is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Zomer heette ooit komkommertijd voor de media. Daar is plaagdierennieuwtjestijd voor in de plaats gekomen.
Zelfs de wolf deed rustig aan deze weken. ‘Wolf neemt zomerpauze: aantal aanvallen op schapen daalt flink’, berichtte de NOS vorige week. Niets nieuws onder de zon: het effect trad vorig jaar ook al op, en berust op het berekende consumptiepatroon van het roofdier. Nu hij zelf jongen heeft te voeden en even verderop malse reekalfjes voor het oprapen liggen, is de som snel gemaakt: achter schapen aanhollen is dan al snel te vermoeiend. Luie donders, die wolven.
Ook een zomerverschijnsel: in het medialandschap leefde het persmuskietje weer op. Het plaagbeestje doet van zich spreken wanneer in de zomerweken vertrouwde nieuwsbronnen opdrogen en het voor zijn overleven is aangewezen op aangeboren opportunisme. Alles wat hem voor de voeten komt, is de veelvraat welkom. In de nieuwskolommen zijn de sporen volop terug te vinden.
Zo klonk op Radio 1 weer de jaarlijkse reportage over de strijd tegen de tijgermug, die ‘steeds vaker’ opduikt en de mens in de hoek drijft. Onderwijl voerden dappere strijdkrachten op Terschelling een felle oorlog tegen de watercrasula, een ontsnapte aquariumplant die lokale planten- en diersoorten bedreigt.
Kenmerkend voor het zomernieuws is dat het persmuskietje in zijn gretigheid soms zijn eigen bron ondergraaft. Neem het bericht van de NOS over een vertrouwde nieuwszomergast: de Aziatische hoornaar. Het aantal nam weer eens toe, bestrijders hebben het maar druk met de reuzenwesp, berichtte de omroep. Het klonk vertrouwd alarmerend, precies zoals het persmuskietje zijn maaltijd het liefst verorbert. Maar hé, in het bericht relativeerde entomoloog Aglaia Bouma de opgewonden toon al: er is volgens haar geen sprake van explosieve groei. Wel van het aantal waarnemingen, maar er zijn ook meer waarnemers. ‘De groei aan waarnemingen kan dus voor een deel verklaard worden door het feit dat er meer mensen naar zoeken.’
Intussen waarschuwde De Telegraaf, als altijd in opperste staat van paraatheid zodra het enge beestjes betreft, voor het Portugees oorlogsschip. Pardon? Dat is een ‘horrorkwal’, of nee: ‘een blauw-wit beestje dat in alles lijkt op een kwal, maar dat is het niet’. Wat het dan wel is: ‘Een kolonie van honderden holtedieren die ook wel poliepen worden genoemd. Die poliepen leven in een enorme gevulde blaas die op het water drijft. Daaraan vast hangen dunne slierten die wel tot dertig meter lang kunnen worden’, aldus de krant.
Pijn en jeuk liggen op de loer, uitmondend in spierverlamming en mogelijke verdrinkingsdood, zo schetste de krant de naderende apocalyps aan Zuid-Europese stranden. Sindsdien is niets meer van het fenomeen vernomen.
De horrorbingo werd vooralsnog gewonnen door een andere vertrouwde zomergast van De Telegraaf: ‘Terror-meeuwen teisteren strandgangers’. Het ging over zilvermeeuwen die argeloze badgasten de friet en kibbeling uit de handen roven, een jarenoud fenomeen. ‘Moeten we bang zijn voor deze vogels?’, vroeg de krant zich af. Het stuk beschreef immers hoe een meeuw een ijsje en niet het bijbehorende kinderhandje had gegrepen. Het antwoord zal u verbazen: dat laatste gebeurt ‘weinig tot helemaal niet’, legde een man van de Noordwijkse Reddingsbrigade uit. ‘Mensen met verwondingen door een meeuw, dat heb ik nooit meegemaakt.’
Verwarde lezers met jeuk en bultjes van het persmuskietje worden daarentegen steeds vaker aangetroffen. Gelukkig is de overlast een seizoensverschijnsel. De heide kleurt al paars, de blaadjes vergelen al (moeten we bang zijn?): het zomerleed is bijna voorbij.
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant