Serie | Kleine musea Nederland telt veel kleine, minder bekende musea. NRC portretteert er deze zomer twaalf, uit elke provincie één. Deel 6: Drukkerijmuseum Meppel.
Het „digitale gebeuren” was „als het ware de nekslag” voor Meppel als drukkerijstad. Vrijwilliger Stein van Ittersum legt het uit in de entreeruimte van het Drukkerijmuseum.
Wat: Drukkerijmuseum Meppel
Waar: Kleine Oever 11, 7941 BK Meppel
Open: dinsdag tot en met vrijdag van 13 tot 17 uur en in de vakanties zaterdag.
Verzameld wordt: Antieke drukpersen uit het hoogdruk tijdperk van voor 1980. Regelzetmachines uit het loodtijdperk en diverse zetterij materialen.
Favoriet object: De stopcylinderpers uit 1905 waarmee verzetskrant Trouw werd gedrukt.
Oppervlakte: 760 m2
Aantal bezoekers: 8500
Aantal medewerkers: 1 betaald, 45 vrijwilligers
Het begon zo. Tegen het einde van de zeventiende eeuw trok een familie uit Amsterdam naar Meppel. Die begon als boekverkoper en ontwikkelde zich tot „drukker van documenten en plakkaten voor het gewest Drenthe”. Assen „stelde tot 1800 niets voor”, vertelt Van Ittersum, en Meppel had goede verbindingen naar elders, over water. Dus was het een logische plek. Meer vakmensen uit Amsterdam volgden.
Tot de jaren zeventig werkten hier zo’n zevenhonderd mensen in de grafische sector, er waren zo’n 25 bedrijven. Toen kwam het fotografisch drukken en het „digitale gebeuren”, nu sturen mensen hun tekst „gewoon naar India”, zegt Van Ittersum. De bedrijven zijn dus uit Meppel vertrokken. Het ambacht is er nog, sommige gepensioneerde vrijwilligers van het Drukkerijmuseum Meppel komen uit het grafische. Op de eerste verdieping van het oude pakhuis waarin het museum huist, houden ze de historische drukpersen en zetmachines in bedrijf. Grootste blikvanger op de begane grond: de stopcylinderpers uit 1905 waarmee verzetskrant Trouw werd gedrukt.
Twee jaar geleden werd er in lokale media afscheid genomen van het museum, de laatste dag was aangekondigd. Het zou financieel ten onder gaan. Het museum draait op gepensioneerde vrijwilligers, maar heeft wel kosten aan het pand. Na alle drukkerijbedrijven die afscheid namen van de stad, zou nu ook het museum dat aan die geschiedenis herinnerde verdwijnen. Maar het kwam toch nog goed. „De BBB Drenthe” verklaart Van Ittersum. „Die wilde natuurlijk het beeld hebben: wij zijn er niet alleen voor de boeren, wij zijn er ook voor de lokale cultuur.” De grootste partij van Drenthe had zich het lot van het Meppelse museum aangetrokken, samen met GroenLinks.
De vrijwilliger die het meest van letters weet heeft geen favoriet lettertype, hij laat zich leiden door de gelegenheid. Willem Versendaal: „Als ik een boek samenstel, is het Times New Roman. Maar als ik een brief naar een vriend stuur, doe ik Garamond.” Hij geeft een snelle introductie langs de lades met letters en pakt dan zijn sleutelbos. „Ik kan je wat moois laten zien.” Van Ittersum vraagt een beetje bezorgd: „hoeveel tijd heb je?”
Versendaal draait met een sleutel een kast open. „Hier zitten de dure letters in.” Voor visitekaartjes, bijvoorbeeld. „Hier heb je een M met brede lijntjes, dit is een visiteletter. Niet na te maken op de computer.” Lucky Luke-letters zitten er ook tussen (die heten niet echt zo). Een lintletter, dat is een letter met een lintje. „En dan hebben we hier: kerstmis. Ornamenten, sterren.”
De verzetskrant Trouw werd tijdens de Tweede Wereldoorlog onder meer in Meppel gedrukt.
Volgend jaar bestaan ze veertig jaar, en dan wil hij proberen met de set oud-Hollandse symbolen bierviltjes te maken. „Dus u bent van NRC? Dan heb ik nog een collectors item.” De letterman trekt een laatje open en haalt er een dun, loden stokje uit, met een symbool erop. „Euroteken. Iedere typograaf die hier komt, springt een gat in de lucht. Want het bestaat niet hè, wij hebben het hier gegoten.”
Op dezelfde verdieping zit vrijwilliger Gabe Kuik op een kruk voor de Intertype regelzet- en gietmachine. Het is een beetje alsof hij achter een orgel zit. Hij heeft een toetsenbord, met elke toets die hij indrukt valt een letter (‘een matrijs’) uit het lettermagazijn op een regel. Dat gaat zo door, tot een regel tekst af is, dan kan de regel gezet worden, legt Kuik uit. De machine maakt dan met vloeibaar lood een afdruk van de getypte regel. De matrijzen leggen dan een weg af door de machine, om weer in alfabetische orde te komen. Het ziet er tamelijk spectaculair uit.
Even later komt de letterman erop terug, als we bij de intertype staan. „Kom je wel eens in aanraking met dyslecten? Verdana. Dat is dan het beste lettertype, dat moet je ze zeggen.” Hij geeft het advies ook aan hogescholen.
Op de eerste verdieping van het oude pakhuis laten vrijwilligers zien hoe de druk- en zetmachines werken.
De vaardigheden waarmee de drukkerijvrijwilligers rondlopen, willen ze graag overbrengen. Van Ittersum: „We hebben vijfhonderd kinderen op bezoek gehad, groep zeven en acht.” Dat was voor de viering van tachtig jaar vrijheid. „Die kinderen hebben vervalste identiteitskaarten gemaakt. Dat is natuurlijk geweldig mooi.” Hij heeft er een meegenomen voor de rondleiding. „Kijk, persoonsbewijs.” Hij wijst de onderdelen aan die de kinderen moesten knutselen: „Foto, stempel, vingerafdruk, etcetera.”
Het is een „belevingsmuseum”, vertelt vrijwilliger Judith Christin de Klomp. Zij is op de bovenste verdieping in de weer met de zeefdruk. Deze verdieping, waar nu ook nog een tentoonstellingsruimte is, moet de doe-verdieping worden. De Klomp, ze komt uit het onderwijs, begeleidt bezoekers bij het zeefdrukken. Het is een grafische techniek waarbij je de verflagen per kleur op het papier werkt, door ’t met een soort trekker door een zeef te drukken. Ze werkt nu aan een project over haar familieverleden. Haar overgrootmoeder was een oorspronkelijke bewoner van Suriname. Haar verhaal verwerkt ze nu in een reeks zeefdrukken. „Het is een beetje een zwaar onderwerp, maar daar is hier ook ruimte voor.”
Lees ook de andere afleveringen van deze serie:
Vorig jaar portretteerde NRC ook twaalf kleine musea, die artikelen zijn hier terug te lezen.
Source: NRC