Oorlog in Gaza Met twee aanvallen kort na elkaar doodde Israël maandag hulpverleners en journalisten in een ziekenhuis in de Gaza-strook. Hoogleraar militair recht Marten Zwanenburg ziet veel problematische kanten aan deze praktijk.
Palestijnen rouwen om de journalisten die gedood werden bij het Nasser-ziekenhuis.
Reddingswerkers lopen een trap op en dan wordt alles grijs. Boem – ze worden geraakt door een Israëlische drone, zo is op een filmpje te zien. Terwijl ze juist in het Nasser-ziekenhuis in Khan Younis waren om slachtoffers van een eerdere Israëlische aanval te helpen.
De aanval van maandag, waarbij eenentwintig mensen onder wie vijf journalisten gedood werden, is een voorbeeld van de Israëlische ‘tweetrapsstrategie’. Bij zo’n getrapte droneaanval wordt een doelwit gebombardeerd, wacht het leger totdat de hulpverleners arriveren, en bombardeert het vervolgens het doelwit een tweede keer.
De Israëlische premier Benjamin Netanyahu noemde de aanval op het ziekenhuis een „tragisch ongeval”. Maar vorige maand onthulde de Israëlische journalist Yuval Abraham, bekend als regisseur van de Oscarwinnende documentaire No Other Land, dat het Israëlische leger deze tweetrapsaanvallen als standaardprocedure in Gaza heeft ingevoerd. Volgens het artikel van Abraham, dat verscheen in de Israëlische nieuwswebsites +972 Magazine en Local Call, doet het leger dit om de kans te vergroten dat het oorspronkelijke doelwit omkomt, waarbij soms opzettelijk hulpverleners worden gedood.
Abraham sprak vijf mensen uit de veiligheidswereld, op basis van anonimiteit. Een van hen was aanwezig in de ruimtes waar het Israëlische leger aanvallen coördineert. Het leger, aldus deze bron, weet dat deze praktijk een doodvonnis is voor degenen die onder het puin vastzitten én voor hun potentiële redders. „Als er een aanval wordt uitgevoerd op een hoge commandant, volgt er nog een aanval om ervoor te zorgen dat er geen reddingsacties plaatsvinden”, legde hij uit. „Eerstehulpverleners, reddingsteams – ze doden ze. Ze vallen hen direct opnieuw aan.”
In de onderstaande video’s die beschikbaar kwamen via persbureau Reuters zijn reddingswerkers en journalisten op de trap in het Nasser Ziekenhuis te zien na de eerste Israëlische aanval. Ook zij worden geraakt door een droneaanval. Een van de video’s is gemaakt van buiten het complex, de ander door een van de journalisten op de trappen. Vanuit het ziekenhuis verzorgde Reuters al voor de eerste aanval een livestream.
Deze Israëlische aanval roept sowieso al „veel vragen op over naleving van het oorlogsrecht, onder meer vanwege de status van het aangevallen object – een ziekenhuis – en het feit dat er journalisten zijn geraakt”, zegt Marten Zwanenburg, hoogleraar militair recht aan de Universiteit van Amsterdam en de Nederlandse Defensie Academie. Daarbovenop komt het tweemaal bestoken van dezelfde plaats. Dat is „problematisch in het licht van het internationaal recht”, zegt hij.
Stel, zegt Zwanenburg, dat de eerste aanval gericht was op mensen die volgens het oorlogsrecht mochten worden aangevallen, in dit geval Hamas-strijders. „Dan is het te verwachten dat zij na die eerste aanval gedood of gewond waren. Strijdende partijen moeten doden aan de kant van de tegenpartij netjes behandelen. Het bombarderen van een lijk lijkt daar niet meer in overeenstemming.”
Ook het aanvallen van gewonden die zich niet langer kunnen verdedigen – doorgaans met een Franse term hors de combat genoemd – is verboden, aldus Zwanenburg. „Als sommige strijders wel waren geraakt en anderen niet, dan zou het Israëlische leger op z’n minst een proportionaliteitsafweging moeten maken na de eerste aanval.”
Een derde problematische aspect van de tweetrapsaanval, zegt de hoogleraar, is dat te verwachten is dat na een aanval reddingspersoneel zich ontfermt over de doden en gewonden, zeker wanneer het een aanval op een ziekenhuis is. „Tenzij je weet dat de reddingswerkers Hamas-strijders zijn, gaat het om burgers, die niet mogen worden aangevallen. Medisch personeel geniet bovendien extra bescherming, bovenop hun bescherming als ‘normale’ burgers.”
Israël, aldus Zwanenburg, had de verplichting om zo goed mogelijk zeker te stellen dat de tweede aanval een legitiem militair doelwit had. „Daar lijkt op z’n minst iets fout te zijn gegaan, als het niet een bewuste aanval op burgers betrof.”
Naast hulpverleners doodde Israël bij de tweetrapsaanval vijf journalisten. Volgens een strikte inventarisatie komt het aantal door Israël gedode journalisten in Gaza hiermee op 197; andere bronnen spreken van 250 gedode journalisten. In een reactie op de aanval van maandag zei het Israëlische leger dat het geen journalisten „als zodanig” aanvalt.
Dat is in tegenspraak met wat de internationale ngo Committee to Protect Journalists constateert. Israël voert de „dodelijke en meest opzettelijke campagne om journalisten te vermoorden en het zwijgen op te leggen” uit die de ngo ooit heeft gedocumenteerd. „Palestijnse journalisten worden bedreigd, rechtstreeks aangevallen en vermoord door Israëlische troepen, en worden willekeurig vastgehouden en gemarteld als vergelding voor hun werk. De media-infrastructuur in Gaza wordt systematisch vernietigd.”
Bij de Israëlische aanvallen werden vijf Palestijnse journalisten gedood. Ze werkten onder andere voor internationale persbureaus en deden vaak al lang verslag van de oorlog in Gaza.
Mariam Abu Dagga
Mariam Abu Dagga was een freelance fotojournalist voor onder meer het Amerikaanse persbureau AP. Regelmatig deed ze verslag vanuit het Nasser-ziekenhuis, recentelijk over ondervoede kinderen die daar dagelijks aankomen. Abu Dagga vergaarde internationale bekendheid toen ze in 2018 de dood van een demonstrant in de Gazastrook filmde. Later kwam ze erachter dat die demonstrant haar broer was.
Abu Dagga deed sinds 7 oktober 2023 verslag vanuit Gaza en verloor in die tijd haar moeder en meerdere directe collega’s. Abby Sewell, chef nieuws in Libanon, Syrië, Irak en Turkije, noemt Abu Dagga „een ware held, net als al onze andere Palestijnse collega’s in Gaza”.
In haar testament schreef Abu Dagga aan haar collega’s om niet te huilen om haar dood, aan haar dertienjarige zoon Ghaith vroeg ze om haar trots te maken. Abu Dagga zag haar zoon de afgelopen jaar niet meer, nadat hij met zijn vader naar de Verenigde Arabische Emiraten was gevlucht. „Jij bent mijn liefde, mijn hart, mijn steun en toeverlaat, mijn ziel en mijn zoon op wie ik trots ben.”
Mohammad Salama
Mohammad Salama was cameraman voor onder meer nieuwszender Al Jazeera. De nieuwszender veroordeelt de aanval en noemt zijn eigen journalisten „martelaren”. De nieuwsorganisatie stelt dat het een aanval met een „duidelijke intentie” was om „de waarheid te verbergen”. Salama was verloofd met collega-journalist Halsa Asfour, en was hun bruiloft aan het plannen. De twee hoopten hun huwelijk te vieren tijdens een staakt-het-vuren.
Ahmed Abu Aziz
„Als ik word gedood, wat ga je dan over mij schrijven”, vroeg Ahmed Abu Aziz ooit aan Lubna Masarwa, zijn baas bij nieuwsorganisatie Middle East Eye. Volgens Masarwa was Abu Aziz ambitieus en koppig. „Hij bleef maar doorgaan”, herinnert ze zich. Masarwa roemt de verhalen van Abu Aziz, die volgens hem zeer gedetailleerd en „heel intiem” waren. „Hij had het vermogen om dingen te zien, details te zien.”
Abu Aziz kwam uit Khan Younis en had zich voor 7 oktober 2023 verloofd met een advocate. Afgelopen zomer trouwden ze, tussen de puinhopen van zijn geboortestad. Hij had chronische rugpijn, sinds de oorlog werd een behandeling daarvoor bijna onmogelijk. Toch was Abu Aziz volgens NBC-journalist Sameer al-Bouiji „altijd de eerste verslaggever ter plaatse”.
Husam al-Masri
Husam al-Masri werkte als cameraman voor persbureau Reuters. Volgens collega-journalist Amr Tabsh sloeg Al-Masri zijn werk „geen enkele dag” over, ondanks dat zijn vrouw kanker had. Ook tijdens de Israëlische aanvallen op het Nasser-ziekenhuis bleef Al Masri verslag doen.
Moaz Abu Taha
Ook Moaz Abu Taha werkte als freelance journalist voor Reuters. Zijn laatste verslag op Instagram ging over een achtjarige Palestijnse jongen met tuberculose, die afhankelijk was van zuurstoftanks.
Source: NRC