Vrouwenmoord Een landelijke aanpak, informatiecampagnes en handelingskaders ten spijt, is er voor slachtoffers van huiselijk geweld weinig veranderd. „Een vrouw met een onsamenhangend verhaal wordt soms afgewimpeld, omdat ze geen concrete hulpvraag heeft.”
De stille tocht voor de 39-jarige vrouw die in Gouda op straat werd gedood door haar ex-man.
„Hier heb ik een tattoo van een puntkomma, die staat voor de moed om door te gaan met je leven”, zegt een vrouw van in de veertig in zwarte blazer. Sinds kort helpt ze als ervaringsdeskundige slachtoffers van psychisch en fysiek partnergeweld in een van de vrouwenopvangen van Kadera, de regionale opvangorganisatie van Overijssel. Haar naam is om veiligheidsredenen weggelaten.
Tien jaar lang werd de vrouw mishandeld door haar partner. Inmiddels is het vijf jaar geleden dat ze de relatie beëindigde. Ze heeft een nieuwe woning en werkt in een opvanghuis van Kadera. In zo’n opvang zitten vrouwen, soms ook mannen, die uit een relatie komen waarin hun partner met fysiek geweld, dwang, controle en manipulatie hun leven overheerste.
Juist nadat een slachtoffer de relatie heeft verbroken en hulp zoekt, kan een geweldpleger gewelddadig worden. Jaarlijks worden er in Nederland circa veertig tot vijftig vrouwen vermoord. Na Finland en Zweden kent Nederland, volgens de Femicide Monitor van de Universiteit Leiden, het hoogste aantal moorden op vrouwen.
In juli werd een vrouw van 39 in Gouda door haar ex-partner uit de opvang gelokt en doodgeschoten. De verdachte van de moord op een 36-jarige vrouw in Schiedam had een huisverbod en was bekend bij de politie en hulporganisatie Veilig Thuis. Een 24-jarige vrouw die 14 augustus dood werd gevonden in Almere, was bekend bij de vrouwenopvang, zei een woordvoerder tegen RTL.
Professionals moeten beter getraind worden in de herkenning van de ‘rode vlaggen’ van femicide, het vermoorden van vrouwen vanwege hun geslacht. Dat stond in Stop femicide!, het plan dat het kabinet in de zomer van 2024 presenteerde. Maar een jaar later worden die signalen nog steeds onvoldoende herkend, zeggen organisaties en slachtoffers van partnergeweld.
Bloemen op de plek aan de Bosweg waar in Gouda een 39-jarige vrouw werd gedood door haar ex-partner. Foto Sem van der Wal / ANP
De ervaringsdeskundige van Kadera raakte bij haar ex verstrikt in een patroon van ‘intieme terreur’, wat betekent dat een ander – meestal een partner of familielid – in grote mate bepaalt wat een slachtoffer wel of niet mag. Volgens onderzoekers gaat dit patroon gepaard met een groot risico op femicide.
Anita Wix (62), die zichzelf liever „overlever” dan „slachtoffer” noemt, is bekend met die terreur. Tegenwoordig helpt ze slachtoffers en traint ze professionals. Niet alleen hulpverleners, maar ook agenten, juristen, dokters of medewerkers van de kinderbescherming, moeten volgens Wix alerter op de signalen worden.
Toen zij zelf aan de bel trok bij Veilig Thuis had ze naar eigen zeggen geluk: „Ik hield een ontzettend warrig verhaal. Maar de hulpverlener moedigde me aan te blijven praten en stelde de juiste vragen nadat ik tot rust was gekomen. Het is levensreddend als iemand zegt: praat maar, ik geloof je wel.”
Dat gebeurt niet altijd. „Wanneer een vrouw met een onsamenhangend verhaal bij de politie of een hulpverlener komt, wordt ze soms afgewimpeld, omdat ze geen concrete hulpvraag heeft. Maar juist dan moeten de alarmbellen afgaan. Een slachtoffer heeft de woorden nog niet als ze midden in de situatie zit.”
In de regel is een slachtoffer slechts even bereid om hulp te vragen, meestal kort na een incident, legt Wix uit. „Daarna kan de pleger haar overstelpen met goedmakertjes, dan is de kans verkeken. Daarom is het cruciaal dat de juiste vragen worden gesteld, diegene snel hulp krijgt en niet op een wachtlijst komt.”
Sinds Wix vijftien jaar geleden om hulp vroeg, is weinig veranderd, vindt ze. „Het voornaamste verschil is dat toen helemaal niet over deze problemen werd gepraat, en nu iets meer.”
Politie en hulpverleners waren onvoldoende getraind om de signalen van dreigende femicide te herkennen, stelde Stop femicide! in 2024. Het was een ambitieus en „baanbrekend” plan, zegt Essa Reijmers, vrouwenopvangcoördinator van Valente. „Het signaleerde de problemen rond femicide heel goed.”
Zo wordt nu onderzocht hoe vrouwenmoord wettelijk is te voorkomen. Onder meer in het Verenigd Koninkrijk is intieme terreur strafbaar gesteld als ‘psychisch geweld’. Volgend jaar gaat in Nederland een soortgelijk wetsvoorstel in consultatie.
Ook onderzoeken politie en justitie hoe ze professioneler kunnen optreden tegen stalking en intieme terreur. Eveneens willen ze huisverboden beter handhaven en lopen pilots met enkelbanden voor plegers die hun locatie bijhouden, aldus een voortgangsbrief over de femicide-aanpak aan de Tweede Kamer van juli 2025.
Allemaal goede ontwikkelingen, zegt Reijmers. Maar daar stopt haar enthousiasme, want ondanks bewustwordingscampagnes en allerhande plannen „is het aantal femicides de laatste twee jaar hetzelfde gebleven”.
De stille tocht voor de vrouw die in Gouda, in het bijzijn van haar twee kinderen, werd doodgeschoten door haar ex-man. Foto Sem van der Wal / ANP
De Tweede Kamer maakte dit jaar binnen het ministerie van Justitie en Veiligheid 10 miljoen euro vrij voor de „start” van het plan van aanpak tegen femicide, via een amendement. Dat geld is bedoeld voor een landelijke bewustwordingscampagne (die in september begint), voor extra capaciteit bij het Openbaar Ministerie om huiselijk geweld tegen te gaan, voor ‘deskundigheidsbevordering’ bij de politie en voor monitoring van femicide. Ook gaat geld naar het „herevalueren van medisch-forensisch onderzoek bij niet-fatale verwurging”, vertelt een woordvoerder van het ministerie van Justitie. Volgens onderzoek uit 2020 lopen vrouwen bij wie door hun (ex)-partner de keel wordt dichtgeknepen worden zeven keer meer risico op femicide.
Maar afgezien van die 10 miljoen is sinds Stop femicide! geen extra geld vrijgekomen. En een groot deel van de initiatieven die genoemd worden in dat plan, liepen al vóór 2024. Die kregen met dat plan geen extra geld.
Ondanks die initiatieven blijven signalen van femicide soms onopgemerkt. Al sinds 2018 heeft de politie bijvoorbeeld een handelingskader voor huiselijk geweld: na een melding moet worden geschakeld met hulpverleners als Veilig Thuis. Maar dat gebeurt niet altijd, blijkt uit de verhalen van slachtoffers aan NRC. In een werkplan van dit jaar van het Landelijk Netwerk Zorg-Straf, een samenwerking van justitieorganisaties en Veilig Thuis, staat dat die samenwerking komende jaren nog moet worden „verankerd”.
De aanpak tegen femicide loopt vooral „mank” bij de implementatie door gemeenten, zegt Essa Reijmers. Per regio lopen de aandacht, samenwerking, training en investeringen rond femicidepreventie nog steeds uiteen. Daardoor kan lokaal zeer verschillend op een hulpvraag worden gereageerd, ambitieus nationaal beleid niettegenstaande. „Vrouwen die aankloppen kan wel begeleiding worden beloofd, of praktische maatregelen als noodknoppen om de politie in te schakelen, maar dan moet dat wel beschikbaar zijn.”
De brief aan de Tweede Kamer stipt dat ook aan. Er is „grote behoefte” aan dat zorg- en veiligheidspartners – lokaal en nationaal – „elkaar goed weten te vinden”.
Hulpverleners kampen intussen met tekorten. De lange wachtlijst van Veilig Thuis is gevaarlijk voor slachtoffers in een precaire situatie, waarschuwde de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd vorig jaar. Volgens de Istanbul Conventie, een Europees verdrag tegen geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, heeft Nederland 1.800 opvangplekken nodig – 800 meer dan er zijn. „De financiering voor vrouwenopvang is onderdeel van de bredere aanpak van huiselijk geweld, wat gemeenten voortdurend dwingt tot scherpe keuzes”, schreef de Vereniging Nederlandse Gemeenten afgelopen maart.
„We lopen nu echt tegen de marges aan van wat we kunnen”, zegt Reijmers over het uitvoeren van Stop femicide!. „Maak dan een lijst aan nationale prioriteiten, in plaats van zo’n waaier aan lokaal te implementeren ideeën. We zijn verbetering verplicht: Nederland heeft immers ook de Istanbul Conventie ondertekend.”
Toen vrachtwagenchauffeur Anna (23, achternaam bekend bij de redactie) in 2022 aangifte wilde doen tegen haar ex, werd niet geschakeld met Veilig Thuis of andere hulpinstanties. Na een gewelddadige ruzie kwam de politie langs en die zette de twee samen aan de keukentafel – zonder Anna apart te nemen. „Nog geen kwartier nadat ze weg waren, sloeg hij weer op me in.”
Anna week diezelfde dag uit naar vrienden, maar haar ex bedreigde haar en zocht haar op. „Toen belde ik de politie. Ik had opnames waarin hij zei dat hij me dood wilde hebben. Ze zeiden dat ze daar niets mee konden.” Een dag later belde ze opnieuw, deze keer om aangifte te doen. „Ik had ook geluidsopnamen van dat hij mij sloeg. Maar ze konden weer niets doen, omdat ik een getuige nodig had.”
Vanwege die ervaringen deed Anna aanvankelijk geen aangifte toen haar tweede ex – ook vrachtwagenchauffeur – gewelddadig werd tijdens hun gezamenlijke ritten. Begin 2024 brak hij haar neus. Een vriendin belde de politie, „die ter plekke duidelijk maakte dat ze me niet verder met hem zouden laten rijden”.
Na aangifte kwam ze ditmaal wél in contact met hulpverleners. Eerst met Slachtofferhulp, later met Veilig Thuis. „Ik ben daar heel dankbaar voor. Maar dat eerste vertrouwen is zo belangrijk”, zegt ze. „Wel jammer dat het zover moest komen. Mijn neus is nog steeds niet hersteld.”
„Mijn ex verwachtte dat ik op hem zat te wachten met een glaasje rosé”, vertelt Anita Wix (62). „ Hij dronk, ik niet, maar hij vond het wel zo gezellig als ik meedeed. Dat betekende dat het consequenties kreeg als ik dat niet deed. Hij was gestopt met werk, kwam vaak midden in de nacht thuis. Ik mocht nooit naar bed voordat hij ging slapen. Dat is een strategie: met slaapgebrek ben je makkelijker te controleren, omdat een vermoeid iemand moeilijker beslissingen neemt.”
Regelmatig gedroeg de ex van Wix zich grensoverschrijdend, onder andere op seksueel gebied. Weigeren had gevolgen. „Ik verzon een keer het excuus dat ik hoofdpijn had en ging eerder naar bed. Die avond hoorde ik hem thuiskomen, de trap oplopen. In de deuropening schold hij me uit. Ik huilde, maar ik mocht niet van hem huilen, dus duwde hij me van de trap af en sloot me buiten: voordeur dicht, gordijnen dicht, bel eruit. Ik stond daar half-bloot aan de voordeur. Later beweerde hij dat hij me niet had buitengesloten.”
Uit vrees voor dit soort geweld paste ze zich steeds vaker aan. „Dus zat ik om één uur ’s nachts met een roseetje aan de keukentafel op hem te wachten.”
„Eerst beschermde hij me tegen mijn vorige ex, die mij stalkte, maar al snel was niemand goed genoeg meer – geen vrienden, geen familie. Hij controleerde mijn telefoon, ik mocht geen sociale media van hem. Mijn wereld werd al snel heel klein.”
Nadat ze zwanger van hem was geworden, werd haar ex gewelddadig. „Twee weken na de bevalling kregen we ruzie over iets onbelangrijks. Hij draaide mijn duim om en brak die. Hij schrok net als ik, zei sorry, maar daarna werd hij steeds vaker gewelddadig en had hij steeds minder spijt.”
„Het stressvolle was dat ik nooit precies wist waar ik hem had,” zegt ze. „Een keer dacht ik dat ik de ruzie had rechtgebreid. Maar toen ik lag te slapen, kreeg ik opeens een harde elleboog in mijn gezicht met de opmerking: ‘Dit was nog voor vanmiddag.’ Toen ik een keer iets te grote kipkluifjes had gehaald, gooide hij die over me heen.”
Toch bleef ze lang bij hem: uit angst en de overtuiging dat ze zijn uitbarstingen van dichtbij beter kon sussen. Op momenten dat ze bij hem weg wilde, dreigde hij haar te doden. „Hij heeft een huisverbod gehad van tien dagen, maar ik was in die periode juist nog banger. Hij overtrad het verbod overigens meerdere keren.”
Toen ze na een ruzie in 2021 besloot niet meer naar huis te gaan, belde ze Veilig Thuis. Die verwees haar door naar de politie, die zei haar niet verder te kunnen helpen. „Het lastige was, dat hij toen nét geen geweld had gebruikt.” Toen ze zelf een vrouwenopvang belde, kon ze daar wel terecht.
Source: NRC