Home

Kabinetscrisis verzwakt positie Nederland in EU, denken kenners: ‘Zichtbaarheid en hoorbaarheid zullen afnemen’

Vertrek NSC-bewindslieden Het uiteenvallen van het demissionaire kabinet doet de positie van Nederland in Europa geen goed, zeggen kenners. „In het buitenland ziet men dat er nu een kabinet zit met wel heel beperkte draagkracht in het parlement.”

Premier Dick Schoof en voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen in Brussel, in juli van dit jaar.

Het uiteenvallen van het demissionaire kabinet is voor de positie van Nederland in de Europese Unie ernstig, zegt Catherine de Vries, hoogleraar politieke wetenschappen met de leerstoel Europese politiek aan de Bocconi Universiteit in Milaan. „De politieke geloofwaardigheid van Nederland in Brussel is verder afgenomen.”

Het was al lastig, zegt De Vries. Omdat premier Schoof partijloos is, kan hij niet deelnemen aan de informele voorbesprekingen die de grote politieke groeperingen in de EU (christen-democraten, sociaal-democraten en liberalen) beleggen voorafgaand aan bijeenkomsten van de Europese Raad. „Als premier van VVD-huize kon Rutte op de bijeenkomst van de Europese liberalen bijvoorbeeld zaken afstemmen met de Franse president Macron. Omdat zo’n mogelijkheid er met het kabinet-Schoof van het begin af aan niet was, stond Nederland al met 1-0 achter op andere lidstaten.”

Toen het kabinet in juni viel en demissionair werd, verloor het in Brussel gezag en kwam Nederland met 2-0 achter te staan, meent De Vries. „En nu is het 3-0. Want de vraag is: Kan Nederland überhaupt nog iets doen? En dat terwijl er tijdens het Deense voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie (dat loopt van 1 juli tot eind van het jaar) voor Nederland belangrijke dossiers aan de orde komen: Oekraïne, defensie, migratiebeleid, uitbreiding en handel. Dan wil je dat Nederland daaraan volop kan meedoen.”

Luuk van Middelaar, directeur van het Brussels Institute for Geopolitics, relativeert de mogelijk negatieve gevolgen voor Nederland in Brussel, die de jongste Haagse crisis met zich mee kan brengen. Hij denkt dat het „misschien niet zo veel uitmaakt”.

„Bij de grote vragen van dit moment, Oekraïne en de handel tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten, legt Nederland toch al niet veel gewicht in de schaal. Alleen Mark Rutte heeft dat een beetje inzake Oekraïne, maar dat is in zijn rol van secretaris-generaal van de NAVO.

„En vóór deze Haagse crisis was het toch al niet zo dat een Nederlandse premier deel zou uitmaken van bijvoorbeeld de Europese afvaardiging naar Washington, om daar met president Trump te praten over Oekraïne. In de transatlantische handelsoorlog was er ook geen grote rol voor Nederland weggelegd – daar zijn Frankrijk, Duitsland, Italië en de Europese Commissie de grote spelers.”

Maar volgens Bert Koenders, oud-minister van Buitenlandse Zaken (2014-2017) en van Ontwikkelingssamenwerking (2007-2010), is in de buitenlandse politiek in het algemeen „de diplomatieke slagkracht van Nederland verminderd. In het buitenland ziet men ook dat er nu een kabinet zit met wel heel beperkte draagkracht in het parlement.”

Elf ministers in tien jaar

De afgelopen tien jaar heeft Nederland achtereenvolgens elf ministers en waarnemend ministers van Buitenlandse Zaken gehad. Slechts twee van hen waren langer dan twee jaar in functie. Minister Caspar Veldkamp vertrok vrijdag na iets meer dan een jaar, zijn functie wordt voorlopig waargenomen door minister van Defensie Ruben Brekelmans.

„Die snelle wisselingen aan de top van het departement verzwakken de positie van Nederland”, zegt Koenders. „Als minister heb je de tijd nodig om coalities op te bouwen met collega’s uit andere landen, zodat je rugdekking hebt als dat nodig is, en samen initiatieven kan nemen.

„Dit is een tijd van grote veranderingen. Europa staat er steeds meer alleen voor. Nú worden de keuzes gemaakt hoe we als Europa verder gaan, en daar wil je als Nederland over kunnen meepraten. Dus moet het parlement nu een aantal grote lijnen uitzetten om een effectieve buitenlandse politiek te kunnen voeren.”

Het buitenland gaat merken dat Nederland minder door ministers en staatssecretarissen vertegenwoordigd wordt, zegt voormalig permanent vertegenwoordiger bij de Europese Unie en voormalig ambassadeur in Parijs Pieter de Gooijer, tegenwoordig consultant in Brussel. „Een dag heeft maar 24 uur, en als je er als minister of staatssecretaris een andere portefeuille bij krijgt, dan betekent dat dat je een aantal dingen niet meer kan doen die eigenlijk horen bij het goed vervullen van je functie. Een minister van Buitenlandse Zaken die tevens minister van Defensie is, zal vaker in Nederland moeten blijven – bijvoorbeeld voor overleg met de Kamer.”

Natuurlijk zijn er altijd ambassadeurs die Nederland bij bijeenkomsten in het buitenland kunnen vertegenwoordigen, „maar dat is toch niet helemaal hetzelfde. Als diplomaat ben je ambtenaar, en geen politicus. De zichtbaarheid en hoorbaarheid van Nederland in het buitenland zullen afnemen – en daarmee ook de effectiviteit van het buitenlands beleid. We zullen wat minder eigen voorstellen doen, en wat meer met de consensus meegaan.”

De Gooijer gelooft niet dat het voor de Oekraïense president Zelensky pijnlijk of problematisch was dat premier Schoof vrijdag vanwege de crisis zijn voorgenomen bezoek aan Kyiv afzegde. „Als Den Haag maar aan hem duidelijk maakt dat er continuïteit van het beleid is, dat hij op Nederland kan blijven rekenen.”

Bij het beleid voor Israël en Gaza is onzekerder wat er nu gaat gebeuren. „Dat is een punt van discussie tussen regering en parlement. Veldkamp verkeerde in een patstelling. Hij was er van overtuigd dat er meer druk op Israël moest komen, maar hij kreeg het kabinet niet mee – terwijl er de dreiging was van een Kamermeerderheid voor een motie van wantrouwen tegen hem. Die patstelling zal zijn opvolger ook tegenkomen.”

Source: NRC

Previous

Next