Column Marcel
Met acht Nederlanders in de stromende regen een vulkaan beklommen, het café halverwege wilde maar aan de helft van ons een maaltijd serveren, doordat er toch over en weer tussen de tafels voedsel werd uitgewisseld en door het gebrekkige Frans van de Nederlanders en het gebrekkige Engels van de Fransen draaide het uit op een ravage.
Nee, dan was het eten bij onze door Nederlanders gerunde B&B beter geregeld.
Op de weg terug naar ons tijdelijke verblijf kwam de enge gedachte op dat misschien wel alle kasteeltjes en ruïnes in deze streek inmiddels door en voor Nederlanders werden gerund.
We aten rundergehakt van de biologische boer van een weiland verderop, op een vel paprika. En een artisjok, als kloppend hart daar weer bovenop gedrapeerd.
Het diner werd uitgeserveerd door een indolente puber, ze straalde uit dat ze overal liever vakantiewerk had gedaan dan bij haar moeder. Zet acht volwassenen Nederlanders bij elkaar en het is meteen gezellig.
Verbroedering: onze jongste wandelde in het donker het zwembadje in, ze werd ‘gered’ door de andere kinderen. Daarna ging het met stemverheffing over het raadsel waarom we geen handdoeken mee mochten nemen naar het zwembadje, een probleem dat gezien het weer niet echt een probleem was.
„En waarom haalt ze overdag het bestek uit de kast?”, vroeg een vrouw.
„We mogen niet zelf brood smeren”, gaf ze zelf het antwoord.
De midweekse house cleaning was ook niet goed. Ik kon meepraten. De nicotinetablet die ik tijdens het douchen in het douchegordijn had gespuugd, hing er na de schoonmaakbeurt nog. Konden we met de groep gezamenlijk een fles Glorix kopen? Ik bleef Eva aankijken. Dit voorstel kwam toch niet uit ons smaldeel?
Ik bracht in wat ik tegen het verschijnsel honesty bar heb, ik vind dat het er ook vanaf de verkoperskant eerlijk aan toe moet gaan.
Daarna ging het al snel over politiek. Er volgde een opgewonden discussie over de huisvuilophaal in Amsterdam en seculier onderwijs. Een vrouw, actief in de bancaire wereld, hief de armen en riep dat er een beweging moest komen voor en door lieve mensen. ‘Lief’ moest die heten, ze zocht nog een BN’er om die kar te trekken.
De berichten uit het vaderland werden somberder en somberder. De wifi lag er na middernacht ook weer uit, van mij hoefde ze de lokale wifi-deskundige Amir niet meer te halen, ik geloofde het wel. Geen zin meer om te blijven, maar naar huis gaan was ook zo wat. Bij de verplichte uitcheck om 10.30 was de hemel strakblauw. Het kon eindelijk weer eens onbarmhartig warm worden, zoals eigenlijk altijd op deze plek in deze tijd van het jaar.
Source: NRC