Colombia Het geweld in Colombia piekt, nu het vredesinitiatief van de president is doodgelopen en de criminele bendes alvast voorsorteren op de verkiezing van zijn opvolger.
Militaire cadetten herdenken de bomaanslag op een militaire vliegschool, afgelopen donderdag in Cali, waarbij zes doden vielen.
Een politiehelikopter die met drones en dynamiet wordt neergehaald, met dertien verongelukte agenten tot gevolg. Een met explosieven geladen vrachtwagen die dezelfde dag ontploft bij een militaire vliegschool in de derde stad van het land en zes doden maakt. Een rechtse presidentskandidaat die op campagne in de hoofdstad dodelijk door zijn hoofd wordt geschoten.
Toen Gustavo Petro drie jaar geleden aantrad als eerste linkse president uit de geschiedenis van Colombia, beloofde hij nog ‘de totale vrede’. De voormalige guerrillero zou onderhandelingen openen met de negen gewapende groepen die óf niet hadden deelgenomen aan het historische vredesakkoord van 2016 óf daar na ondertekening van wegliepen. Maar met nog krap een jaar tot het einde van Petro’s ambtstermijn, is de narcoterreur volop terug.
Donderdag wierp een dubbele aanslag veel Colombianen terug naar de ‘loden jaren’ van het gewapend conflict dat hun land vorige eeuw teisterde. In het departement Antioquia werd een heli van de anti-narcoticabrigade neergehaald, die op weg was te helpen bij de vernietiging van een cocaplantage. Enkele uren later ging in de stad Cali een zware bom af bij een militaire basis waar piloten worden opgeleid. Zes omstanders kwamen om, tientallen andere burgers raakten gewond.
Eerder deze maand overleed al de presidentskandidaat en rechtse senator Miguel Uribe, nadat hij in juni door drie kogels was getroffen. Die moord werd waarschijnlijk gepleegd in opdracht van de georganiseerde misdaad en de aanslagen van donderdag worden toegeschreven aan afsplitsingen van de voormalige guerrillabeweging FARC, die in de praktijk ook bovenal criminele bendes zijn.
De van oorsprong communistische FARC tekende in 2016 na jaren onderhandelen vrede met de staat, ontwapende en maakte een doorstart als politieke partij. Maar een minderheid van de guerrillero’s deed niet mee en bleef actief in de criminele sectoren waarmee de FARC zich decennialang bedroop: drugshandel, ontvoering, afpersing, illegale mijnbouw en boskap.
De afgelopen jaren poogde de regering-Petro met deze FARC-dissidenten en met andere strijdgroepen te onderhandelen. Enkele malen leidde dit tot een tijdelijk staakt-het-vuren, maar nooit tot duurzame bestanden. Ook met de twee groepen die donderdag toesloegen werd tot vorig jaar gesproken. Toen vormden ze nog één organisatiestructuur, totdat twee commandanten ruzie kregen.
De grootste van de twee noemt zich de Estado Mayor Central (EMC) en is een doorstart van het voormalige Eerste Front van de FARC. Het is daarmee de belangrijkste afsplitsing en zou ruim tweeduizend gewapende leden tellen, die onder commando staan van Iván Mordisco, nom de guerre van de krijgsheer en drugsbaron Néstor Gregorio Vera Fernández. EMC zou achter de bomaanslag op de vliegschool in Cali zitten.
Iván Mordisco, commandant van de FARC-afsplisting EMC, op een foto uit 2023. Hij is sinds de aanslag van donderdag de meest gezochte man van Colombia.
De andere groep, verantwoordelijk voor het neerhalen van de heli, heet Estado Mayor de Bloques y Frentes (EMBF). Zij staat onder leiding van Alexander Díaz Mendoza, alias Calarcá Córdoba, die vorig jaar met circa twaalfhonderd strijders brak met de EMC. Sindsdien vechten beide facties onderling om territorium en smokkelroutes.
Met de kleine EMBF blijft de regering voorlopig in gesprek, terwijl de EMC en twee andere grote criminele bendes na de bomaanslag van donderdag tot terreurgroep zijn bestempeld. In plaats van ‘totale vrede’ kiest Petro daarmee dezelfde harde koers als vele van zijn voorgangers.
Zo wordt op EMC-leider Iván Mordisco nu gejaagd door dezelfde opsporingseenheid die vorige eeuw de klopjacht leidde op de beruchte drugsbaron Pablo Escobar. Dit weekeinde werd Mordisco’s broer opgepakt en een groot drugslab van de EMC opgerold. Vermoedelijk houdt Iván Mordisco, de meest gezochte man van het land, zich schuil in het Colombiaanse deel van het Amazone-woud. Al zeker twee keer dachten autoriteiten hem gedood te hebben; telkens dook hij weer levend op.
Zelfs als ze hem (dood of levend) te pakken mochten krijgen, wacht er waarschijnlijk meer geweld. Omdat de bendes in opmaat naar de verkiezingen van mei 2026, als Colombia een opvolger van Petro kiest, via aanslagen hun positie zullen willen verstevigen. Maar vooral omdat Petro’s vergeefse vredespoging duidelijk maakt dat met deze bendes geen politieke oplossing te bereiken is: de georganiseerde misdaad blijkt simpelweg te lucratief om afscheid van te nemen.
Source: NRC