jaar later scoorde Elstak zijn eerste hit met James Brown Is Still Alive!, een reactie op L.A. Styles James Brown Is Dead. Samen met Mid-Town Records (de platenzaak die hardcore in Nederland groot maakte) richtte hij vervolgens het label Rotterdam Records op.
De snoeiharde hardcorehouse die ze produceerden groeide uit tot een heuse subcultuur, compleet met de welbekende kaalgeschoren koppen, bomberjacks, Nike Air Max-schoenen, Nederlandse vlaggen en het veelvuldige gebruik van xtc en speed.
Die vlaggen brachten de scene geregeld in verband met extreemrechts, al heeft Elstak die suggestie altijd afgedaan als onzin. Een Surinamer met Surinaamse vlag werd toch ook niet uitgemaakt voor racist, beredeneerde hij. Waarom een Nederlander met Nederlandse vlag dan wel?
Halverwege de jaren negentig maakte Elstak een opvallende muzikale draai: hij verruilde de rauwe hardcore voor het melodieuzere, uit Schotland overgewaaide happy hardcore. De bpm (beats per minute) bleef hoog, maar werd nu ondersteund door pianomelodieën en aanstekelijke zanglijnen.
Hits als Luv U More en Rainbow in the Sky stormden de hitlijsten binnen, maar vielen niet in de smaak bij hardcorepuristen: ze vonden dat hij hardcore had verkocht aan de commercie.
Toen hij op een kinderfeest in Delft zou draaien, werd hij opgewacht door woedende gabbers in bomberjacks die hem bekogelden met eieren en appels. De schutting bij zijn huis werd beklad met ‘kankerverrader’. Het raakte hem diep, zei hij daarover in juli in een interview met Trouw. ‘Ik deed mijn best om het me allemaal niet aan te trekken, maar het liet me geen moment los.’
In de jaren nul verdween gabber langzaam uit beeld en de boekingen voor Elstak droogden op. In zijn in mei verschenen biografie Life Is Like a Dance blikt hij terug op die moeilijke periode. Hij had nauwelijks een financiële buffer opgebouwd, naar eigen zeggen door slechte deals en een exorbitante levensstijl. De schulden stapelden zich op. Ook privé ging het mis: zijn huwelijk met de moeder van zijn twee oudste kinderen strandde na zeventien jaar.
Terugkijkend op zijn muzikale hoogtijdagen erkent Elstak dat hij zijn gezin te vaak op de tweede plaats zette. Hij werkte vrijwel dagelijks, vaak tot diep in de nacht, en was voor zijn kinderen eerder een vriend dan een vaderfiguur. Ook zijn tweede huwelijk, waaruit zijn inmiddels 12-jarige zoon werd geboren, liep onlangs stuk.
Vanaf 2010 zit Elstak muzikaal weer in de lift. Hij leverde de titelsong voor de film New Kids Turbo, wat hem een Rembrandt Award (een belangrijke Nederlandse filmprijs) opleverde. Zijn naam keerde terug op de line-ups van grote festivals.
In 2024 produceerde hij Europapa voor Joost Klein, de Songfestivalinzending die gabbermuziek bij een nieuw, jong publiek op de kaart zette.
Gaat het nu weer goed met hem? ‘Ja, het gaat goed’, zegt hij in Trouw. ‘Hoe ouder ik word, hoe meer ik kan genieten.’ Hij ziet zichzelf nu meer als vader, zegt hij, en als sympathieke man. ‘Hoop ik.’
3 × Paul Elstak
• Als uitgesproken dierenliefhebber en vegetariër is Elstak het gezicht van De Vegetarische Slager. In de rol van ‘chef Gehackt’ combineert hij hakken op muziek met hakken in de keuken.
• Elstak is een uitgesproken Feyenoorder en weigert op te treden in Amsterdam.
• In 2020 sloot Elstak zich aan bij de protestactie #ikdoenietmeermee, waarin bekende Nederlanders zich kritisch uitlieten over de coronamaatregelen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant