Dat de Max-hype zijn hoogtepunt lijkt te hebben gehad, speelde mee in het besluit van de Dutch Grand Prix om na 2026 te stoppen. Niet iedereen treurt over het naderende afscheid.
schrijft voor de Volkskrant over wielrennen en Formule 1.
Hij is blij om even te zitten en een bakje koffie te drinken. Het schema van Robert van Overdijk, directeur van Circuit Zandvoort en de bijbehorende Grand Prix, is dezer dagen overvol. Nog voor het raceweekend goed en wel is begonnen zijn er afspraken met sponsoren en gesprekken met ambtenaren, en tussendoor is er nog een familiedag van een van de geldschieters, waar zo’n veertienduizend man op afkomt.
Van Overdijk – wit hemd, zwarte bodywarmer – houdt van die drukte. ‘Laten we vooral niet klagen’, zegt hij. ‘We hebben nog twee keer om ervan te genieten.’
Want inderdaad: na volgend jaar verdwijnt de Grand Prix weer uit de duinen. En dat is geen beslissing die Van Overdijk werd opgelegd, de FOM (het Formula One Management) had Zandvoort graag op de kalender gehouden. Toch koos de Dutch Grand Prix er zelf voor om na 2026 te stoppen, vertelt Van Overdijk donderdagochtend in zijn kantoor boven de paddock, met uitzicht op de grid en het hoofdpodium.
In 2021 keerde de Grand Prix van Zandvoort, mede dankzij het succes van Max Verstappen, na 36 jaar terug in de badplaats. Tribunes kleurden massaal oranje, de ‘Orange Army’ werd een internationaal fenomeen. En ook sportief gezien lukte alles. Verstappen werd in het jaar van de terugkeer voor het eerst wereldkampioen, drie jaren van totale dominatie zouden volgen.
Ook in Zandvoort was de sky the limit: de eerste drie edities schreef Verstappen voor een uitzinnig thuispubliek op zijn naam. Alleen vorig jaar finishte de viervoudig wereldkampioen als tweede.
Het succes van de Nederlander liep daarmee gelijk op met het succes van de Dutch Grand Prix. De hype rond Verstappen was gigantisch, iedereen wilde de Formule 1-coureur in eigen huis zien winnen. De eerste edities in Zandvoort waren meteen uitverkocht, ondanks de hoge ticketprijzen (kaarten zijn nog steeds duur: voor het goedkoopste tribuneticket betaal je dit weekend 299 euro). Verspreid over drie dagen werden er op het circuit ruim 300 duizend bezoekers ontvangen.
Vorig jaar liep het voor het eerst minder goed. Er kwamen 275 duizend bezoekers, waarmee de tribunes niet elke dag gevuld waren. Van Overdijk: ‘In Nederland hebben we heel veel Max Verstappen-fans. Maar hij heeft inmiddels de eerste drie edities van Zandvoort gewonnen en is vier keer wereldkampioen geworden. Wij Nederlanders raken dan een beetje verveeld.’
Dat de hype (iets) zou afnemen was dus al voorzien en speelde mee in het besluit om na 2026 te gaan stoppen. Van Overdijk: ‘Iedereen gaat maar door, totdat je op een glijdende schaal terechtkomt. Op dat moment willen wij niet wachten. Daarom hebben we gekozen om op een hoogtepunt te stoppen.’
Dus zelfs als Verstappen na 2026 opnieuw wereldkampioen wordt, is volgens de organisatie het hoogtepunt van de hype al voorbij, omdat Nederlanders gewend zijn aan het succes.
Verstappen reageerde donderdagmiddag in de volgepakte Red Bull Energy Lounge vrij nuchter op het nieuws. ‘Het is jammer dat de Grand Prix verdwijnt, maar het leven gaat ook door. Ik ben al trots dat ik een paar jaar achter elkaar een thuisrace heb gehad.’
Al is het ook zonde, zegt hij tegen de Nederlandse journalisten die zich rond een tafeltje hebben verzameld. ‘Het hele weekend met zo veel fans, dat ga ik natuurlijk wel missen.’ En dus wil hij bij de komende twee edities in de duinen vooral genieten.
Om minder afhankelijk te zijn van de Max-hype, besloot de Dutch Grand Prix het vanaf het begin anders aan te pakken dan bij andere races. ‘Er zijn niet veel diehard autosportfans in Nederland’, zegt Van Overdijk. ‘Daarom moesten we de Dutch Grand Prix breder trekken dan alleen de sport.’ Zo veranderde Circuit Zandvoort tijdens het raceweekend in een festival, met muziekoptredens en evenementen eromheen.
Afgelopen jaren stonden artiesten als Armin van Buuren, André Rieu en Duncan Laurence op het circuit; dit jaar zullen onder anderen Gerard Joling, DJ Paul Elstak en Kensington rond de grid te vinden zijn. ‘Veel Grands Prix hebben door Zandvoort toch wel geleerd hoe het moet’, vertelt Verstappen. ‘Daar mag je als organisator trots op zijn.’
‘De organisatie van Zandvoort heeft de lat voor de Europese Grands Prix hoger gelegd op het gebied van spektakel en entertainment’, zegt Stefano Domenicali, de baas van de Formule 1, in reactie op het vertrek. ‘Alle partijen hebben positief samengewerkt om een oplossing te vinden om de race te verlengen. We respecteren de beslissing van de promotor om de race in 2026 te beëindigen.’
Die timing lijkt achteraf gezien niet onhandig, nu de populariteit van Verstappen dit jaar al lijkt af te nemen. De Nederlander beleeft een moeizaam seizoen. Tijdens het laatste raceweekend in Bahrein werd hij negende. Dit jaar moet de Red Bull-coureur hopen op een wonder, wil hij bij zijn thuisrace op het podium eindigen.
De kaartverkoop is daar direct een afspiegeling van. Dit jaar zijn er voor het eerst vlak voor aanvang nog kaarten te krijgen voor zowel de vrijdag als de kwalificatie op zaterdag – en zelfs nog enkele voor de race op zondag. Al verwacht de organisatie die nog wel kwijt te raken.
Waarom de animo terugloopt kunnen ze bij de organisatie niet precies verklaren. Maar de prestaties – en wellicht ook het gedrag – van Verstappen lijken een flinke rol te spelen. ‘Hij presteert nog steeds goed’, zegt Van Overdijk, ‘maar het ziet ernaar uit dat hij geen wereldkampioen wordt. En dat heeft allemaal invloed.’
Dat Verstappens succes en het voortbestaan van de Grand Prix onlosmakelijk met elkaar verbonden waren, was vanaf het begin al duidelijk. ‘We wisten dat hij een contract had tot en met 2028. Toen we bezig waren met de terugkeer van de race, zeiden we al meteen: wat we ook gaan doen, we gaan ons nooit committeren tot na 2028.’ Een contract van vijf jaar (drie jaar, met een optie voor twee extra) volgde; daarna zou er opnieuw gekeken worden.
Maar afgelopen december werd duidelijk dat er niet opnieuw een meerjarenplan zou komen. Alleen nog 2026, en dan is het klaar.
Niet alleen interesse en momentum speelden een rol in die beslissing. Uiteindelijk draait het om het financiële plaatje. In tegenstelling tot veel andere landen ontvangt de organisatie in Zandvoort geen overheidsgeld. De begroting – zo’n 70 miljoen euro – moet volledig worden gedekt met inkomsten uit kaartverkoop en sponsoring.
Van Overdijk: ‘Wij hebben niet de financiële steun om, net als andere landen, zomaar een contract met tien of vijftien jaar te verlengen. Dat kan gewoon niet, het risico is te groot.’
Toch blijkt uit een analyse van De Telegraaf dat de organisatie de afgelopen jaren geen verlies draaide. Zonder overheidssteun kregen ze de begroting rond – met als grootste kostenpost de jaarlijkse fee die elke Grand Prix moet overmaken aan de Formule 1-top, naar verluidt om en nabij de 20 miljoen euro. Maar om dat in de toekomst ook te laten lukken, zijn uitverkochte tribunes nodig, drie dagen lang. Een lastige opgave.
De FOM, blij met de goede samenwerking en het nieuwe evenementenformat van Zandvoort, had de Grand Prix in de duinen graag op de kalender gehouden. Daarom kwam de organisatie met verschillende oplossingen, waaronder een afwisseling met een ander circuit, zoals het Belgische Spa-Francorchamps.
Maar dat wilde de Dutch GP niet. ‘Wij geloven niet in dat concept. Ons sponsormodel is de basis waarop wij drijven, niet onze kaartverkoop. En die partners willen het hele jaar door zichtbaar zijn rond de F1. Eén keer in de drie jaar is dan niet genoeg.’
Niet iedereen treurt over het naderende afscheid. Vanaf de herintroductie van de race in Zandvoort in 2021 klonk er stevige kritiek van natuurorganisaties. Het circuit ligt midden in de Kennemerduinen, een beschermd Natura 2000-gebied. Onder meer Stichting Duinbehoud, Stichting Rust bij de Kust en Natuur- en Milieufederatie Noord-Holland voerden rechtszaken, vanwege de stikstofuitstoot, de verstoring van flora en fauna, en de overlast voor omwonenden. Toch mochten de raceweekenden doorgaan.
De organisatie besloot dat het hoogtepunt in 2026 moest komen te liggen. ‘Dan komen de teams met nieuwe auto’s, dan komt er voor het eerst een elfde team naar de F1 en dan zullen we voor het eerst ook een sprintrace hebben.’
Zes weekenden per jaar vindt er tijdens een raceweekend naast de Grand Prix ook een sprintrace plaats, een race over 100 kilometer, ongeveer een derde van de normale Grand Prix-afstand. ‘Die wisten we er bij de FOM uit te onderhandelen’, zegt Van Overdijk. ‘Om er op die manier uit te gaan, met ongetwijfeld een uitverkocht huis, dat is het mooiste wat er is.’
‘We komen hier niet meer met de Formule 1, maar het circuit blijft’, vertelde Verstappen. ‘We kunnen er ook op andere manieren van genieten.’
Met het verdwijnen van de Formule 1 komen er in het hoogseizoen weer zes weken – die nu worden benut voor de op- en afbouw – vrij op het circuit. En dus kan ook de circuitdirecteur al stiekem dagdromen over een nieuw internationaal evenement. ‘Ik ga niet proberen hier een standaardrace terug te halen. Het moet iets zijn wat nog niet eerder in Nederland heeft plaatsgevonden, iets als Indycar of Nascar. Het moet iets aparts zijn’, zegt Van Overdijk.
Met de emoties valt het nu nog mee, zegt hij. Maar hij vermoedt dat die volgend jaar, als eenmaal de finishvlag heeft gewapperd, wel zullen komen. ‘Het is doodzonde dat zo’n evenement uit Nederland verdwijnt. Maar dat besef daalt pas in als het er straks niet meer is.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant