De kans om slachtoffer te worden van zulk gruwelijk stranger danger is zeer klein, maar het geweld heeft zijn wortels in de opvattingen die heersen onder veel mannen.
De opbrengst was iets meer dan verwacht. ‘Met 12 duizend euro kunnen we door heel Nederland op snelwegmasten zichtbaar zijn’, schreven de initiatiefnemers van de campagne ‘Wij eisen de nacht op’, die vrijdag op touw werd gezet. Een paar dagen later staat de teller op 485 duizend euro. De eerste posters hangen al sinds maandag.
Het is een teken van de massale verontwaardiging die is ontstaan na de moord op de 17-jarige Lisa, die vorige week ’s nachts naar huis fietste toen zij gegrepen werd. De verdachte werd opgepakt in een nabijgelegen asielzoekerscentrum en wordt ook met twee andere zedendelicten in verband gebracht. Het heeft er alle schijn van dat hij een moordlustige en geesteszieke man is.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Het is niet gek dat zulk ultiem kwaad niet alleen als een gruwelijk incident wordt gezien, maar dat het gesprek erover algauw gaat over structurele angst: de onveiligheid die vrijwel iedere vrouw weleens voelt, alleen op straat, in het donker, na het uitgaan, in het openbaar vervoer, tijdens het hardlopen, waar dan ook.
Veel vrouwen en meisjes zijn het zat en eisen zonder gevaren over straat te kunnen. Maakt niet uit of het gevaar van een psychopaat, een potloodventer, een iets te opdringerige eikel in een patserbak of wat voor man dan ook komt. Daarom richt de campagne ‘Wij eisen de nacht op’ zich met het overgebleven geld op bewustwording en gedragsverandering. Daar is nog veel te winnen.
‘Het is een mannenprobleem’, zei initiatiefnemer Danique de Jong. Mannen mogen zich inderdaad aangesproken voelen. Niet dat de meesten zelf moordend over straat gaan, maar er is wel een grote groep mannen die meisjes en vrouwen naroept, of naar ze sist, die denkt ze ongevraagd te kunnen betasten, en een andere grote groep mannen die daar niets van zegt.
De cijfers spreken voor zich. Jonge vrouwen tot 35 jaar maken straatintimidatie het vaakst mee, zo blijkt uit een onderzoek van de Gemeente Amsterdam. In 2024 werd 72 procent van hen in de afgelopen twaalf maanden geïntimideerd op straat. Ook Amsterdammers uit de lhbti-gemeenschap zijn hiervan relatief vaak slachtoffer.
Het is tegelijkertijd belangrijk om het debat hierover niet te laten verzanden in verwijten en alarmisme. Criminaliteitscijfers laten al jaren dalende trends zien bij moord en geweldsdelicten. De kans om slachtoffer te worden van zulk gruwelijk stranger danger is zeer klein.
Bovendien hebben we na de #MeToo-beweging gezien dat het gesprek over toxic masculinity een generatie opgroeiende jongens heeft verward en mogelijk in de armen van vrouwonvriendelijke influencers heeft geduwd. Die dynamiek moeten we juist keren.
De zogeheten piramide van gendergerelateerd geweld laat zien dat het geweld zijn wortels heeft in cultuur, in opvattingen heersend in een grote groep: eerst zijn er de stereotiepe denkbeelden over mannen en vrouwen, de seksistische grapjes en de kleedkamerpraat, en dan, telkens een treetje hoger, stalking, aanranding, verkrachting en uiteindelijk, in het topje: moord.
Bij elk stapje omhoog wordt de groep die zich eraan bezondigt kleiner. Maar de uitspattingen aan de top vloeien wel voort uit de cultuur op de bodem.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant