Home

Als gevolg van de tarievendeals dumpen Aziatische landen producten al op Europese markt

Concurrentiepositie EU De definitieve handelsdeal tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie zorgt tijdelijk voor wat rust. Maar achter de schermen zijn grote verschuivingen gaande in de mondiale handelsstromen. En die zijn niet perse gunstig voor het Europese bedrijfsleven.

Toeristen varen langs een containerterminal in de haven van Rotterdam. Landen als China, Zuid-Korea en Japan proberen producten die moeilijker verkoopbaar zijn in de VS te ‘dumpen’ op de Europese markten. Foto Barbara LABORDE/AFP

Was het nou een goede of een slechte week voor de Europese industrie? Ruim drie weken na het sluiten van een handelsdeal met de VS, kwamen donderdag dan eindelijk de details naar buiten. Simpel gezegd leggen de VS Europese bedrijven 15 procent importheffing op, en verlaagt Europa juist de bestaande heffingen voor Amerikaanse bedrijven. Ideaal is het niet, zegt beleidsadviseur Casper Roerade van de belangenbehartiger voor internationaal opererende bedrijven (Evofenedex). Helder is het in elk geval wel: „We hadden gehoopt op meer gelijkwaardige markttoegang, maar gezien de mogelijkheden is dit wat het is. Hier kan het Nederlandse bedrijfsleven in elk geval mee uit de voeten.” Rust aan het front, daar snakt het mondiale bedrijfsleven na maanden van chaos vooral naar.

En met ieder akkoord lijkt de rust weer iets meer terug te keren op handelsgebied. Maar een terugkeer naar de wereld van voor de heffingen raakt wel steeds verder uit zicht, zo blijkt uit meerdere bronnen. Achter de schermen van de wereldhandel zijn er grote verschuivingen zichtbaar, en Europa staat er daarin minder florissant voor dan op het eerste gezicht lijkt.

Handelsoverschot krimpt

Economen waarschuwden al ruim vóór het uitbreken van de handelsoorlog voor de indirecte effecten van de heffingen. Eensgezind concludeerden zij dat de rekening van de heffingen uiteindelijk grotendeels bij de Amerikaanse consument zou komen te liggen, maar dat de wereldhandel in zijn totaliteit aardig opgeschud zou worden. Het Centraal Planbureau schreef in een analyse vorig jaar oktober al dat Europa de grootste klappen van een lagere afzet naar de VS zou kunnen opvangen door andere handelsroutes te intensiveren. Dat gold dan zowel binnen de interne markt van de EU, als voor markten buiten de Unie, zoals Azië, Afrika en het Midden-Oosten.

Maar dat verplaatsen van de handel lukt Europa niet of nauwelijks. Uit recente cijfers van het Europees statistiekbureau Eurostat blijkt nu dat de Europese handel met belangrijke partners juist afneemt. Overall wist de Unie de export in juni gelijk te houden vergeleken met 2024, terwijl de import met 6,4 procent toenam. Het handelsoverschot van de hele Unie nam als gevolg hiervan af met ruim 12 miljard euro ten opzichte van vorig jaar. De daling van het overschot werd vooral veroorzaakt door een forse toename van de import van voeding en drank (plus 17,1 procent) en chemische producten (plus 15,7 procent).

Wie verder inzoomt op de handelsbalans van de EU ziet wat er werkelijk aan de hand is. De Europese export naar de VS nam bijvoorbeeld met ruim 10 procent af, terwijl de import uit dat land met 16,4 procent steeg. Uit China kwamen voor 16,7 procent meer goederen, terwijl de Europese export naar dat land juist met 12,7 procent daalde. De Unie slaagde er wel in zowel de im- als export met Zwitserland en Turkije te intensiveren. Ook de handel met het Midden-Oosten nam nog licht toe, met een kleine 3 procent.

De cijfers betreffen de handel tot en met juni dit jaar, toen er nog grotendeels lagere heffingen golden. Dus de laatste ronde heffingen en akkoorden is er nog niet in verwerkt. En de laatste cijfers zeggen ook niet alles. De Europese export naar de VS was voorafgaand aan de maand juni juist fors toegenomen. Ook dat kan overigens weer te maken hebben met de handelsoorlog: bedrijven hebben extra geëxporteerd vooruitlopend op de heffingen.

De conclusies van Draghi

Het gaat wat ver om die recente bewegingen van goederenstromen volledig toe te schrijven aan de handelsoorlog. In een gezaghebbend rapport dat vorig jaar verscheen, schetste voormalig ECB-president Mario Draghi dat de concurrentiepositie van Europa al veel langer verzwakt. Relatief hoge (en toenemende) loonkosten ten opzichte van de rest van de wereld en een tekort aan gerichte investeringen in industrieën van de toekomst waren de grootste obstakels. Draghi pleitte voor forse investeringen in het herstel van die concurrentiepositie. Zo niet, dan zou Europa verder achterop raken en zelfs in een existentiële crisis verzanden, aldus de Italiaan.

Zijn rapport leidde tot een hernieuwd besef dat Europa moet investeren om de welvaart te behouden. Miljardenprogramma’s met publiek en privaat geld dat ten goede moest komen aan energie, infrastructuur, defensie en nieuwe technologieën werden bediscussieerd en soms al in de grondverf gezet. Maar voordat Draghi’s aanbevelingen goed en wel concreet gemaakt konden worden, kreeg Donald Trump de sleutel van het Witte Huis en werd alles anders. De achterstand die Europa al had, werd in die korte periode geenszins ingelopen.

Vulpennen, slagroom en vis

Zeker is wel dat de handelsoorlog de Europese concurrentiepositie geen goed doet. Grote exporteurs als China, Zuid-Korea en Japan lijken er daarbij ook in toenemende mate voor te kiezen hun producten - die moeilijker verkoopbaar zijn in de VS als gevolg van de heffingen - in Europa af te zetten. Dat brengt het risico van dumping met zich mee: grote hoeveelheden goederen voor zeer lage prijzen (soms onder de kostprijs) naar Europa verschepen. Europa als afvoerputje van de wereldhandel, kortom, met alle gevolgen voor de Europese industrie van dien.

De Europese Commissie houdt sinds drie maanden nauwgezet bij of en in welke mate die dumping plaatsvindt, en de cijfers zijn opmerkelijk te noemen. De lijst producten waarvan de hoeveelheid met meer dan 5 procent toeneemt én de prijs met meer dan 5 procent daalt, groeit elke maand gestaag. Er staan inmiddels ruim honderd goederen op, variërend van vul- en balpennen (221 procent meer pennen terwijl de invoerprijs 58 procent daalde) tot slagroom (bijna 6.000 procent meer import met een prijsdaling van 67 procent) en van vis- en schaaldieren niet voor menselijke consumptie (afzet met 2.007 procent omhoog, prijs met 91 procent omlaag) tot spoorweg- en tramrailsinstallaties en -beslag (afzet met 145 procent omhoog, prijs met 45 procent omlaag).

Op de zogenoemde ‘hittekaart’ die de Commissie bij de lijsten publiceert, is goed te zien welke landen het meest dumpen. China scoort in vijf van de vijftien productcategorieën bovengemiddeld. Maar ook India, Japan, Zuid-Korea en Turkije staan op de kaart als ‘dumpers’. Het doel van de monitoring is om binnen de Europese industrie het bewustzijn te vergroten van eventuele toenames van de import. Het is dan aan de industrieën zelf om met aanvullende informatie te komen als een dergelijke toename economische schade veroorzaakt. Als de dumping echt de spuigaten uitloopt, neemt de Commissie maatregelen. Zo legde Brussel de afgelopen maanden China al strafheffingen op voor parketvloeren en multiplex ter bescherming van de Europese fabrikanten.

En dan zijn er ook nog toenemende zorgen over de koers van de Chinese munt ten opzichte van de euro. Een groeiende groep economen ziet in de forse daling van de waarde van de yuan (ruim 20 procent eraf in drie jaar) een bewijs dat de Chinese overheid de export op deze manier probeert te bevorderen. Hoe lager de koers van de yuan, des te goedkoper Chinese producten voor andere landen immers worden.

Toegenomen complexiteit

Roerade van belangenbehartiger Evofenedex kent de verhalen van dumping, en dan vooral uit de hoek van bedrijven die met robotica, de chemie en staal en aluminium te maken hebben. „Dit is precies waarvoor we gewaarschuwd hebben”, zegt hij. „De handelsoorlog tussen China en de VS zal Europa niet ongemoeid laten.” Opmerkelijk genoeg hebben veel bedrijven juist last van de maatregelen die Europa treft tegen de dumping, zegt hij. „Brussel heeft een extra heffing op multiplex ingesteld, maar dat maakt voor bedrijven die dat gebruiken de inkoop van multiplex ineens duurder. Dat voelt niet goed, hoe begrijpelijk en zorgvuldig de maatregel vanuit Brussel ook is.”

Nog los van de concrete voorbeelden van dumping en oneerlijke concurrentie, is vooral de toegenomen complexiteit van de internationale handel veel bedrijven een doorn in het oog. „Sommige producenten van goederen moeten eindeloos aantonen waar bijvoorbeeld bepaalde stalen onderdelen in hun product vandaan komen en wat de economische waarde daarvan is, zodat daar het bijpassende invoertarief op geheven kan worden. Dat kost ontzettend veel tijd”, aldus Roerade.

De komende maanden moet duidelijk worden hoe structureel de verschuivingen in de wereldhandel precies zijn. De voortekenen voor Europa zijn niet gunstig. Dat raakt vooral de exporterende landen en industrieën die in toenemende goedkope concurrentie op hun producten te verwerken krijgen.

Vrijdag publiceerde het Duitse statistiek-bureau Destatis herziene cijfers voor het tweede kwartaal van dit jaar. De Duitse economie, de productie- en exportmotor van de EU, kromp niet met 0,1 procent, maar met 0,3 procent. Vooral de Duitse industrie produceerde minder dan eerder werd aangenomen, meldt Destatis. Ook voor deze krimp zijn meerdere oorzaken aan te wijzen, maar de gevolgen van de heffingenoorlog op de Duitse maakindustrie en de onzekerheid die daarmee gepaard ging, zullen niet geholpen hebben.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Amerika

Wat kunnen we verwachten van weer vier jaar Trump?

Source: NRC

Previous

Next