is cabaretier, presentator en columnist voor Volkskrant Magazine.
In het theater horen mensen zich netjes te kleden, maar dat doen ze niet, dus ik ook niet. Je wilt niet laten blijken dat je weet hoe het hoort, niet in dit land, niet in deze eeuw, want die tribunalen zitten nog in de pijplijn. Maar bij een première doen veel mensen nog een poging, dus dan durf ik wel.
Alleen: wat doe je aan als die première overdag is? De uitnodiging had gezegd black tie, maar een smoking mag pas na borreltijd. Dus dan bedoelen ze jacquet, dat is heel normaal en acceptabel. Tenminste, als je minister bent en het Prinsjesdag is. Op een zondagmiddag in het theater is het misschien een beetje veel. Ook omdat met hoge hoed over de rode loper lopen kan overkomen als aanstellerig. Ook is er dan gerede kans dat ze rijst naar je hoofd gaan gooien.
Dus haalde ik ’s ochtends mijn smoking uit de kast. Niet met tegenzin, want een net pak doet wonderen voor een man. Gewoontegetrouw trok ik alles losjes aan om te zien of de boel nog paste en alle knoopjes er nog op zaten, en verhip: de broek was te klein geworden. Hoe een broek kleiner kon worden snapte ik niet, misschien gekrompen door klimaatverandering. Ik riep de dienstmeid en sommeerde haar om de naaimachine tevoorschijn te halen om de broek uit te nemen, waarop ze mij informeerde dat zij niet bestond.
Dus: waar vindt een mens op zondag een passende smokingbroek? Gelukkig woon ik in een stad waar dat niet ondenkbaar is. Soms foeter ik op de 24 uurseconomie en doe ik romantisch over steden waar de boel op zondag gewoon gesloten is, maar als ik snel iets nodig heb denk ik daar heel anders over. Dat overkomt me vaak genoeg om eraan gewend te raken, zeg maar gerust verwend, zo erg ik dat ik er niet op bedacht ben dat niet alles altijd te koop is. Zoals een smokingbroek op een zondag, midden in de zomer.
‘Sinds wanneer verkoopt H&M geen smokingbroeken?’
‘Sinds 31 december, meneer. Heeft u de Bijenkorf al geprobeerd?’
‘Daar kom ik net vandaan! Die stuurden mij naar u!’
‘Ach, wat attent van ze.’
Na een rondje bellen langs alle herenzaken, gevolgd door een dollemansrit tegen de klok op de deelscooter, kon ik uiteindelijk op tijd aansluiten in de rij voor het theater. Er waren er meer die in smoking waren gekomen, maar vrijwel iedereen had inmiddels het jasje uit en het strikje los en een enkeling had zelfs schoenen en sokken uitgetrokken, om de simpele reden dat het een graadje of vijftig was en de rij heel, heel langzaam ging. Drie kwartier lang stond ik te puffen in mijn nylon noodbroek, afgunstig op de vrouwen en genderfluïde mannen die voor luchtige jurken hadden gekozen.
Eenmaal binnen zou ik de overeengekomen dresscode willen samenvatten als ‘kerstige zomermiddag’. Eens te meer werd ik gesterkt in mijn opvatting dat ik heel, heel strenge kledingvoorschriften wil voor iedereen, zodat iedereen weet waar die aan toe is. Nu voelden velen zich een beetje over- of underdressed, behalve zij die er bewust wilden uitspringen, zoals een enkele heer in glitterjurk of voetbaltenue, waarschijnlijk de enigen die helemaal relaxed en zeker van hun zaak waren.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant