Home

De platterina is niet aan te slepen

Wie werkt bij een bedrijf met gratis fruit, weet: zo’n fruitmandje op de afdeling is net een schoolklas. Je hebt de populaire kinderen die altijd als eerste gekozen worden en de buitenbeentjes. Op de NRC-redactie is de onbetwiste alfa-leerling de banaan, op de voet gevolgd door de strak-in-het-vel-mandarijn (de verschrompelde exemplaren blijven over). De appel is de doorsneeleerling: prima om in je team te hebben bij gym, maar geen uitblinker. De eeuwige loser, de peer, lijkt voorgoed weggepest uit het NRC-aanbod. Niemand die met kleverige vingers aan het toetsenbord wil.

Blijft over: de pruim. Een vrucht met een moeilijk imago, ook buiten de fruitmand. Niet te pruimen. Zuurpruim. Wie er teveel van eet zit de hele dag op de wc. Of zoals branchewebsite agf.nl half augustus kopte: „Steenfruitmarkt hobbelt lekker door, alleen pruimen blijven achter”. Harde-pit-vruchten met buitenissige namen als paraguyao (platte perzik) en platterina (platte nectarine) waren volgens het artikel niet aan te slepen, maar de vraag naar die arme pruim bleef deze zomer „volledig uit”.

Uit mededogen met de underdog toog ik vorige week naar Muiden, de enige plek in Nederland waar de pruim nog op handen wordt gedragen. Al in de zeventiende eeuw gaf de toenmalige bewoner van het Muiderslot, Pieter Corneliszoon Hooft, opdracht tot de aanleg van een pruimenboomgaard. En alhoewel de oorspronkelijke bomen na de dood van Hooft werden gerooid door het ministerie van oorlog, is de tuin ruim een halve eeuw geleden in volle glorie hersteld – zodanig dat er nu elk jaar begin september een pruimenfestival plaatsvindt.

In een tijd waarin suiker peperduur was, deed compote van pruimen het vroeger goed als „tafelsuiker”, vertelde historicus en kasteelkok Siebren Houwer me tijdens een rondleiding door de boomgaard. „Wafels, taarten, van alles werd er mee gezoet.” Alleen aan de hoogste takken zag ik nog pruimen hangen; het laaghangende fruit was grotendeels weggesnoept door bezoekers of door Houwer verwerkt tot pruimenlikeur, pruimencompote en pruimentaart. „Alle rassen in de boomgaard zijn rijp op een ander moment, dus de hele zomer is het hier pruimentijd.”

Voor zijn historische themaproeverijen werkt hij jaarrond met lokale ingrediënten. Zijn recepten baseert hij op oude middeleeuwse kookboeken en schilderijen. „We hebben in de moestuin gewassen die kenmerkend waren voor die tijd: warmoes, eenkoorn, zeebiet, zeevenkel, zeekool… Het Muiderslot lag pal aan de Zuiderzee, dus er groeiden veel zouttolerante planten.”

Hooft woonde op het slot als drost van Muiden en baljuw van Naarden. Houwer: „Naast zijn werk als dichter moest hij belastingen innen en zorgen voor het onderhoud aan wegen en dijken. ’s Winters woonde hij in Amsterdam, dan was het kasteel te tochtig – er zat nog geen glas in de ramen. Maar ’s zomers nodigde hij al z’n vrienden uit om te helpen bij de pruimenpluk.” Aan Hooft danken we dan ook de uitspraak ‘tot in de pruimentijd’. „Daar ondertekende hij zijn brieven mee.”

Zo inspireerde de pruim maar liefst twee beroemde Nederlandse dichters. Naast Hooft was ook Hiëronymus van Alphen immers een liefhebber. Kom daar bij die andere steenvruchten maar eens om. „Jantje zag eens platterina’s hangen” bekt toch lang zo lekker niet.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Source: NRC

Previous

Next