Home

Het wiebelige leven van mijn kat Bassie eindigde met een lange zucht naar houvast

is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

Als kind hield ik een kernachtig inzicht over aan mijn doofblinde kat Bassie. Bassie was een roodharige kater die volgens mijn moeder ‘wind tegen’ had: op jonge leeftijd ontwikkelde hij een angststoornis, op middelbare leeftijd raakte hij in botsing met een auto waardoor hij een deel van zijn zicht verloor en kort daarna kwam zijn staart tussen de voordeur, waarna hij slechts een klein stulpje overhield. Dit tastte zijn evenwichtsvermogen aan en werkte verdere valpartijen in de hand.

Ondanks zijn fysieke misère en incidentele oprispingen van angst was Bassie een vrolijk dier. Hij hield ervan geknuffeld te worden en was, opnieuw in de woorden van mijn moeder, een ‘tamelijk charmante man’. Pas op het moment dat hij als oude kater niet alleen steeds slechter begon te zien, maar ook langzaam doof werd, sloeg zijn algehele stemming om en raakte de uitdrukking die al jaren rond hem hing daadwerkelijk op Bassie van toepassing: kommer en kwel.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtijnen.

Permanent verontrust liep hij door huis en miauwde daarbij oorverdovend. Eigenlijk hield hij hier alleen mee op wanneer hij tegen iets aanliep, meestal een deur of muur. Zelf interpreteerde ik dit als een verlangen naar structuur: Bassie hoefde niet per se te weten wáár hij was, zolang hij maar voelde dat deze plek begrensd werd.

Het wiebelige leven van Bassie eindigde dus met een lange zucht naar houvast en om die reden heb ik deze zomer veel aan hem gedacht. In de hoop me zo volledig mogelijk te concentreren op mijn volgende boek nam ik namelijk een pauze van deze column, waarna ik binnen de kortste keren zoveel tijd omhanden had dat ik niets liever wilde dan eens flink tegen iets opbotsen.

Meer concreet overschatte ik de bestaande structuur van mijn roman, onderschatte ik het ontregelende effect van een gebrek aan deadlines en ontving ik de rekening die bij mij altijd volgt op zulk soort inschattingsfouten: paniekaanvallen. Het dieptepunt, zo uit de losse pols, was het moment waarop ik opluchting begon te voelen wanneer ik genoeg kleding bevuild had. Dan kon ik namelijk een wasje draaien en vond er in mijn huis tenminste één nuttig proces plaats, waar ik zelf weinig anders deed dan staren naar het hatelijke wit op mijn scherm.

Om de paniek te bestrijden besloot ik me te concentreren op de inrichting van mijn woonkamer. Die wilde ik gezelliger maken, maar dit bleek al gauw een lastige opgave: mijn angstige stemming maakte dat ik alleen oog had voor wat weg moest. Uit mijn toch al steriele interieur verdwenen nu dagelijks decoraties of zelfs hele meubelstukken, totdat het in de woorden van mijn vriendin oogde als een ‘echte tandartspraktijk’.

Corresponderend met deze gedachte besloot ik direct mijn deuren en kozijnen opnieuw te witten. Hier ben ik een week zoet mee geweest, waarna ik mijn appartement eens goed rondkeek en zag wat ik had uitgebeeld: een lijkbleke zomer.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next