De parallellen liggen voor het oprapen tussen het mccarthyisme in de jaren vijftig en het Amerika van Donald Trump, waar de jacht is geopend op iedereen die als links of ‘woke’ wordt bestempeld. ‘Tegenwoordig zie je de wil om extremisme te bestrijden niet meer’, zegt historicus Clay Risen.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over de EU en internationale samenwerking.
In het Amerika van Donald Trump is er soms weinig voor nodig om op een zwarte lijst te komen. Stefanie Anderson is een brave ambtenaar uit Atlanta die zich de laatste jaren bezighield met de preventie van hiv. Toch is ze het mikpunt geworden van een keiharde campagne van Trump-gezinde activisten tegen ambtenaren die te links en woke worden gevonden, meldde onlangs persbureau Reuters.
De American Accountability Foundation (AAF) plaatste haar op een zwarte lijst met de namen van 175 federale ambtenaren die ‘schuldig’ zijn aan het promoten van diversiteit, gelijkheid en inclusie. De actiegroep zette Andersons naam, foto en salaris online. Sindsdien krijgt ze ongeveer dertig anonieme telefoontjes per dag. Ze veranderde haar kapsel, blijft vaker binnen en neemt een andere route naar haar werk, omdat ze zich niet meer veilig voelt. Volgens de AAF is deze actie totaal gerechtvaardigd: linkse ambtenaren als Anderson maken deel uit van de zogenaamde deep state die stiekem Trumps agenda zou ondermijnen.
Veel mensen zijn geschokt door de manier waarop Trumps Amerika dagelijks morele en juridische grenzen overschrijdt, maar de heksenjacht is geen nieuw verschijnsel. In de jaren veertig en vijftig werd de Amerikaanse overheid op soortgelijke wijze gezuiverd van communisten en iedereen die verdacht werd van linkse sympathieën, schrijft de historicus Clay Risen in zijn boek Red Scare – Blacklists, McCarthyism, and the Making of Modern America.
Vanaf het einde van de jaren veertig werden 2.700 federale ambtenaren ontslagen. Nog eens 12 duizend stapten zelf op. De communistenjacht verspreidde zich als een koorts over het land. Schoolmeesters, filmsterren, dokwerkers en diplomaten werden ontslagen of geboycot wegens al dan niet vermeende communistische denkbeelden, veelal zonder deugdelijk bewijs. Vaak volstond de associatie met een communistische vriend of het lidmaatschap van een linkse actiegroep in de jaren dertig, toen de VS een levendige linkse cultuur kenden.
Tragisch was het lot van James Kutcher, die zijn vaderlandsliefde bekocht met het verlies van twee benen door een Duitse mortieraanval in de Tweede Wereldoorlog. Toch werd hij in 1948 ontslagen als ambtenaar, omdat hij ooit lid was geweest van de Socialist Workers Party, een obscuur antistalinistisch partijtje.
De parallellen met het heden liggen voor het oprapen, meer dan Risen verwachtte toen hij zijn onderzoek deed. ‘Een paar maanden voor de verkiezingen van 2024 legde ik de laatste hand aan het manuscript’, zegt Risen, in het dagelijks leven necrologieënschrijver voor The New York Times. ‘Ik had wel het idee dat ik een snaar had geraakt. De manier waarop veel Amerikanen in de jaren vijftig over links praatten, hoe ze naar de regering keken en complottheorieën aanhingen, die vind je terug in het Amerika van nu. Maar ik had niet verwacht dat de parallellen zo direct zouden zijn, hoewel ik Trump kende’, zegt hij via een videoverbinding vanuit New York.
Red Scare laat ook zien dat polarisatie in de VS geen nieuw verschijnsel is. Ook rond 1950 waren er twee Amerika’s die elkaar hartgrondig verafschuwden. Enerzijds was er het Amerika van president Franklin D. Roosevelt (1933-1945) en zijn New Deal, die voorzag in een grotere invloed van de federale overheid op de economie en de samenleving. De New Deal creëerde nieuwe kansen voor vrouwen en minderheden, vooral zwarte Amerikanen. De invloed van de grote steden nam toe, de VS werden kosmopolitischer, diverser en toleranter.
Anderzijds was er het Amerika van de kleine stadjes, de religieuze fundamentalisten en de aanhangers van white supremacy, die vasthielden aan hun ideaal van de VS als land van protestantse kolonisten. Ze voelden zich vergeten door Roosevelt, verlangden terug naar het mythische oude Amerika en geloofden dat het land werd geregeerd door een elite die het volk verried. In de jaren dertig en veertig vond hun stem betrekkelijk weinig weerklank, omdat Roosevelt populair was, eerst in zijn strijd tegen de economische depressie, daarna als oorlogsleider.
Risen: ‘Dat veranderde na 1945. Miljoenen Amerikanen hadden genoeg van de oorlog, die zij als burger en soldaat hadden meegemaakt. Zij wilden terug naar normaal, wat dat ook mocht betekenen. Er was een heel sterk verlangen naar vroeger, de tijd voor de New Deal.’
Dat conservatisme versmolt met de angst voor het communisme.
‘Aan het begin van de Koude Oorlog ontstond een gevoel dat Amerika weer moest vechten, deze keer misschien in een nucleaire oorlog. Voor veel mensen was dat een angstaanjagend vooruitzicht. Hier ontstond een situatie waarin het jagen op communisten opeens veel weerklank vond. Het werd gemeengoed om communisten de schuld te geven van probleem X, Y of Z.’
Het communisme werd gezien als een vijand die Amerika van buitenaf en van binnenuit probeerde aan te vallen. Maar het idee dat de kleine communistische partij van de Verenigde Staten de macht zou overnemen is toch belachelijk?
‘Er was wel iets aan de hand. Sommige leden van de Amerikaanse communistische partij hielpen de Sovjet-Unie. Er waren prominente spionnen, zoals de diplomaat Alger Hiss of de atoomgeleerde Julius Rosenberg en zijn vrouw Ethel. Maar dat was niet voldoende om de angstzaaierij van politici als Joe McCarthy en Richard Nixon (de latere president, red.) te rechtvaardigen. Zij gebruikten de angst voor het communisme als een wapen tegen links, tegen de Democraten, tegen alles waardoor small town America zich bedreigd voelde.
‘Daarbij grepen politici als McCarthy en Nixon terug op een lange traditie. In de Verenigde Staten hebben altijd veel mensen in complottheorieën geloofd. Ze geloven dat er onder de zichtbare werkelijkheid een ander verhaal schuilgaat, waarmee alles kan worden verklaard. In de 19de eeuw dachten veel Amerikanen dat het land heimelijk werd geregeerd door katholieken of tegenstanders van slavernij.’
Onder Trump worden lhbti-rechten teruggedraaid. Ook in het kielzog van de communistenjacht werd de jacht op homoseksuelen geopend. Volgens de historicus David K. Johnson werden vijfduizend homoseksuelen ontslagen.
‘Vanaf het einde van de jaren veertig werd een traditionele, nationalistische, patriarchale en heteronormatieve kijk op de wereld steeds sterker. Tijdens de oorlog was er meer ruimte ontstaan voor homoseksuelen. Die moet niet worden overdreven, zo tolerant waren de VS niet. Maar steden als Washington werden opener en kosmopolitischer, deels ook omdat men gewoon te druk was met het voeren van een oorlog om zich over homoseksualiteit op te winden.
‘Na de oorlog kreeg je een terugslag. Iedereen was het erover eens dat Amerika hard en mannelijk moest zijn om de Koude Oorlog te winnen. Er was een CIA-directeur die voor de House Committee on Un-American Activities (Commissie voor On-Amerikaanse Activiteiten, red.) vertelde dat homo’s onbetrouwbaar waren. Alleen al vanwege het feit dat ze in de kast zaten, waren ze leugenaars. Ze vormden een geheime kliek die vatbaar was voor links radicalisme. Ze konden gechanteerd worden. Het waren zwakke argumenten, maar niemand trok ze in twijfel.’
Red Scare laat zien hoe een land in de greep kan komen van hysterie, conformisme en lafheid. Gematigde krachten durfden zich niet tegen de communistenjacht te verzetten, uit angst slap over te komen. Onder de Democratische president Harry Truman (1945-1953) werd de zuivering van het ambtenarenapparaat al ingezet.
De jacht breidde zich uit als een olievlek. Bedrijven ontsloegen linkse medewerkers, omdat zij bang waren voor een boycot van rechtse activisten. In 1947 opende de Commissie voor On-Amerikaanse Activiteiten van het Huis van Afgevaardigden een onderzoek naar scenarioschrijvers, producers en regisseurs uit Hollywood. De werkgeversorganisatie Motion Picture Association of America zegde de beklaagden alle steun toe. ‘Zolang als ik leef zal ik nooit meewerken aan zoiets on-Amerikaans als een zwarte lijst’, zei topman Eric Johnston. Maar toen rechtse activisten films begonnen te boycotten waaraan linkse acteurs, regisseurs of schrijvers hadden meegewerkt, werden de beklaagden ontslagen, omdat de winst van de filmindustrie in gevaar kwam.
Ook in de jaren vijftig was er een bully, een pestkop die het land in zijn greep hield. Joe McCarthy, een Republikeinse senator uit Wisconsin, werd het gezicht van de communistenjacht. Lange tijd was hij een obscure figuur, niet geliefd bij zijn collega’s omdat hij ongedisciplineerd was en soms dronken op hoorzittingen verscheen.
Maar in 1950 had hij opeens de tijdgeest mee, toen hij bekendmaakte over een lijst te beschikken met ruim tweehonderd van communistische sympathieën verdachte ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Onderzoek hiernaar leverde niets op, maar de senator ontving zakken met fanmail van ‘gewone’ Amerikanen die zich gehoord voelden.
Zij maalden er niet om dat zijn beschuldigingen vaak onwaar of niet bewezen waren, zoals ook Trump tegenwoordig wegkomt met groteske leugens. Voor zijn aanhangers verkondigde McCarthy een grotere waarheid: Amerika werd geregeerd door een samenzwering van atheïstische communisten.
De Republikeinse partij-elite steunde McCarthy, hoewel zij heel goed wist dat hij loog en onbetrouwbaar was. Senator Margaret Chase Smith was een van de weinigen die zich verzetten. In een ‘gewetensverklaring’ stelde ze dat de Republikeinen geen verkiezingen moesten winnen op basis van angst, onwetendheid, bekrompenheid en laster. Slechts zes partijgenoten waren bereid de verklaring te ondertekenen. Ook de Republikeinse president Dwight Eisenhower (1953-1961) durfde McCarthy aanvankelijk niet aan te pakken.
Uiteindelijk viel McCarthy toch van zijn voetstuk. Hoe kwam dat?
‘De Koude Oorlog werd rustiger. In 1953 overleed Stalin en werd de oorlog in Korea beëindigd. Het was voor iedereen duidelijk dat er geen nucleaire oorlog met de Sovjet-Unie aanstaande was. McCarthy zelf verloor zijn geloofwaardigheid. Hij was een man uit het krantentijdperk, en wist precies hoe hij dagbladjournalisten moest bespelen, bijvoorbeeld door ze vlak voor de deadline informatie te geven die ze niet meer konden checken. In de jaren vijftig kwam de televisie op. Toen Amerikanen McCarthy op televisie zagen, merkten ze wat voor bully hij was. Daarna begonnen meer mensen tegen hem op te staan. McCarthy overspeelde ook zijn hand door zich tegen het leger te keren, het instituut waaruit president Eisenhower voortkwam.’
Er zijn veel parallellen tussen het tijdperk-McCarthy en het tijdperk-Trump, maar zijn er ook verschillen?
‘Het establishment was destijds veel sterker. Het centrum van beide partijen, de Democraten en de Republikeinen, was het fundament van de gevestigde orde. De presidenten Truman en Eisenhower accepteerden de New Deal, de gedachte dat de federale staat een belangrijke rol moest spelen in de samenleving en de economie. Uiteindelijk was Eisenhower ook sterk genoeg om extremisme te bestrijden.
‘Tegenwoordig zie je de wil om extremisme te bestrijden niet meer, in elk geval niet bij de Republikeinen. De bereidheid van een deel van het establishment om politieke zelfmoord te plegen teneinde een radicale president te steunen, is totaal verschillend van alles wat we ons in de jaren vijftig hadden kunnen voorstellen.’
In 1954 tikte de Senaat McCarthy op de vingers vanwege het overtreden van interne regels. Naarmate de pafferige senator uit Wisconsin meer op televisie kwam, verbleekte zijn ster. In 1957 overleed hij, lichamelijk en geestelijk uitgeput, mede door een ongezonde levensstijl. Risen geeft een idee van zijn dieet: twee cheeseburgers, een milkshake en appeltaart met kaas voor de lunch, een steak met vette saus en vette bijgerechten voor het diner, en dat alles afgeblust met ruime hoeveelheden alcohol, doorgaans whisky-soda, brandy of een duet van wodka en martini.
Voor zo’n 30 procent van de Amerikanen bleef Joe McCarthy echter een held en een martelaar, kapotgemaakt door een regering die de waarheid wilde verdoezelen.
Er loopt een lijn van de Red Scare naar het heden, schrijft u.
‘Ja, mijn boek is een verhaal over de manier waarop de Red Scare de Amerikaanse cultuur veranderde. Neem bijvoorbeeld het fundamentele wantrouwen tegen de overheid. Je hebt de traditionele kritiek van conservatieven die vinden dat de overheid te groot en te machtig wordt. Maar er is ook een radicale kritiek die wordt gefundeerd door complottheorieën. Zij gelooft dat er onder de federale regering een fundamenteel anti-Amerikaanse kracht schuilgaat. Dat geloofde McCarthy ook.
‘Na zijn val verdween deze manier van denken naar de achtergrond, maar zij dook telkens opnieuw op, rond de Republikeinse presidentskandidaat Barry Goldwater in de jaren zestig, rond de Republikeinse politicus Pat Buchanan in de jaren negentig, nu met Trump en de Make America Great Again-beweging. Aan het einde van mijn boek citeer ik Albert Camus die in zijn roman De pest schrijft dat een plaag misschien gaat liggen, maar nooit helemaal verdwijnt, en telkens weer opkomt.’
Er loopt zelfs een persoonlijk lijntje van McCarthy naar Trump. De jurist Roy Cohn was de chief executive van het mccarthyisme, schrijft u. McCarthy was een ongeleid projectiel, Cohn koos de doelwitten uit en formuleerde de beschuldigingen. In de jaren tachtig duikt hij weer op als advocaat van Donald Trump, destijds projectontwikkelaar in New York.
‘Cohn leerde van McCarthy en hielp mee om McCarthy te vormen. De lessen die hij in Washington had geleerd, bracht hij over aan Donald Trump. Altijd aanvallen. Wees niet bang voor leugens en verkeerde informatie. Als een beschuldiging niet werkt, verontschuldig je niet, maar kom met een nieuwe beschuldiging. Houd je niet in, er zijn geen regels, het is total warfare. Demoniseer altijd je vijand. Hij is niet iemand met wie je het oneens bent, maar een belichaming van het kwaad.’
Rond 1950 hadden de Amerikanen de Grote Depressie en de Tweede Wereldoorlog achter de rug. Ze voelden de dreiging van een nieuwe, nucleaire oorlog. Nu wordt Amerika op geen enkele manier bedreigd, na een periode van tachtig jaar vrede en welvaart. Waarom zijn de Amerikanen toch weer zo gevoelig voor een demagoog?
‘Tijdens de Red Scare was de Koude Oorlog duidelijk een katalysator. Nu is er iets anders aan de hand. Amerika heeft een fundamentele demografische verandering doorgemaakt. Vanaf de jaren zestig zijn er veel nieuwe immigranten naar de VS gekomen, niet alleen uit Europa, maar ook uit Latijns-Amerika, Azië en andere delen van de wereld. Die verandering is heel zichtbaar.
‘Immigratie is een fundamentele uitdaging voor het traditionele witte patriarchaat. Voor een deel is het ook gewoon racisme. Het is geen toeval dat veel van de huidige demagogie, inclusief die van Trump, ontstond in reactie op de zwarte president Barack Obama. Ik denk dat er op rechts veel mensen doodsbenauwd zijn om opzij te worden geschoven door fundamentele maatschappelijke veranderingen. Daarom halen ze uit naar wat ze woke noemen, of positieve discriminatie. Maar feit is dat witte mensen al niet meer de meerderheid vormen in grote delen van het land. Daarnaast zijn traditionele christenen niet meer in de meerderheid en vormen mannen niet meer de meerderheid onder studenten aan de universiteit.’
Uiteindelijk overspeelde McCarthy zijn hand. Kan dat Trump ook overkomen?
‘Het is mogelijk, dat zullen we de komende zes maanden zien. Uiteindelijk zal het toch om de economie draaien, want de meeste mensen stemmen met hun portemonnee. Aan de andere kant ben ik soms bang dat Trump zo veel macht bij de president heeft geconcentreerd dat er een point of no return is bereikt.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant