Lang niet iedereen voelt zich vrij of veilig op het internet. Vooral lhbtqia+-personen krijgen veel te maken met online haat. Dat komt mede door de manier waarop apps en sites zijn ontworpen.
Online omgevingen kunnen heel belangrijk zijn voor jongeren van wie de identiteit nog in ontwikkeling is. Bijvoorbeeld als ze worstelen met hun geaardheid.
"Sommige jongeren verbergen delen van hun identiteit nog voor hun omgeving en zijn op zoek naar gelijkgestemden", zegt Gabriël van Beusekom, die die zich als universitair docent aan de Universiteit Utrecht richt op onderzoek naar de gezondheid en sociale relaties van seksueel en genderdiverse jongeren. "Dat geldt eigenlijk voor alle gestigmatiseerde groepen. Voor die mensen is het belangrijk om elkaar te vinden."
Veel worstelende jongeren gaan uit zelfbescherming anoniem online. "Als je als lhbtqia+-persoon discussieert over gepolariseerde onderwerpen, liggen negatieve reacties in de lijn der verwachting", vervolgt Van Beusekom. "Het is soms beter om een anoniem account te gebruiken om erover mee te praten."
Maar anoniem online gaan is op een aantal netwerken steeds minder vaak een optie. Zo vragen Facebook en LinkedIn aan gebruikers om echte namen te gebruiken. Het idee is dat echte namen meer vertrouwen wekken en de authenticiteit van gebruikers verhoogt. In werkelijkheid durven sommige mensen vanwege dat beleid juist níét zichzelf zijn, schrijven onderzoekers van het Rathenau Instituut in het rapport Inclusief online.
Gebruikers hebben geen inspraak in het beleid. Onderzoeker Wouter Nieuwenhuizen vindt dat dit moet veranderen en vergelijkt het vormgeven van online omgevingen met het vormgeven van de fysieke wereld.
"We vinden het normaal dat we samen nadenken over wat we met een plein willen doen", zegt Nieuwenhuizen. "Willen we een speeltuin of een voetbalveldje? Daar gaan afwegingen aan vooraf die democratisch worden gemaakt. Die manier van denken zijn we online niet gewend, maar ook díé ruimte moeten we samen ontwerpen."
In het rapport geven de onderzoekers een paar voorzetjes van hoe het in de online wereld anders kan. Bijvoorbeeld dat gebruikers kunnen bellen met moderators, die bepalen wat wel en niet gedeeld mag worden. "Waarom kunnen we de klantenservice van bedrijven wel bellen, maar die van grote socialemediaplatforms niet?", vraagt Nieuwenhuizen zich hardop af.
Tot slot hopen de onderzoekers dat inclusiviteit en mensenrechten hoger op de agenda van de platforms komen te staan. "En voor overheden ligt een taak om daar bij platforms op aan te sturen", zegt Nieuwenhuizen. "We moeten zorgen dat er wezenlijk iets verandert. Hoe de online ruimte wordt ontworpen, bepaalt hoe veilig het is voor gebruikers."
Source: Nu.nl Tech