Home

Telkens vertellen wat ouders fout doen helpt niet. Een iets makkelijker leven wél

schrijft voor de Volkskrant over literatuur, non-fictie en onderwijs.

Op tijd iedereen gewassen, aangekleed en gepoetst de deur uit krijgen, voorzien van lunchtrommeltjes met verantwoorde groente, en de gymtas. Na school oudergesprekken én zwemles, o jee. Morgen de tandarts niet vergeten. ’s Avonds nóóit het luizenpluizen overslaan, noch het voorlezen. Woensdagmiddag voetbaltraining en ballet voor de jongste. Of nee, die heeft dan een partijtje – cadeautje kopen! Donderdag gaan ze naar de opvang, maar die sluit om half zeven, halen we dat? Nee, ik heb een congres in Eindhoven.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het weekrooster van jonge ouders vergt een militaire precisie. Er hoeft maar één gezinslid ziek te zijn of het kaartenhuis stort in. Dat het ouders doorgaans lukt, de meesten het goed hebben met elkaar en op hun werk, verdient bewondering. Het leven van het gezin van mijn dochter lijkt op dat van ons, dat weinig leek op de gezinnen waarin wijzelf opgroeiden. Maar het gezinsleven werd per generatie voller, drukker en stressvoller. Gemiddeld genomen hè. Ik denk echt niet dat huismoeders met zeven kinderen zonder wasmachine een makkelijk leven hadden.

Het verbaast me niks dat ouders vinden dat opvoeden zwaarder is geworden. Het is de uitkomst van een onderzoek van het opiniepanel van EenVandaag; 51 procent van de ouders denkt dat. De druk komt van de sociale media die onhaalbare idealen voorschotelen, het groeiende leger van deskundigen, maar ook van (schoon)ouders, andere ouders, leraren en voorbijgangers. Iedereen weet het beter en dat maakt ouders onzeker. Dat blijkt ook uit ander onderzoek. Volgens hoogleraar pedagogiek Maartje Luijk heeft 1 op de 5 ouders parental burn-out-klachten.

Waardoor groeide de stress? Mijn ouders konden leven van één inkomen, in een ruim huis. Mijn moeder werkte niet, we liepen zelf naar school en naar sportclubjes. Ze las ons voor, maar leesmoeder was ze niet, en ze kreeg geen alarmerende meldingen van het leerlingvolgsysteem. Ze was lief, maar vanzelfsprekend de baas. Er stond één opvoedboek in de kast, van de ruimdenkende Dr. Spock, dat zelden werd geraadpleegd. Zwemles was onder schooltijd, de schooltandarts ook, en de schooltuintjes. Heel relaxed allemaal, maar er was één nadeel; het heeft mijn slimme moeder altijd dwarsgezeten dat ze niet heeft kunnen studeren en amper heeft gewerkt.

Dat deed ik dus wel. Het ouderschap was goed te doen met een man die de helft voor zijn rekening nam – heel uitzonderlijk, nog steeds. Toch was er veel stress en weinig vrije tijd; de kinderopvang zat de eerste jaren vol. En we wilden blije kinderen. Een kerncentrale van liefde zouden we zijn. Dat zijn hoge eisen, waarbij je snel faalt.

Ook de huidige generatie wil alles perfect doen. Maar ze werken meer uren dan wij: de woonlasten stegen immens, met één modaal inkomen kun je geen huis kopen, met twee nauwelijks. Kinderopvang is duur. Het gesmade deeltijdprinsesje sterft vanzelf uit, beide ouders moeten veel werken.

Er valt ouders, in elke generatie, heus iets te verwijten. Sommige ouders verwennen hun kind, stellen weinig grenzen of zetten het uit gemakzucht uren achter een scherm. Dat verander je niet zomaar. Aan de omstandigheden kun je wél iets veranderen. Onze overheid wil dat ouders beiden werken om de economie draaiende te houden, maar de schooltijden dateren uit de jaren vijftig. In landen waar kinderopvang gratis en goed is, scholen warme maaltijden serveren, sport en muziek worden gedaan in de naschoolse opvang, ervaren ouders minder stress. Waarom kan dat toch niet bij ons? Telkens vertellen wat ouders fout doen helpt niet. Als we hun het leven iets makkelijker maken, heeft de hele samenleving daarvan plezier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next