Gun jonge ondernemers lucht en tijd. Uiteindelijk betaalt dat zich dubbel en dwars terug in banen, innovatie en zelfs belastingopbrengsten.
De Nederlandse economie draait op ondernemers. Niet op grote corporaties alleen, maar juist op die kleine, dwarse, jonge bedrijven die iets nieuws proberen. Toch is het uitgerekend die groep die vanaf dag één verstrikt raakt in het web van belastingen, premies en regels. Alsof je een marathonloper bij de start eerst een rugzak van 40 kilo meegeeft en daarna zegt: ‘Succes, rennen maar’.
Ik vind dat we jonge, startende ondernemers in hun eerste jaren nauwelijks of helemaal niet zouden moeten belasten. Niet alleen omdat het eerlijker is, maar vooral omdat het economisch slimmer is.
Iedereen weet: in Nederland betaal je veel belasting. Het progressieve stelsel is bedoeld om eerlijk te verdelen. Maar voor ondernemers geldt iets extra’s: je betaalt inkomstenbelasting, btw-afdracht, premies en, zodra je groeit, ook werkgeverslasten. Zelfs als je maar net rondkomt, moet je per kwartaal keurig je aangifte doen en soms duizenden euro’s overmaken aan de Belastingdienst.
Vergelijk dat eens met landen als Estland of Ierland. In Estland bijvoorbeeld, een land dat bekendstaat als start-upwalhalla, betaal je geen winstbelasting zolang je die winst opnieuw investeert in je bedrijf. Pas wanneer je uitkeert of structureel winst maakt, komt de fiscus om de hoek kijken. In Ierland liggen de tarieven structureel lager en bestaat er een cultuur waarin ondernemers eerder gesteund dan afgeremd worden. Dat geeft lucht. Dat geeft ruimte om te groeien. En vooral: dat stimuleert ondernemers om risico’s te nemen zonder meteen kopje-onder te gaan door cashflowproblemen.
Vincent de Boer is ondernemer en heeft zijn eigen marketingbureau.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
In Nederland is die ruimte er nauwelijks. We heffen, reguleren en controleren in een mate die de durf uit het ondernemen haalt. Voor grote corporates met eigen fiscalisten is dat te overzien. Voor de starter die net z’n eerste factuur verstuurt, voelt het als een mokerslag. Terwijl dat precies de fase is waarin start-ups hun geld het hardst nodig hebben: niet voor luxe, maar voor software, productontwikkeling, marketing en hun eerste medewerkers.
We weten uit onderzoek dat jonge bedrijven een disproportioneel aandeel hebben in economische vernieuwing en werkgelegenheidsgroei. Hen juist in een kwetsbare fase belasten, werkt contraproductief. Het haalt de scherpte uit ons ondernemersklimaat en ontmoedigt mensen überhaupt te starten. Bovendien: de staat loopt helemaal niet zoveel mis als men denkt. De meeste start-ups draaien in hun eerste jaren geen enorme winsten. Dus het belastinggeld dat de overheid daar weghaalt, is relatief klein, maar de rem die het zet op groei, is groot.
Als we jonge ondernemers de eerste drie tot vijf jaar volledig zouden ontzien van inkomstenbelasting, zou dat niet alleen meer mensen stimuleren om de stap te zetten, het zou ook leiden tot sterkere, gezondere bedrijven. Beginnende ondernemers die worden ontzien, kunnen hun winst terug de onderneming in pompen. Dat levert werkgelegenheid, innovatie en uiteindelijk, op langere termijn, meer belastinginkomsten op. Ondernemen is nu vaak een luxe die je je moet kunnen veroorloven. Dat zou het niet moeten zijn.
Ik spreek niet alleen vanuit theorie. Ik ben zelf ondernemer. Op mijn 25ste ben ik gestart met mijn eigen marketingbureau in Groningen. Ondernemen in Nederland voelt soms alsof je met een handrem aantrekt. Vanaf de eerste dag ben je niet alleen bezig met je klanten en je groei, maar ook met het inrichten van een administratie die voldoet aan alle eisen. Je moet btw-aangiftes doen, een buffer reserveren voor inkomstenbelasting, nadenken over verzekeringen en pensioen – terwijl je omzet misschien nog maar net genoeg is om je eerste vaste lasten te dekken.
Dat wringt. Je bent bezig om iets op te bouwen dat op lange termijn waarde kan hebben. Dat werkgelegenheid kan creëren, andere ondernemers verder kan helpen, innovatie kan stimuleren. Toch word je al behandeld alsof je een gevestigde multinational bent. Voor mij persoonlijk betekent dat dat ik soms meer tijd kwijt ben aan plannen hoe ik belasting technisch moet overleven, dan aan creatieve strategieën voor klanten.
De politiek heeft de mond vol van het ‘stimuleren van innovatie‘ en ‘het mkb als de motor van onze economie’. Maar zolang jonge ondernemers vanaf dag één behandeld worden als gevestigde bedrijven, blijft dat een loze kreet. We moeten durven kiezen. Belast jonge bedrijven in hun start-upfase niet of nauwelijks. Gun ze lucht. Gun ze tijd. Want uiteindelijk betaalt dat zich dubbel en dwars terug, in banen, innovatie en belastingopbrengsten die wél substantieel zijn.
Ik weet hoe het voelt om als ondernemer elke maand te jongleren met belasting, kosten en investering. En ik weet ook hoeveel energie het geeft als je even geen ballast hebt. Nederland kan zich niet veroorloven om talent, ideeën en durf te verliezen door een systeem dat te zwaar drukt op de verkeerde schouders. Het is tijd om de rugzak af te doen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant