Home

Omzien naar Omtzigt

In een straatboekenkastje vind ik een gaaf exemplaar van het boek Een nieuw sociaal contract van Pieter Omtzigt. De bladwijzer verraadt dat de lezer op pagina 94 is blijven steken. Het is de negende druk van dit in 2021 verschenen boek. Omtzigt staat pontificaal op het omslag in een fraai donker kostuum, zonlicht op het gelaat – een visionair blikt ontspannen, maar vastberaden vooruit.

Wie kijkt er vier jaar later nog naar hem om? In de Tweede Kamer valt zijn naam nauwelijks meer, zelfs niet in het recente debat over de politieke chaos die is ontstaan mede door toedoen van NSC, de door Omtzigt opgerichte partij.

Diep ontroerd luisterde Omtzigt bij zijn afscheid in mei toe hoe Tweede Kamer-voorzitter Martin Bosma hem zo ongeveer het politieke graf in prees. Bosma verwees naar mensen die zeggen: „Ik wil ook een Omtzigt worden.” „Zoals jij waren er geen twee”, aldus Bosma, „je gaat weg als een instituut.” Bosma noemde de twintig zetels die NSC bij de verkiezingen won: „Groter compliment van de kiezer is niet mogelijk.”

Het is allemaal min of meer waar, maar tegelijk zijn al die schone woorden nu verbleekt in het onbarmhartig scherpe licht van ontwikkelingen die zich toen al aftekenden. Dit zei Omtzigt zelf bij zijn afscheid als partijleider: „Ik ben trots op onze partij. En weet dat het gedachtengoed over meer bestaanszekerheid en goed bestuur in uitstekende handen is. Vol vertrouwen draag ik dit ook over aan Nicolien van Vroonhoven. Ik ben de kiezers dankbaar voor steun en vertrouwen.”

Erg lang heeft die dankbaarheid van de kiezer niet geduurd; de partij staat in de peilingen nu op nul tot één zetel. Omtzigt en zijn partij voelen zich erg tegengewerkt door de andere partijen in de regeringscoalitie, zo bleek ook deze week weer uit het bijna wanhopig klinkende verweer van Van Vroonhoven in de Tweede Kamer. Maar ik mis de hand in eigen boezem. Politiek columnist Hans Goslinga schreef in Trouw: „Het gevaar zit derhalve niet bij populisten, maar bij gematigde politici die bereid zijn hen aan de macht te helpen.”

Zo’n gematigde politicus was Omtzigt. Na veel geaarzel en ander tijdrovend gedoe koos hij voor samenwerking met Wilders – en hielp hem daarmee aan de macht. Als dank daarvoor staat Wilders nu NSC de huid vol te schelden: „Alles wat zij aanraken verandert in puin. Alleen Hamas steunt NSC nog.”

Hoe kon Omtzigt zo naïef zijn op een politicus als Wilders te vertrouwen? Femke Zeedijk, afvallig Kamerlid van NSC, vertelde daar onlangs in de Volkskrant over. Omtzigt zag Wilders het beruchte, gemanipuleerde verkiezingsdebat bij SBS winnen en zei: „Misschien gaan we wel met Wilders in een kabinet.” „Als je dat maar laat”, had Zeedijk gezegd. Daarop zou Omtzigt hebben gezegd: „Ja maar Femke, als dat gebeurt, kan ik hem alles laten beloven, hij wil zo graag regeren.”

Het was een fatale misrekening. Wilders wil ageren, niet regeren. Liever afbraak dan opbouw. Dat had Omtzigt kunnen weten als hij zich in het politieke gedrag van Wilders had verdiept. De gevolgen zijn vol wrange ironie. Wilders geniet weer in zijn oude positie, de regering ligt net als NSC op haar gat en Omtzigt is alsnog op zoek naar een „functie elders”.

Source: NRC

Previous

Next