Er waren vooraf zorgen of Balaton Park wel geschikt zou zijn om een MotoGP-race te organiseren, maar die zorgen bleken onterecht. De Grand Prix van Hongarije leverde prachtige races op in de Moto2 en Moto3, terwijl de MotoGP eveneens de nodige spanning had. Het enige waar het echt aan ontbrak, was een serieuze strijd om de zege. Die belandde namelijk voor de zevende keer op rij bij Marc Márquez, die afrekende met Franco Morbidelli en Marco Bezzecchi om daarna dominant weg te rijden. Er gebeurde echter meer dan genoeg om zoals gebruikelijk door middel van enkele conclusies terug te kunnen blikken op het raceweekend.
Balaton Park leek op voorhand al op het lijf van Marc Márquez geschreven. Hij blinkt normaal gesproken altijd uit in bochten naar links, waar er over het algemeen veel van zijn op circuits die tegen de klok in gaan. Dat geldt eveneens voor het nieuwe Hongaarse circuit en dus was het geen enorme verrassing dat Márquez de snelste was in VT1, VT2, de kwalificatie en de warm-up. De overwinning in de sprintrace was ook voor de fabrieksrijder van Ducati, die daarmee zijn dertiende sprintzege in veertien pogingen veiligstelde. En op zondag reed Márquez op dominante wijze naar zijn zevende Grand Prix-overwinning op rij, ondanks dat hij de leiding pas in de elfde ronde overnam Marco Bezzecchi.
Door zijn zevende opeenvolgende dubbel zette Márquez weer een reuzenstap naar zijn zevende MotoGP-titel. Doordat voornaamste concurrent Álex Márquez in de sprintrace en hoofdrace samen slechts vier punten scoorde, is het verschil met nog acht raceweekenden voor de boeg opgelopen tot 175 punten. Het betekent dat de titelstrijd op zijn vroegst al over twee raceweekenden in Misano beslist kan worden. Om dat voor elkaar te krijgen, dient Márquez tijdens de raceweekenden in Barcelona en Misano minimaal 47 punten uit te lopen op zijn jongere broer. Gezien de laatste vijf raceweekenden - 185 om 50 gescoorde punten - valt zeker niet uit te sluiten dat dit lukt, al hoopt de kampioenschapsleider zelf dat hij pas tijdens de reeks Aziatische races wereldkampioen kan worden.
Márquez was in Hongarije de enige Ducati-rijder die het podium haalde op zondag. Franco Morbidelli mengde zich aanvankelijk wel in die strijd, maar hij kwam als tweede beste Ducati uiteindelijk pas als zesde over de finish. Op het podium was er wel een plekje voor KTM-rijder Pedro Acosta en Bezzecchi, die met zijn Aprilia voor de derde Grand Prix op rij naar het ereschavot mocht. Jorge Martín wist zijn Aprilia van de zestiende positie knap naar de vierde plek te rijden, terwijl Luca Marini een ijzersterk weekend van Honda HRC bekroonde met een vijfde plaats - zijn beste resultaat in Japanse dienst.
De grootste dreiging voor Marc Márquez komt momenteel van KTM en Aprilia.
Foto door: Gold and Goose Photography / LAT Images / via Getty Images
Eerder dit jaar was Ducati nog met afstand de sterkste fabrikant in de MotoGP. Zo nu en dan wisten de andere fabrikanten wel in de buurt te komen van het merk uit Bologna, maar dat was nog te vaak eenmalig en bovendien wisselden ze elkaar af. De laatste raceweekenden is echter duidelijk geworden dat vooral KTM en Aprilia een flinke stap voorwaarts hebben gezet. Aprilia doet sinds de TT Assen op consistente basis mee in de strijd om het podium en sinds de Tsjechische Grand Prix geldt dat ook voor KTM. De tijd dat Ducati domineerde en relatief eenvoudig drie podiumplaatsen per race opeiste, lijkt hiermee dus voorbij te zijn.
De Hongaarse Grand Prix heeft ook voor een einde gezorgd aan vrijwel alle twijfels die er waren over Balaton Park. Voorafgaand aan het raceweekend uitten diverse coureurs hun twijfels over de nieuwe omloop op een steenworp afstand van het Balatonmeer. Het krappe en bochtige circuit zou niet geschikt zijn voor de zware MotoGP-motoren, er zou niet ingehaald kunnen worden en het zou ronduit onveilig zijn om er te racen. Na het raceweekend oordeelden de meeste coureurs echter dat er prima op Balaton Park geracet kan worden met MotoGP-materiaal en in de races werd ook bewezen dat inhalen mogelijk is.
Toch werden niet alle zorgen over Balaton Park helemaal weggenomen, vooral met betrekking tot de veiligheid van het circuit. De crash van Pedro Acosta in de kwalificatie had heel slecht af kunnen lopen voor een cameraman aan de buitenkant van bocht 8, wiens camera werd geraakt door de over de hekken gestuiterde KTM. Wonder boven wonder hield cameraman Joao er niets aan over. Ook het incident van Enea Bastianini in de zondagse Grand Prix had een nare afloop kunnen hebben, nadat de KTM Tech3-rijder weer de baan op gleed na zijn val in een van de chicanes. Gelukkig zijn beide incidenten goed afgelopen, maar er is op dat vlak wel werk aan de winkel voor de organisatie.
Een goede afloop was er op Balaton Park ook voor Collin Veijer, die zijn knappe achtste plaats van vorige week in Oostenrijk een prachtig vervolg gaf in de Moto2-race in Hongarije. Alle rijders begonnen zonder enig referentiepunt aan het raceweekend en van die situatie heeft de rijder van KTM Ajo optimaal geprofiteerd. Veijer kwam snel op snelheid en noteerde in VT1 al een sterke vijfde tijd, gevolgd door een zevende plek in de tweede vrijdagtraining - en daarmee rechtstreekse plaatsing voor Q2. Na een vijfde tijd in de afsluitende oefensessie op zaterdagochtend wist hij op zaterdagmiddag zijn beste Moto2-kwalificatie te bekronen met een mooie vijfde startpositie.
Collin Veijer scoort zijn beste Moto2-resultaat en lijkt de Kalex onder de knie te krijgen.
Vanaf die uitstekende uitgangspositie reed Veijer de gehele Moto2-race in de voorste gelederen. Na een inhaalactie op Arón Canet leek een podiumplaats zelfs even tot de mogelijkheden te behoren, al maakte mede-rookie David Alonso daar een einde aan. Desalniettemin hield Veijer zijn vijfde plaats vast tot de finish om zo zijn beste resultaat in de klasse tot nu toe te boeken. Wat hem extra hoop moet geven voor de aankomende races, is dat winnaar Alonso uiteindelijk maar 1,3 seconde voor hem eindigde. De progressie van de afgelopen races toont in ieder geval aan dat Veijer zijn blessureleed van voor de zomerstop achter zich heeft gelaten én dat hij de Moto2-motor van Kalex steeds beter begrijpt.
Source: Motorsport