Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
‘De enige mooie man van de camping’ is alles wat ik niet ben. In het huisje schuin tegenover ons verblijft ‘de enige mooie man van de camping’. Niet mijn woorden, maar die van mijn vrouw. De enige mooie man van de camping is een jaar of 50 en komt rechtstreeks uit een auditie lopen voor de rol van architect in een film van Pedro Almodóvar.
Spaanser dan dit komen ze niet. Kaarsrecht, tenger lijf, donkere, mysterieuze ogen, een spitse neus en een dot dikke, grijszwarte krullen op de schedel. Ik had hem al zien lopen, met dat ontspannen pilateslijf, in een lichtgroene broek en wit T-shirt, Spaans ratelend met zijn vrienden op het terras van het campingcafé. Biertje in zijn hand, o wat zijn we lekker op vakantie.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Laten we hem Alejandro noemen. ‘Meh’, zei ik, nadat mijn vrouw hem had bekroond tot ‘de enige mooie man van de camping’. Niet zozeer uit wrok omdat ik blijkbaar niet eens meedeed aan deze uitverkiezing (of wel, nog erger). Maar ik vond hem gewoon niet zo aantrekkelijk. Op mij kwam hij over als iemand die me niet gedag zou zeggen als ik hem bij het surfen in het water trof, of die me een sneer zou geven in de supermarkt omdat ik fruit had gepakt zonder zo’n plastic handschoentje aan te trekken.
Wat ook niet hielp, was dat ik niet kon zeggen dat Alejandro’s vrouw de enige knappe vrouw op de camping was – dat was ze absoluut niet. Ik knauwde op een wortel en reikte mijn vrouw er ook een aan. Het was een fikse, kloeke peen.
In een beweging pakte ze hem aan en brak ze hem doormidden. Een koude rilling gleed over mijn rug. ‘Maar ik snap het wel’, zei ik. ‘Hij is helemaal jouw type.’
Wat ik na veertien jaar wel doorheb, is dat ze valt op frêle, donkere latino’s met dik haar, fijne gezichten, zware wenkbrauwen en scherpe kinnen. Zeg maar precies het tegenovergestelde van de blonde beuker met grote mond, gemillimeterd haar en enorme kop met wie ze twee kinderen heeft.
‘O, oké, als jij het zegt.’ Ze nam een hap van haar wortel en staarde in de verte. Ze steeg op en vloog weg van deze camping, zette koers naar Madrid, naar een appartement met een mozaïekvloer en een hoog plafond, waar Alejandro een groot glas rode wijn voor haar inschenkt, een bakje olijven op tafel zet en ze tot diep in de nacht over Francisco Goya praten en hij uit zijn hoofd gedichten van Federico García Lorca declameert. Er is geen sleur, er zijn geen ruzies en er is vooral geen Julien.
Nou ja, die is er wel, maar hij zit in een pufferjas op een winderig terras in Hoek van Holland zwijgend voor zich uit te staren, met naast hem de vrouw van Alejandro.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns