Filmfestival van Venetië Met ‘La Grazia’ opende woensdagavond het 82ste filmfestival van Venetië. Als er één overkoepelend thema is in het fenomenale programma dit jaar is het: monsters. Dat zijn fictieve monsters als Frankenstein, maar ook „monsters van de 21ste eeuw”: als Poetin en Gaddafi.
Acteur Toni Servillo is op het filmfestival van Venetië voor zijn nieuwe film ‘La grazia’. De nostalgische potentiële publiekslieveling opent woensdagavond het festival.
‘Alleen monsters spelen god”, staat er in kapitalen op verschillende onheilspellende filmposters langs de kustweg richting het Palazzo del Cinema, waar woensdagavond de 82ste editie van het Film Festival van Venetië is begonnen. Het is de tagline voor een van films op het festival dit jaar waar het meest naar wordt uitgekeken: Guillermo del Toro’s Frankenstein, die zaterdag in première gaat. Maar „monsters” zijn ook een belangrijke rode draad op het festival dit jaar, stelde festivaldirecteur Alberto Barbera vooraf in verschillende interviews.
Zijn festival wordt de laatste jaren geassocieerd met glamour, Oscarwinnaars én Netflixpremières – de streamingdienst heeft deze editie drie films in de hoofdcompetitie. Ook dit jaar is de lijst met Hollywoodsterren die op de watertaxi naar het Lido stappen lang en indrukwekkend. Zo opent het festival woensdagavond met de nostalgische, potentiële publiekslieveling La grazia van Oscarwinnaar Paolo Sorrentino (La grande bellezza). Vrijdagavond zal Julia Roberts voor het eerst op de Venetiaanse rode loper te zien zijn, samen met tegenspelers Andrew Garfield en Ayo Edebiri voor Luca Guadagnino’s After the Hunt. Een drama over generatieconflicten en consent. Zaterdag maken George Clooney en Adam Sandler hun opwachting, zij spelen mee in Noah Baumbachs Jay Kelly over een filmster met een identiteitscrisis op roadtrip met zijn manager. En dat zijn maar enkele van de grote namen.
Maar Barbera weet dat wat er gebeurt in de rest van de wereld niet kan worden genegeerd terwijl op het Lido de ene na de andere potentiële Oscarkandidaat in première gaat en gediscussieerd wordt over wie met de Gouden Leeuw naar huis gaat. Hij wees er na de presentatie van zijn line-up dus op dat er op het festival dit jaar niet alleen letterlijke monsters te zien zijn, zoals in Del Toro’s film, of in Netflixserie Il Mostro – true crime over een Florentijnse seriemoordenaar. De „echte monsters van de afgelopen eeuw” duiken ook op in de selectie, zoals Poetin of Gaddafi. In fictiefilm The Wizard of the Kremlin speelt Jude Law bijvoorbeeld Vladimir Poetin tijdens zijn klim naar de macht. In documentaire My Father and Qaddafi probeert Jihan K een beeld te krijgen van haar plots verdwenen vader Mansur Rashid Kikhia. Hij was mensenrechtenadvocaat die diende in Gaddafi’s brute regime en nadat hij uit de regering was vertrokken een vreedzame oppositieleider werd. En dan zijn er volgens Barbera ook nog films waar „de monsterlijkheid” van de oorlog in Oekraïne en Gaza aan bod komt.
Deze films voorkomen waarschijnlijk niet dat er tijdens het festival politiek getinte protesten zullen plaatsvinden. Activisten riepen woensdagochtend voor het Palazzo del Cinema nogmaals op tot een mars op het Lido komende zaterdag. Tijdens de persconferentie waar later op de dag de jury van de hoofdcompetitie, onder leiding van regisseur Alexander Payne, werd voorgesteld, vuurden journalisten de ene na de andere vraag af over de oorlog in Gaza én over een open brief die afgelopen zaterdag is gepubliceerd. Hierin vroegen talloze filmmakers aan het festival om onder meer „helder de voortdurende genocide in Gaza en etnische zuivering in Palestina door de Israëlische regering en leger te veroordelen”. Tijdens de persconferentie ontweek juryvoorzitter Payne alvast stekelige vragen van journalisten door te zeggen dat hij „zich een beetje onvoorbereid voelde”, hij in Venetië is „om te praten en oordelen over cinema” en overtuigd is dat zijn politieke opvattingen „in overeenstemming [zijn] met veel van die van jullie”.
Gepraat over films zal er natuurlijk worden op het Lido de komende dagen. Zoals over de openingsfilm van Sorrentino, over een politicus die zich juist niet monsterlijk, maar zeer menselijk gedraagt. Zeker in vergelijking met de politici die de regisseur eerder op het scherm bracht. Vaste Sorrentino-acteur Toni Servillo speelt ditmaal de fictieve Italiaanse President Mariano De Santis, die weet dat hij binnenkort het Quirinaalpaleis moet verlaten. Zijn dochter probeert hem nog snel een aantal cruciale dossiers te laten afronden, zo zou hij een euthanasiewet moeten goedkeuren en een pardon voor twee gedetineerden. Maar de melancholische, eeuwig twijfelende en alles uitstellende katholieke president is nog niet klaar om afscheid te nemen van zijn functie. En meer dan in de euthanasiewet is hij geïnteresseerd in met wie zijn overleden vrouw is vreemdgegaan veertig jaar geleden. Sorrentino is in vorm, met een film die door en door Italiaans voelt – bij een grap over een lichte maaltijd met quinoa die volgens De Santis’ beste vriendin slechts „de suggestie van eten” is, ging er een bulderlach door de zaal met veel Italiaanse pers. De regisseur combineert opnieuw elegant lichtheid met melancholische mijmeringen. Het levert een prettige en hoopvolle opening op.
Lees ook: De imposante line-up van het filmfestival van Venetië: 9 films om naar uit te kijken Lees ook: Daniel Ernst maakte een VR-ervaring over het verlangen voor altijd door te leven in een digitale wereld: ‘AI biedt een oneindigheid aan valse herinneringen’
De beste filmstukken interviews en recensies van de nieuwste films
Source: NRC