Home

In Zoeterwoude willen ze ‘de nacht terug’ en meer verlichting, maar de natuur is juist gebaat bij duisternis

Veiligheid Het donkere „Spokenpad” naar Leiden voelt voor veel vrouwen uit Zoeterwoude onveilig. Bewoners willen lantaarnpalen, maar ecologen waarschuwen: te veel licht schaadt de natuur én het zicht.

Deelnemers van de fietstocht tegen geweld tegen vrouwen in Zoeterwoude fietsen onder meer over het Spokenpad.

Zoeterwoude-dorp heeft geen HBO of universiteit. Er is zelfs geen middelbare school te vinden. Tientallen kinderen en studenten fietsen daarom dagelijks zes kilometer naar het nabijgelegen Leiden. Een route die in de Zoeterwoudse gemeenschap bekend staat als „het Spokenpad”, een slingerend fietspad door de polder tussen weilanden, beekjes en bossen, op sommige plekken uitermate slecht verlicht. Volgens Lisa Smit, een negentienjarige student Social Work, weet „iedereen hier” dat je als vrouw in het donker op bepaalde stukken van de weg „absoluut niet moet komen”. „Jongens sluiten je in, roepen je dingen na of trekken aan het stuur van je fiets. Heel erg beangstigend.”

Annelies Smit (links) en Bianca Choufour, organisatoren van het fietsprotest tegen geweld tegen vrouwen, spreken de deelnemers toe.

Haar moeder Annelies Smit (52) vond dit soort incidenten al afgrijselijk. Ze heeft, vertelt ze, in haar eigen leven „het nodige” meegemaakt in het donker. Ze hoorde verhalen van vrouwen die dit ook regelmatig meemaakten. Maar na het ernstige misdrijf vorige week, waarbij de zeventienjarige Lisa uit Abcoude werd vermoord terwijl zij vanuit Amsterdam naar huis fietste, was de maat voor Smit vol. Samen met Bianca Choufour (48) besloot zij een fietstocht te organiseren in het donker over het „Spokenpad”, om „de nacht terug te eisen” en de gemeente om meer verlichting te vragen.

Op woensdagavond, precies om klokslag negen uur, staan zo’n honderd inwoners op het dorpsplein. Ouderen op de elektrische fiets, bezorgde vaders, jonge koppels, dochters en moeders: vrijwel iedereen is van mening dat er iets moet veranderen. Dat mannen meer verantwoordelijkheid moeten nemen, klinkt het, elkaar moeten aanspreken. En nog geen vijf minuten na de start van de tocht zegt Lisa dat „er toch wel echt meer verlichting mag komen, dan voel je je in elk geval veiliger”.

Extra verlichting

Draagt extra verlichting wel echt bij aan veiligheid tijdens de nachten? „Het is een hele primitieve gedachte om overal maar veel lantaarnpalen met led-verlichting neer te zetten”, vertelt Ellen de Vries, voorzitter van de expertgroep lichthinder van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde. Zij ziet dat veel gemeenten elke meter van een route zo zichtbaar mogelijk willen maken, of na een incident maar besluiten een lichtbron op die plek neer te zetten in een soort Pavlov-reactie.

Maar te sterk of te veel licht kan juist averechts werken, legt ze uit. „Denk aan een sterk verlicht billboard. Je ogen passen zich aan op de billboard en de omgeving eromheen wordt duisterder”, vertelt De Vries. Een silhouet van een persoon naast de lantaarnpaal is daarmee lastiger waar te nemen en vluchtwegen zijn moeilijker te spotten.

Daarnaast ziet ze nóg een probleem met het plaatsen van felle verlichting. Niet overal is dat toegestaan, vanwege milieuwetgeving. Als locoburgemeester van de gemeente Zoeterwoude Paul Olthof (CDA) halverwege de fietstocht moet afremmen vanwege een scherpe bocht na een afdaling, legt hij uit dat politieagenten meermaals hebben aangegeven dat zij hier meer verlichting zouden willen. Terwijl hij naar de rechterkant van de weg wijst, naar een beekje, vertelt hij dat „hier Polderpark Cronesteyn ligt”, een natuurgebied en een broedplaats voor vleermuizen. „Scherpe verlichting in de nacht zou voor die vleermuizen desastreus zijn, want die vermijden licht. Dus heb je pech en kunnen wij die lantaarnpalen niet plaatsen.”

Lichtvervuiling

Ecoloog en bioloog Kamiel Spoelstra, die bij het onderzoeksinstituut NIOO-KNAW onderzoek doet naar het effect van lichtvervuiling op de natuur, geeft aan dat de behoefte van gemeenten aan meer verlichting ook een daling van de biodiversiteit met zich meebrengt. Spoelstra: „Insecten worden aangetrokken tot lichtbronnen. Door dat felle licht beginnen ze rondjes te vliegen, aangezien het in de nacht hun oriëntatie naar de maan verwart.” Insecten raken vermoeider, kunnen zich niet voortplanten of worden te grazen genomen door spinnen of vogels, die slim inspelen op de nieuwe lichtbron. „Nachtdieren, zoals vleermuizen, vermijden te fel licht. Die zullen vluchten.”

Een andere kijk op verlichting is hard nodig, vindt verlichtingsdeskundige De Vries. Volgens haar is het beter om met heel veel kleine lichtjes een omgeving te vormen die zowel voldoet aan de milieuvoorschriften, als veiligheid biedt. „In Eindhoven hebben we dat toegepast in een park. Dat trok veel mensen, dus dan zijn er veel personen die elkaar controleren en eventueel kunnen ingrijpen als het misgaat.”

Deelnemers van de fietstocht in Zoeterwoude. Volgens lichtexperts is het plaatsen van lantaarnpalen niet altijd de beste optie.

Landschapsarchitecten en gemeenten zouden hier volgens De Vries bewuster naar moeten kijken. Maar: „In polders en bossen is het haast onmogelijk. Daar kan je het beste met meerdere mensen in groepjes fietsen. Maar bij steden kan gepland worden, dat je bijvoorbeeld geen coffeeshop naast een duister park laat bouwen.”

Dat die ogenschijnlijk veilige, warme omgeving niet overal gevormd kan worden, blijkt uit het laatste stuk van de fietstocht rond Zoeterwoude. Die brengt de groep naar een uitgestrekt gebied met alleen maar weilanden, met geen mens in zicht. In het wegdek zijn regelmatig kleine lichtjes te vinden die de route uitstippelen, maar de omgeving is verder vrijwel geheel donker. Magdalena Vlasveld (38), moeder van twee jonge dochters, is vastbesloten en zegt tegen een vriendin: „Als mijn dochters groot zijn, speel ik wel taxi.”

Source: NRC

Previous

Next