Klimaatwetenschap Op een Hawaïaanse vulkaan wordt elke dag gemeten hoeveel CO2 er in de lucht zit. Donald Trump wil daarmee stoppen. „Vreselijk jammer.”
Het Mauna Loa Observatorium op een foto uit december 2022. Het station moest toen enige maanden dicht vanwege een eruptie van de vulkaan.
Hij bewees dat de mens klimaatopwarming veroorzaakt. Ook maakt hij de langstlopende reeks CO2-metingen. En nu wil Donald Trump het Mauna Loa Observatorium (MLO) op Hawaï zo snel mogelijk sluiten.
„Vreselijk jammer”, zegt klimaatwetenschapper Ronald Hutjes van de Wageningen Universiteit. „Ieder jaar actualiseer ik de slides voor mijn studenten met de laatste CO2-metingen van het MLO.”
„Waarom zou je dit iconische station sluiten”, reageert Thomas Röckmann, hoogleraar atmosferische fysica en chemie aan de Universiteit Utrecht.
Al sinds 1958 meet het MLO dagelijks de concentratie CO2 en andere broeikasgassen in de lucht. De meetmethode is gaandeweg veranderd. Tegenwoordig vergelijkt het observatorium de intensiteit van laserlicht dat wordt opgenomen door CO2 met de intensiteit van laserlicht dat niet wordt opgenomen door het broeikasgas. Hoe meer CO2 in de lucht, hoe groter het verschil zal zijn.
Zijn twee witte koepels staan op een hoogte van 3.397 meter op een flank van vulkaan Mauna Loa. Acht medewerkers houden de MLO operationeel. Duizenden wetenschappers gebruiken de gegevens om het klimaat te onderzoeken en om te kijken hoe effectief klimaatbeleid is.
Wat moeten zij straks in een wereld zonder MLO? Het wegvallen van dat ene station zorgt niet meteen voor grote problemen. Wel zorgwekkend is dat Trump het hele netwerk wil afbreken waarvan het MLO deel uitmaakt. Het strekt zich uit van Noord-Alaska tot de Zuidpool. Eigenlijk alles wat kennis over klimaatverandering produceert, lijkt Trump de mond te willen snoeren. Ook klimaatwetenschappers, klimaatsatellieten en instituten.
De sluiting van het MLO leidt wereldwijd tot commotie. In zijn inmiddels bijna 70-jarige bestaan is het uitgegroeid tot een klimaatsymbool.
Klimaatwetenschap is vaak nogal complex, maar het MLO laat duidelijk zien wat er gebeurt. De Amerikaanse chemicus Charles David Keeling (1928-2005) bouwde het MLO, waarna meetgegevens eindelijk konden bevestigen wat wetenschappers eerder al hadden berekend: de hoeveelheid CO2 in de lucht neemt toe door de verbranding van fossiele brandstoffen, wat leidt tot opwarming van de planeet. Keeling mat dagelijks de fractie CO2 en zette zijn metingen in een grafiek, de Keeling-curve. Toen Keeling begon, was de CO2-fractie in de lucht zo’n 310 ppm (delen per miljoen). Keeling zag dit zelf nog stijgen naar 380 ppm. Na de dood van Keeling in 2005 nam zijn zoon Ralph de meting over en inmiddels staan we op 427,87 ppm.
In de jaren zeventig kreeg de Keeling-curve veel aandacht. Toch duurde het even voor klimaatopwarming onderwerp werd in het publieke debat. Pas eind 1988 werd het internationale klimaatpanel IPCC opgericht om klimaatverandering en zijn risico’s te onderzoeken.
Het is de mens die de CO2-concentratie doet stijgen. Daar is ruimschoots bewijs voor. Bijvoorbeeld onderzoek uit de jaren zeventig van Keeling en collega’s. Ze maakten onderscheid tussen fossiel koolstof en ‘nieuw’ koolstof, door te kijken naar de hoeveelheid radioactieve koolstofisotopen (14C) in de lucht. Natuurlijke koolstofbronnen, zoals pasgestorven bomen, stoten koolstof uit dat rijk is aan radioactieve isotopen die recent onder invloed van kosmische straling in de atmosfeer zijn gevormd. Oeroude plantenresten die wij gebruiken als fossiele brandstoffen, bevatten geen zware koolstof meer, omdat de radioactieve atomen na zo’n lange tijd vervallen zijn. Het percentage radioactieve CO2-isotopen neemt af, wat erop duidt dat een groot deel van fossiele herkomst is.
Bijzonder is dat de Keeling-curve laat zien hoe de wereld ademt. Kleine schommelingen in de CO2-concentratie vormen een zigzagpatroon. In de zomer op het noordelijk halfrond nemen planten CO2 op. ’s Winters sterft een deel weer af en komt dat CO2 weer vrij. Het noordelijk halfrond heeft relatief veel land en dus meer planten, waardoor dat gebied grotendeels de seizoensveranderingen bepaalt.
Nog steeds is het MLO een waardevol instrument. „Een dataset wordt meer waard naarmate de meting langer loopt”, zegt klimaatwetenschapper Hutjes. Ook zijn er nauwelijks observatoria met „zo’n schoon signaal”, zegt Hutjes. Hoog op de vulkaan en omringd door oceaan, zijn de sensoren ver weg van planten en menselijke activiteiten die de metingen kunnen verstoren. Wetenschappers wereldwijd kalibreren hun modellen en satellieten met luchtmonsters van het MLO. Ook Hutjes krijgt MLO-monsters, net als zijn Utrechtse collega-wetenschapper Röckmann.
Enkele andere observatoria kunnen die rol overnemen, zegt hoogleraar Röckmann, op andere eilanden of op de polen. Die zijn ook ver verwijderd van menselijke invloeden. Twee jaar geleden zaten wetenschappers ook zonder monsters. Lavastromen blokkeerden de weg ernaartoe en zorgden voor stroomuitval. Maar toch, de sluiting van de MLO is een blik op de wereld minder.
De voorgenomen sluiting van het MLO staat niet op zichzelf. Eerder deze maand meldde CNN dat president Trump een prima werkende klimaatsatelliet wil laten verbranden in de atmosfeer. De satelliet, de Orbiting Carbon Observatory, heeft nog brandstof tot 2040.
Het allerergst vindt Röckmann „het verwijden van expertise en kennis van mijn Amerikaanse collega’s. Duizenden mensen besteden hun leven aan klimaatwetenschap en velen moeten daar nu mee stoppen. Dat is het grootste verlies, en dat draai je niet zomaar terug.”
Hutjes is het met hem eens. „Als het MLO moet sluiten, zijn we het observatorium niet alleen gedurende het ambtstermijn van Trump kwijt. We verliezen ook expertise. De MLO afbouwen kan in een paar maanden, de wederopbouw duurt veel langer.”
Wetenschappers hopen dat Europa het MLO kan overnemen als de plannen van Trump doorgaan. Maar de bijdrage van de VS aan klimaatwetenschap wereldwijd is groot. Hoe de rest van de wereld het gat dat Trump wil achterlaten moet gaan opvullen, weet niemand.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Source: NRC