Als het Van Gogh Museum in Amsterdam jaarlijks geen extra geld krijgt van de Nederlandse overheid, zal het moeten sluiten. Dat zegt directeur Emilie Gordenker woensdag in The New York Times.
De extra financiële middelen zijn volgens haar nodig voor noodzakelijk onderhoud aan het gebouw. ‘Als deze situatie aanhoudt, zal het gevaarlijk worden voor de kunst en gevaarlijk voor onze bezoekers’, waarschuwt ze. Haar museum heeft hierover een zaak aangespannen bij de rechter.
Sinds de opening in 1973 heeft het Van Gogh Museum bijna 57 miljoen bezoekers ontvangen. Dat is volgens de kunstinstelling veel meer dan waar het gebouw, dat eigendom is van de Nederlandse overheid, op berekend is. Het museum wil daarom vanaf 2028 ‘grootschalig onderhoud en essentiële duurzaamheidsmaatregelen’ uitvoeren. Tijdens deze werkzaamheden, die volgens planning drie jaar zullen duren, blijft het museum gedeeltelijk open voor publiek.
De totale kosten van de renovatie bedragen 104 miljoen euro. Volgens het museum is vanaf nu een jaarlijkse bijdrage van het Rijk nodig van ruim 11 miljoen euro. Maar het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), dat de subsidie aan het Van Gogh Museum verstrekt, weigert meer dan het vastgestelde subsidiebedrag van 8,5 miljoen euro te verlenen. ‘Daarmee komt het museum jaarlijks 2,5 miljoen euro te kort.’
Het ministerie van OCW stelt in een reactie op het artikel in The New York Times dat ‘de toegekende huisvestingsubsidie toereikend is om het noodzakelijke onderhoud te kunnen uitvoeren’. Volgens het departement is dat standpunt gebaseerd ‘op uitgebreid onderzoek door deskundigen, dat is uitgevoerd in opdracht van het ministerie’.
Het Van Gogh Museum heeft, aldus het ministerie, in 2023 bezwaar gemaakt tegen het subsidiebedrag dat was vastgesteld. Maar OCW veranderde niet van mening. Daarop ging de kunstinstelling in beroep bij de rechtbank. De zaak wordt in februari 2026 behandeld. Volgens het ministerie is het ‘niet ongebruikelijk dat partijen een subsidiebesluit door de rechter laten toetsen’.
Het Van Gogh Museum is een van de dertig musea die jaarlijks subsidie krijgen van de Rijksoverheid. In The New York Times stelt het ministerie van OCW dat het Van Gogh Museum ‘een van de hoogste subsidies per vierkante meter van alle rijksmusea’ ontvangt. In het artikel stelt het departement ook dat er geen schending is van de afspraken die in het verleden met de kunstinstelling zijn gemaakt.
Volgens het museum is de Nederlandse staat echter verplicht om extra geld te geven vanwege de overeenkomst die bij de oprichting van het museum in 1962 is gesloten. De nabestaanden van Vincent van Gogh kwamen toen overeen dat de collectie die in het bezit was van de familie – ruim tweehonderd schilderijen, vijfhonderd tekeningen en achthonderd brieven, plus de kunst die Vincent en zijn broer Theo hadden verzameld – werd verkocht aan een stichting waarin de familie en de Nederlandse staat zouden plaatsnemen. In ruil daarvoor zou de Rijksoverheid een museum bouwen voor het permanent tonen van die verzameling .
Volgens Gordenker verplichtte de staat zich ook om middelen beschikbaar te stellen voor de instandhouding van het gebouw. Zij beroept zich daarnaast op een volgens haar onafhankelijk oordeel. Rijksmusea worden vierjaarlijks door een visitatiecommissie bezocht. In een rapport dat vorig jaar is opgesteld over het Van Gogh Museum staat over het gebouw: ‘Groot onderhoud en vervangingen zijn noodzakelijk, zeker voor wat betreft de installaties.’ Verder noteert de onafhankelijke commissie ‘veel achterstallig onderhoud’.
Gordenker krijgt bijval van de familie Van Gogh, die dankzij haar vertegenwoordiging in de Van Gogh Stichting nog steeds een belangrijke rol speelt in het museum. Volgens de nabestaanden van de wereldberoemde schilder ‘dient de Nederlandse staat zijn bij wet vastgestelde verplichtingen na te komen’.
De kwestie komt op een roerig moment voor het ministerie van OCW. Kort nadat het departement commentaar gaf aan The New York Times, trad minister Eppo Bruins (Nieuw Sociaal Contract) af. Zijn taken worden waargenomen door Sophie Hermans (VVD), minister van Klimaat en Groene Groei.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant