Vereniging Een omstreden Nederlandse studentenclub droomt van een Groot-Nederland. Dat geldt ook voor sommige Vlaamse nationalisten die samenkomen op het IJzertreffen in België. Maar niet allemaal. „Sommigen willen met Nederland, anderen met Luxemburg of zelfs een groot Germaans rijk.”
Vaandels en muziek op het IJzertreffen in Ieper, een samenkomst van nationalistische bewegingen.
Op een weiland, verzonken tussen glooiende maïsvelden, militaire begraafplaatsen en hoogspanningsmasten rond het West-Vlaamse stadje Ieper, wordt plots het Nederlandse volkslied ingezet. Uit honderden kelen klinkt het zesde couplet van het Wilhelmus: „Mijn schild ende betrouwen/ zijt Gij, o God mijn heer/ op U zo wil ik bouwen/ Verlaat mij nimmermeer.”
Daarna wordt ook het Vlaamse volkslied De Vlaamse Leeuw gezongen. En Die Stem van Suid-Afrika, de hymne van het apartheidsregime van Zuid-Afrika. Op het IJzertreffen herdenken vooral radicaal-rechtse Vlaams-nationalisten deze zondagmiddag Vlaamse gesneuvelden in de Eerste Wereldoorlog. Maar dat is niet het enige waar de herdenking om draait. In een toespraak verweeft organisator Elke Heylen Vlaamse onafhankelijkheid met de racistische omvolkingstheorie, pacifisme en solidariteit met de Palestijnen. „Van Belgische staatshervormingen moeten we niets verwachten. Vlaanderen moet op eigen kracht de zelfstandigheid afdwingen”, roept Heylen. De menigte joelt. „Om vervolgens de muiterij van 1830 ongedaan te maken. Hier en aan de overkant, daar en hier is Nederland.”
De Groot-Nederlandse gedachte, dat België of Vlaanderen staatkundig zou verenigen met Nederland, is in Nederland het paradepaardje van de rechts-nationalistische Groot-Nederlandse Studentenvereniging (GNSV). Een GNSV-lid werd recent verdacht van het voorbereiden van terrorisme. Kamervoorzitter Martin Bosma (PVV) zou begin dit jaar hebben gezegd dat Nederland Vlaanderen ‘er wel bij wil hebben’. In België pleitte premier Bart De Wever van de Vlaams-nationalistische conservatief-liberale N-VA in juni voor „de hereniging van de zuidelijke Nederlanden”. „De scheiding van de Nederlanden in de zestiende eeuw is de grootste ramp die ons ooit is overkomen.” Bij wie leeft dit Groot-Nederlandse idee nog meer – en waar komt het vandaan?
Van links naar rechts: Corine van der Jeugt, Parcifal D’haen en Luc Sleewagen.
Op het IJzertreffen is het Wilhelmus nog gaande als Parcifal D’haen (60) en Corine Van der Jeugt (60) uit Schelle een betonnen gevaarte met twee kruizen fotograferen. Het is het monument voor de gebroeders Van Raemdonck, Vlaamsgezinde soldaten wier dood uitgroeide tot symbool van het ‘Vlaamse offer’ dat tijdens de Eerste Wereldoorlog aan België zou zijn gebracht.
De broer van de overgrootmoeder van D’haen was ook zo’n Vlaamsgezinde soldaat, vertelt de steigerbouw-adviseur, Vlaams vlaggetje op zijn borst. „Omgekomen op 28 september 1918, het laatste grote offensief bij Passendale.” In de jaren zestig en zeventig trokken D’haen en tienduizenden anderen op bedevaart naar de rivier de IJzer. De radicaal-rechtse vleugel van het Vlaams-nationalisme vond die bijeenkomst gaandeweg ‘te links’ en begon in 2003 een alternatief – tegenwoordig het IJzertreffen.
„We zijn hier om onze Vlaamse identiteit te beschermen”, zegt supermarktmedewerker Van der Jeugt. Willen ze bij Nederland? „Er is veel verdeeldheid [onder Vlaams-nationalisten]”, zegt D’haen. „Sommigen willen met Nederland, anderen met Luxemburg of zelfs een groot Germaans rijk. Ik wil vooral één Europa.” „Ik wil Wallonië niet afgeven, en de Hollanders maken te veel kabaal”, zegt Van der Jeugt. Normaliter zou het koppel dit weekend in het Waalse Dinant zitten, daar hebben ze al twintig jaar lang een stacaravan. „In Wallonië is het thuiskomen.” Hun buurman op die camping, Luc Sleewaegen (65) uit het Belgische Roosdaal, is ook meegekomen naar Ieper en voegt zich bij het gesprek, biertje in de hand. „Een groot Nederland is veel verstandiger”, zegt de gepensioneerde gemeenteambtenaar. „Wilders is immers onze grote vriend!”
Er klinkt tromgeroffel. Een muziekkapel van jongens en meiden met korte broeken en oranje dassen marcheert over het weiland. Daarachter paraderen volwassenen met een amalgaam aan vlaggen, zoals de zwart-gele Vlaamse Leeuw en de ‘oranje-blanje-bleu’ Prinsenvlag – een symbool van Groot-Nederland.
Metselaar Steven Dekerf (37) uit Lo draait zich om. Op zijn rug staat een oranjegekleurde kaart van Nederland en Vlaanderen met de tekst ‘De Nederlanden één!’. Hij vindt dat zijn buurland „in alles hetzelfde” is: taal, cultuur, mentaliteit. Ook de problemen zijn volgens Dekerf dezelfde: „migratie en de politiek die niet luistert.” Dekerf steekt een sigaret op, zijn dochtertje drentelt om zijn been. „Eerst moeten we België splitsen. Als Wilders daarna in Nederland aan de macht is, moet een vereniging zeker lukken.”
Dat beaamt de 54-jarige Robert, achternaam bij de redactie bekend, uit het Gooi. De Nederlander is actief bij Voorpost, een door de AIVD als extreemrechts bestempelde groep. „Ik ben een ‘heel-Nederlander’. Van Dollard tot Duinkerke: dat is allemaal Nederland. We moeten herstellen wat in het verleden kapot is gemaakt.” Aan de spijkerbroek van Robert hangt een walkie-talkie. Hij helpt straks met het afbreken van het IJzertreffen. „Voor mij bestaat de grens niet.”
Student politieke wetenschappen Gaetan Claeys uit Leuven (links) is lid van Vlaamse Nationalistische Studentenvereniging (NSV).
Ook student politieke wetenschappen Gaetan Claeys (27) uit Leuven spreekt over „één volk”. „Als ik in Leiden of Den Haag ben, voelt het niet als vakantie maar als thuiskomen.” Claeys staat voor de kraam van de Vlaamse Nationalistische Studentenvereniging (NSV), waarvan hij lid is. Na de arrestatie van een GNSV-lid hebben NSV’ers de Nederlanders een steunbetuiging gestuurd, zegt Claeys. Zelf komt hij niet uit een Vlaams-nationalistisch milieu. „Pas aan de universiteit zag ik dat je de meeste problemen kan herleiden tot migratie of het slechte Belgische staatsbestel.”
Bruno De Wever schudt het hoofd als hij hoort waarom bezoekers van het IJzertreffen bij Nederland willen horen. „Voor sommige mensen is het een gimmick. Zij noemen zich Groot-Nederlander, maar hebben geen idee wat dat betekent”, zegt hij via een videoverbinding vanuit het Antwerpen. De Wever is emeritus-hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit Gent, mede-auteur van de online Encyclopedie van de Vlaamse beweging en broer van de Belgische premier.
Bij de oprichting van België in 1830 was Frans de voertaal in de politiek en op de universiteit. Vlaamsgezinden streden voor het algemeen Nederlands als standaardtaal. „Die keuze, het had ook West-Vlaams kunnen zijn, versterkte de culturele verwantschap met Nederland”, zegt De Wever. In de Eerste Wereldoorlog ontstond het sentiment, aangewakkerd door Duitsland, dat Vlaamse jongens hun leven offerden voor een land waarin ze amper (taal)rechten hadden. „In die context werd een anti-Belgisch Vlaams-nationalisme geboren dat onafhankelijkheid zag als tussenstap naar een Dietse staat waarin Vlaanderen en Nederland verenigd waren.”
Dat gedachtegoed raakte in aanloop naar en tijdens de Tweede Wereldoorlog steeds meer vermengd met het fascisme, vertelt De Wever. „In Vlaanderen droomde het VNV (Vlaams Nationaal Verbond) van een Groot-Nederland, in Nederland de NSB. Desondanks hebben zij nooit een gezamenlijk idee gehad over hoe dat concreet moest. Het ging ze vooral om de machtsgreep in eigen land.” Met de aftocht van de NSB verdween in het naoorlogse Nederland ook het Dietse ideaal van het politieke toneel. In Vlaanderen was dat anders. Het deel van de Vlaamse beweging dat niet collaboreerde, zette het streven terug op de agenda. „Wel bleef dit altijd beperkt tot de radicaal-rechtse milieus van het Vlaams-nationalisme, dat tegenwoordig aanleunt tegen Vlaams Belang”, zegt De Wever. „Overigens is tussen het land en de deelstaat wel een ongelofelijke culturele osmose ontstaan, denk aan de Taalunie en aan theatergezelschappen die over de grens optreden.” En dat zijn broer, de huidige premier, zijn sympathie voor Groot-Nederland betuigt? „Ironische provocatie, hij zoekt graag de randjes op.”
Daar is Dave Sinardet, politicoloog aan de Vrije Universiteit Brussel, het mee eens. „Historische spielerei”, verklaart hij telefonisch. „In Franstalig België creëert zoiets een beetje ophef, maar men weet dat dit niets meer is dan een persoonlijke overtuiging.” Volgens Sinardet, die zich geen enkel recent politiek debat over Groot-Nederland kan herinneren, heeft de N-VA van De Wever de facto al afstand genomen van het separatisme, en zeker van aansluiting bij de noorderbuur. Uit onderzoek blijkt ook dat Vlaamse onafhankelijkheid nauwelijks een thema was bij de verkiezingen van afgelopen jaar. „Het is dus niet verrassend dat N-VA akkoord is gegaan met deelname aan die vermaledijde Belgische macht zonder noemenswaardige stappen [richting Vlaams zelfbestuur] te zetten.”
Tom Van Grieken (rechts), voorzitter van Vlaams Belang op het IJzertreffen in Ieper.
Op het IJzertreffen schudt Tom Van Grieken, leider van het radicaal-rechtse Vlaams Belang, vele handen. „Het is een grote Vlaamse reünie, gezellig rechts”, zegt hij. Van Grieken weet dat een deel van zijn achterban wel wat ziet in een Groot-Nederland. „Ik ben zelf een ‘heel-Nederlander’, maar voor hereniging is geen groot draagvlak. De mensen die hier rondlopen, dat is een niche van een niche.”
Verderop brandt een vuur. Een smid vervaardigt er kandelaars. Er zijn stands met ‘Vlaams bier’ en boeken over collaborateurs. Het koppel dat nu anders in Wallonië op de camping zou zitten, Parcifal D’haen en Corine Van der Jeugt, snuistert verder. „Net een festival”, zeggen ze. Dan schuiven ze aan bij de frituur. Daar staat al de hele middag de langste rij.
Source: NRC