Home

Ook het Duitse gedweep met alles wat Russisch is, staat vrede met Oekraïne in de weg

Nu het Russische leger verder Oekraïne binnendringt en de kans op een spoedige wapenstilstand, laat staan vrede, met de dag slinkt, vraag ik me af wanneer Europa president Zelensky de militaire hulp verschaft waarmee hij Poetin uit zijn land kan verdrijven. Met name Duitsland zal hierin het voortouw moeten nemen, onder meer door Taurus-raketten aan Kyiv te leveren. Maar hoewel de nieuwe bondskanselier Friedrich Merz een verademing is vergeleken met zijn voorganger, reageert hij even voorzichtig als het om die raketten gaat.

Die ambivalente houding is gebaseerd op een combinatie van schuldgevoel over de nazi-misdaden op het grondgebied van de Sovjet-Unie tijdens de Tweede Wereldoorlog en een eeuwenoud gedweep met de ‘Russische ziel’, die volgens schrijvers als Vladimir Nabokov en Anton Tsjechov vooral een excuus is om er een potje van te maken.

Over die Duitse ‘liefde’ voor alles wat Russisch is, las ik ook in het helder geschreven Germany’s Weimar Republic and Bolshevik Russia. Partners in Secret Military Rearmement from 1919-1939 van Herman Unger, een Haagse kenner van de Russische militaire geschiedenis. Zo laat hij onder meer zien hoe de internationale diplomatie in die jaren voortdurend werd misleid door de Duitse legerleiding, die in het geheim bezig was met de opbouw van een modern aanvalsleger.

Over die Duits-Russische militaire samenwerking is inmiddels veel bekend. Uitgangspunt daarbij is het Verdrag van Rapallo (1922), waarin Duitsland de nieuwe Sovjet-Unie erkende, die op haar beurt afstand deed van de herstelbetalingen die de Duitse regering Moskou verschuldigd. Maar wel woedt er tot op heden een hardnekkig debat of ‘Rapallo’ ook geheime militaire clausules bevatte.

Alle officiële documenten van dat verdrag zijn in 1945 door het Rode Leger mee naar Moskou genomen en liggen daar in een gesloten militair archief. De Duitsers konden na 1945 die geheime militaire clausules dan ook moeiteloos ontkennen. Anders zouden ze behalve hun schending van de vredesbepalingen van Versailles ook moeten toegeven dat ze met de door hen geleverde militair-technologische kennis het Rode Leger hebben helpen opbouwen. De liefde kwam tenslotte van twee kanten.

Unger is nu op het proefschrift gestuit van de Russische historicus Sergej Jermatjenkov, die wel toegang had tot dat militaire archief en daar twee militaire samenwerkingsverdragen ontdekte, die kort na ondertekening van 'Rapallo' werden gesloten. Uit die verdragen blijkt dat de militaire samenwerking zeer omvangrijk is geweest. Zonder hulp van de Sovjet-Unie in de jaren voorafgaand aan 1933 zou Hitler zelfs nooit in staat zijn geweest om zes jaar later een grote oorlog te beginnen en bijna heel Europa te veroveren.

In het tweede deel van zijn verhelderende boek richt Unger zich op de manier waarop de Grote Vier – de VS, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Italië – na 1917 met de bolsjewistische machthebbers omgingen. Het deed me huiveren over de toekomst, want de tegenstellingen binnen die Grote Vier vertonen overduidelijke parallellen met het heden. Het doet mij naar een nieuwe Churchill of Clemenceau verlangen, die al meteen doorhadden met wie ze in Moskou van doen hadden.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next