Home

Wat is de verantwoordelijkheid van mannen bij gendergeweld? ‘Een moord zoals die op Lisa is geen losstaand incident’

‘Het begint bij ons, bij mannen’, schreef Milio van de Kamp afgelopen weekend op Instagram. De socioloog en schrijver was niet de enige met die boodschap: na de moord op Lisa gaan online veel stemmen op voor mannelijke interventie bij gendergeweld. Maar hoe ziet dat eruit?

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant, met als specialisme sociale ongelijkheid.

‘Omdat het probleem bij ons ligt. Wij als mannen veroorzaken dit’, antwoordt Milio van de Kamp, gevraagd naar het waarom van zijn bericht. ‘Ik zie al langer een tendens waarbij mannen denken: ‘Zolang ik me niet aan seksueel geweld schuldig maak, ben ik er ook niet verantwoordelijk voor’. Daar stoor ik me aan.’

Hij pleit online al langer voor positieve betrokkenheid van mannen bij gendergerelateerd geweld. Op sociale media verschenen de afgelopen week meer berichten met eenzelfde strekking. Het tij is aan het keren, ziet Renée Römkens, emeritus hoogleraar Gender Based Violence van de Universiteit van Amsterdam.

Zij herinnert zich de eerste zogenoemde Heksennacht nog, medio jaren zeventig. Ze was erbij toen in zeker tien Nederlandse steden vrouwen de straat opgingen, uit protest tegen de moord op de Amerikaanse Susan Alexander Speeth, die werd neergestoken terwijl ze onderweg was naar huis. Ook elders in de wereld demonstreerden vrouwen massaal.

Mannen in het debat

‘Vrouwen Eisen de Straat Terug’ luidde toen de strijdkreet. Het doet denken aan ‘Wij eisen de nacht op’, dat sinds de moord op Lisa op posters en stickers door heel Nederland is te lezen. Het verschil met toen, ziet Römkens, is dat zich nu meer mannen in het maatschappelijk debat mengen. Een noodzakelijke ontwikkeling, meent zij.

De term ‘femicide’ wint sinds enige jaren aan bekendheid. Consensus over de definitie ontbreekt: het European Institute for Gender Equality spreekt van moord op een vrouw vanwege haar gender. De dood van de 17-jarige Lisa is volgens Römkens als zodanig te interpreteren, mede doordat de verdachte ook verdacht wordt van een zedenmisdrijf gepleegd aan de Amsterdamse Weesperzijde.

Maar, zo benadrukt zij ook, ‘de man die uit de bosjes springt en aanvalt, is binnen gendergerelateerd geweld de uitzondering’. ‘Verreweg het meeste geweld, ook dodelijk geweld, wordt tegen vrouwen binnenshuis gepleegd. Het is belangrijk dat te blijven benadrukken.’

‘Onderstroom van misogynie’

De emeritus hoogleraar ziet wel een duidelijk verband tussen zulke geweldsexcessen en meer subtiele vormen van geweld, zoals ongewenste aanrakingen in het uitgaansleven en seksistische opmerkingen. Allen hebben zij gemeen dat ze worden gevoed door ‘een onderstroom van misogynie’, die ook buiten Nederland aanwezig is. Römkens: ‘Een moord zoals die op Lisa is geen losstaand incident, dat kwartje begint hier te vallen’.

Gendergerelateerd geweld is een complex en veelomvattend probleem, benadrukt ook Emancipator. Die stichting houdt zich al jaren bezig met het betrekken van mannen bij de bestrijding van seksisme en gebruikt hiervoor een piramidemodel. In de bovenste lagen bevinden zich extremen zoals moord en verkrachting. Onderin kleedkamerpraat, seksistische grappen en de dubbele moraal – in het midden onder meer naroepen en stalking.

De piramide is niet opgebouwd naar heftigheid, benadrukt projectmedewerker Hessel, die niet met achternaam genoemd wil worden omdat hij regelmatig met bedreigingen te maken heeft. ‘Stalking staat bijvoorbeeld niet in de top, maar kan op slachtoffers even goed heel veel impact hebben.’ Het model dient als handvat ter herkenning van seksistische patronen en laat zien waar ruimte is voor ingrijpen.

Verantwoordelijkheid als omstander

In een Amerikaans onderzoek uit 2012 werd mannelijke interventie bij gendergeweld onderzocht. Succesvolle interventie gaat volgens een patroon, net zoals dat bij bijvoorbeeld straatgeweld het geval is. Zo moet de omstander de situatie eerst opmerken, waarna het besef moet indalen dat er iets problematisch of gevaarlijks aan de gang is. Daarop volgt een cruciale stap: accepteren dat je als omstander een verantwoordelijkheid hebt. Dat besef leidt vervolgens tot actie.

In het onderzoek werden tientallen mannen ondervraagd over hun motivatie om al dan niet in te grijpen bij gendergeweld. Context bleek een belangrijke factor: hoe goed ken je bijvoorbeeld de persoon die je aanspreekt en hoe groot is het gezelschap waarin je je bevindt?

Hessel van Emancipator herkent dat. ‘In het bijzijn van onbekenden, in een hiërarchische context of op een plek waar mannelijkheid de norm is, is ingrijpen lastiger. Dan dreigt uitsluiting, gezichtsverlies of conflict.’

Het is belangrijk, benadrukt hij, om de drempel voor ingrijpen bij gendergeweld niet te hoog te leggen. ‘Men denkt al snel aan verkrachting, maar daar zullen de meeste mannen nooit getuige van worden.’ Wat wel kan: je als man laten horen bij een seksistische grap of dubbele moraal aankaarten. Op lange termijn leidt dat tot een norm- en cultuurverandering, alhoewel gewelddadige excessen nooit helemaal zullen verdwijnen.

Dat gendergerelateerd geweld alleen de daders aangaat, is een misvatting, benadrukken de deskundigen. Het gaat om een collectief probleem dat volgens Römkens ‘nu nog te veel geïndividualiseerd wordt’. ‘Niet alle mannen zijn moordenaars en verkrachters’ hoor je dan vaak, en dat klopt natuurlijk. Maar die redenering reduceert gendergeweld tot de hevige incidenten, terwijl het veel breder is dan dat’.

Socioloog Van de Kamp beaamt dat. ‘Ik denk dat wij mannen de factoren die spelen bij gendergeweld nog niet inzien en soms ook niet durven inzien. Dat moet veranderen, het is aan ons om het ongemakkelijke gesprek aan de keukentafel en in de kroeg te voeren’.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next