Matthijs Boelee (67), tot voor kort hoofd van de modeafdeling van ArtEZ in Arnhem, gaat al sinds de jaren negentig met zijn terriërs naar hondenwedstrijden.
Op 4 juli werd Matthijs Boelee Ridder in de Orde van Oranje-Nassau én haalde hij zijn nieuwe puppy op. „Het gebeurde na de laatste vergadering voor mijn pensioen, ik wilde meteen weg om naar de fokker te rijden, maar mijn collega’s hielden me paniekerig tegen.” En toen verscheen de Arnhemse burgemeester Ahmed Marcouch, met een lintje. „Stond ik daar in mijn suffe kleren. Ridder in korte broek.” Boelee werkte bijna veertig jaar bij de modeopleiding van ArtEZ die ontwerpers als Viktor & Rolf en Iris van Herpen voortbracht en waar hij zelf in 1985 afstudeerde. Sinds 2006 was hij er hoofd. „Een beter afscheidscadeau had ik niet kunnen wensen.”
Met interviews met actrice Tilda Swinton, Coldplay-bassist Guy Berryman en de fans van Fong-Leng
Lees alle stukken (vanaf 4 september online)
Al die jaren combineerde hij lesgeven met zijn grote hobby: honden. Boven de bank in zijn Arnhemse appartement hangt een groot schilderij van Penny, een van de West Highland White terriers met wie hij in de jaren negentig prijs na prijs won bij hondenkeuringen. Het toilet staat vol trofeeën en rozetten met teksten als „reserve kampioen teef”.
Samen met een vriendin met Schotse terriërs bezocht hij jarenlang hondenshows in Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Zweden. Een hoogtepunt was Crufts, in Birmingham. „De grootste hondenshow ter wereld met zo’n 20.000 honden. Waar je ook kijkt: hond, hond, hond.” Showhonden moeten wekelijks getraind worden. En getrimd. „Zo’n hond op de trimtafel is voor mij een soort yoga, ik ben dan helemaal gefocust.”
Als tiener had Boelee een Welsh pony. Toen die een veulen kreeg begon hij met dat veulen mee te doen aan shows. ’s Avonds paste hij op om zijn hobby te kunnen betalen. „Mijn vriendjes zaten gewoon op voetbal. Mijn familie vroeg zich af waar ik het vandaan had. Ik weet het ook niet. Zo’n keuring met al die mooie dieren, iedereen in nette witte kleding, ik vond het gewoon geweldig.” Op de tribune bij een keuring raakte hij aan de praat met W.L. Brugsma, destijds hoofdredacteur van de Haagsche Post. „Hij vond het zo leuk dat ik als 17-jarige bezig was met paardenfokken dat hij me een gratis dekking door hun hengst aanbood. Een heel bekende hengst. Geweldig.”
Toen hij ging studeren moest hij zijn paarden wegdoen. Na zijn studie nam hij zijn eerste terriër. „Ik neig altijd naar terriërs omdat ze een soort modestudenten zijn: stronteigenwijs, maar wel heel leuk.”
Op zijn fauteuil liggen kussentjes met het gezicht van zijn vorig jaar september overleden foxterriër Be-Be von der Bismarckquelle. „Een beeldschone hond, ze was Nederlands en Zweeds kampioen, maar ze had een pesthekel aan showen. Ik moest hemel en aarde bewegen om haar die ring rond te krijgen.” Be-Be had een eigen Instagram-account met ruim duizend volgers.
En nu is puppy Iskander von der Bismarckquelle er (van dezelfde fokker als Be-Be). Zodra hij negen maanden is begint zijn showcarrière. Boelee: „Ik ben niet bang voor het zwarte gat waar veel gepensioneerden in vallen.”
Stukken die je helpen om je leven fijner en je carrière beter te maken