Home

Zijn er wel dertig Nederlandse AEX-fondsen?

is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.

Op 22 september moet de AEX-index, de graadmeter van de Nederlandse aandelenmarkt, dertig fondsen gaan tellen in plaats van de huidige 25. Met dat aantal evenaart de AEX de beroemdste index ter wereld: de Amerikaanse Dow Jones.

Dat is niet de reden dat Euronext hiertoe heeft besloten. De bazen van de beurs vinden dat het wel en wee van de index te afhankelijk is van enkele zwaargewichten, zoals ASML, Shell en ING. Als die van hun plaats komen, schiet de hele index dezelfde kant op.

Maar de Nederlandse aandelenmarkt is die van Amerika niet. Op Euronext Amsterdam staan nauwelijks voldoende bedrijven van enig gewicht genoteerd om er een handvol bij te halen. De AEX zal de zogenoemde Midkap-index (de index van middelgrote bedrijven) moeten strippen om tot een getal van dertig te komen. Van die index blijft dan helemaal weinig over.

Op de beurs is al 25 jaar een kaalslag gaande. Veel fondsen zijn overgenomen door concurrenten of opkoopfondsen (private equity). In de afgelopen tien jaar zijn dat er alleen al 36, waaronder kort geleden nog baggeraar Boskalis, fietsenfabrikant Accell en Beter Bed. Douwe Egberts-moeder JDE Peet’s maakte deze week bekend de beursnotering op te heffen. Aegon overweegt voor een notering in de VS te kiezen, waar ook het hoofdkantoor naartoe zal worden verplaatst.

Daar zijn nauwelijks Nederlandse bedrijven voor teruggekomen. Coolblue, bol.com en WeTransfer hadden beursnoteringen aangekondigd, maar zagen daar op het laatste moment van af.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Nederlandse bedrijven vinden de eisen van een beursnotering te hoog, zoals het feit dat ze continu opening van zaken moeten geven. Hiertoe moeten de belangen op lange termijn wijken voor die op korte termijn.

Daarom bestaat de AEX steeds meer uit bedrijven die afgezien van de notering weinig of niets met Nederland hebben te maken, laat staan met de stand van de Nederlandse economie: de Luxemburgse staalfabrikant ArcelorMittal, de Zuid-Afrikaanse investeringsmaatschappij Prosus, de Italiaanse belegger Exor en het internationale platenlabel UMG.

Sinds 1983 is het aantal Nederlandse beursbedrijven met een notering in Amsterdam bijna gehalveerd. Dat was het jaar dat wijlen Tjerk Westerterp, de flamboyante directeur van de optiebeurs, de AEX bedacht. Hij had gezien dat in de VS opties op de beursindex populair waren.

Tijdens een treinreis van Brussel naar Luik stelde Westerterp een lijstje op van dertien fondsen die in de index werden opgenomen. In maart van dat jaar kwam de optie in de notering, die meteen een succes werd. In 1990 zouden er uiteindelijk 25 fondsen in zijn opgenomen. Nu komen er dus vijf bij, waarbij de namen van opkoopfonds CVC, industrieel concern Aalberts, het Poolse postbedrijf InPost, ingenieursbureau Arcadis en platformbouwer SBM Offshore de ronde doen.

Voor die fondsen is dat leuk, omdat ze gaan meedraaien in de index, die door veel beleggers wordt gebruikt. Indexbeleggers moeten die aandelen indirect kopen en dat kan de koersen een duwtje geven. Voor de achterblijvers is het zuur, want die belanden nog meer in de vergeethoek.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next