Fietsveiligheid Voorbijrazende fatbikes, e-bikes, bakfietsen: ouderen dragen steeds vaker een fietshelm. Omdat ze zich veiliger voelen. Het is wachten op een kantelpunt, zeggen experts. „Ze knalden tegen elkaar aan, hij viel: hersenbloeding.”
Bokkjen de Graaf (84) uit Warns, Friesland, draagt al heel lang een fietshelm. Ze wil veilig en goed zichtbaar zijn.
Op een bankje op de hei zitten twee vrouwen met een fietshelm op het hoofd. Tante en nicht, zo blijkt. Jacqueline Stokker (77) en Trudie Driesen (67) komen net van museum Singer Laren, pauzeren nu even naast het fietspad op de Larense hei en fietsen zo terug naar Stokkers woonplaats Amersfoort. Ja met helm op, zegt Driesen, want „het is erg druk geworden op de fietspaden. Fatbikes, e-bikes, bakfietsen”. Stokker knikt. „Een vriendin van mij en haar man”, vertelt ze, „gingen samen fietsen. Zonder helm, want ze gingen maar een klein stukje. Ze knalden tegen elkaar aan, hij viel: hersenbloeding. Hij kan helemaal niks meer, niet meer fietsen, autorijden. Ik dacht: het is zaak altijd mijn helm op te doen.”
Half uurtje turven vanaf hun bankje: van de veertig oudere fietsers die voorbijkomen – zestigplus zo niet zeventigplus – dragen er veertien een helm. Ook een dag later op dezelfde plek, pal naast knooppunt 53 van fietsroutenetwerk Gooi en Vecht, is de helmdragende senior geen uitzondering. Wouter van Helden (69) uit Huizen kocht zijn helm een jaar geleden samen met zijn e-bike, want daarop gaat hij harder en op smalle bospaden kun je zomaar tegen een boom botsen. Jetty Verhoeven (79) uit Hilversum draagt een helm want ze ís al slecht ter been dus als haar hoofd ook nog schade oploopt „heb je al helemaal niks meer”. En Bokkjen de Graaf (84) uit Warns, Friesland, draagt een felgroene helm boven een felgroene jas, want ze wil goed zichtbaar zijn. Ze fietst veel, gisteren van Warns naar Dronten, vandaag naar haar dochter in Utrecht, en draagt haar helm nu zes jaar. Zes jaar terug „droeg bijna niemand er nog één.”
Meer fietshelmdragers, onder alle leeftijdsgroepen, dat is het streven van Haagse beleidsmakers en organisaties als Veilig Verkeer Nederland. Zowel onder verkeersdoden als -gewonden vormen fietsers verreweg de grootste categorie, blijkt uit de Staat van de verkeersveiligheid 2024 van wetenschappelijk onderzoeksinstituut SWOV. Met fietshelm, zeggen deskundigen, loop je 60 procent minder risico op ernstig hoofd- en hersenletsel. De overheid hoopt een „kantelpunt” te bereiken: dat er zoveel helmdragers komen dat op die manier de gedragsnorm verschuift. Zo ging het vermoedelijk ook bij „helmdracht” onder skiërs, snowboarders en sportfietsers, schreven SWOV-onderzoekers in 2023. Het kantelpunt bij zulke „sociale veranderingsprocessen”, schreef het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een jaar later in een rapport, ligt volgens „recent wetenschappelijk onderzoek” op „25 procent van de populatie”. Maar het bereiken van zulke aantallen vergt, aldus SWOV, „een lange adem”.
Jongeren voelen zich vermoedelijk minder kwetsbaar dan oudere fietsers.
Inderdaad, campagnes ter aanmoediging van het dragen van een fietshelm leiden in Nederland steevast tot felle weerstand, onder meer aan talkshowtafels en in brievenrubrieken. Fietsen is vrijheid, zo klinkt een in Nederland breed gedeelde opvatting: haren horen te wapperen in de wind en niet „opgesloten” te zitten in een „omgekeerde wasteil”, aldus een briefschrijver in NRC afgelopen april in reactie op een net gelanceerde overheidscampagne. Talkshowpresentator Thomas van Groningen nam het woord „betuttelcampagne” in de mond en al kregen hij en allevier zijn gasten live een fietshelm aangereikt, niemand zette ’m op.
Intussen, in het echte leven, dragen steeds meer oudere fietsers een helm. Rijkswaterstaat telde fietsers in de zomer van 2023 en registreerde onder 50-plussers een helmdracht van 7 procent. Veilig Verkeer Nederland telde datzelfde jaar 55-plussers op twintig locaties in Friesland en kwam tot 8 procent helmdragers. In 2024 steeg dat cijfer door naar 10 procent, in het voorjaar van 2025 naar 13 procent.
De overheid hoopt een „kantelpunt” te bereiken: dat er zoveel helmdragers komen dat op die manier de gedragsnorm verschuift.
Maar bij die metingen kenden de fietsers elkaar niet, en in fietsersgroepen, waar mensen elkaar geregeld tegenkomen en dus kunnen beïnvloeden, liggen die percentages hoger. De Rijksuniversiteit Groningen volgde ruim drie jaar zo’n honderd fietsers, eveneens in Friesland, van voorjaar 2022 tot najaar 2024. Hun gemiddelde leeftijd was 72 jaar, iets meer vrouwen dan mannen, en velen van hen kwamen elkaar meermaals tegen op de meetdagen van de onderzoekers. In de lente van 2022 droeg 30 procent een fietshelm, in het najaar van 2024 was dat 70 procent.
De vraag is of de helm nu ook populairder wordt onder Nederlanders jónger dan 55. Hier op de Larense hei lijkt het er nog niet op, op plukjes helmdragende kinderen op hun kleine fietsjes na. Twintigers, dertigers en veertigers voelen zich vermoedelijk niet zo kwetsbaar als, zeg, Marga van Merriënboer uit Baarn. Ze is 76 jaar en draagt sinds zes jaar een blauwe ANWB-helm, vertelt ze met naast haar echtgenoot Ben, die geen helm draagt („de mensheid streeft een totaal gevaarloos leven na en dat bestaat niet. Maar ik respecteer de keuze van mijn vrouw.”). Hij draagt een petje. Zijn vrouw zegt: „Het gevaar van fietsen wordt steeds groter, met die jonge jongens en meisjes op fatbikes die met een rotvaart langs je komen.”
„Ik heb daar niet zo’n last van”, zegt hij.
„Hij heeft er niet zo’n last van. Maar ik ben heel gauw schrikachtig. Ook door die valpartij van een aantal jaren geleden.” Ze raakte een „scheef” stoepje. „Ik stop ook bij paaltjes. Ik heb een bloedhekel aan paaltjes op fietspaden.” Tijd om te gaan. Ze stappen op en fietsen weg. „Kom op Mar”, zegt hij, „rechtdoor.”
Source: NRC