Op papier is het een vrijwel onmogelijke taak voor Max Verstappen. In tien races tijd moet hij een gat van 97 punten naar Oscar Piastri zien te overbruggen. Kortom, per weekend moet hij gemiddeld tien punten meer scoren dan de kampioenschapsleider. En dan moet niet vergeten worden dat McLaren-teamgenoot Lando Norris tweede staat, op negen punten achterstand van Piastri.
Zodoende heeft McLaren de beste kaarten in handen, al wil het voorlopig nog niet in teamorders geloven - wat Verstappen een klein sprankje hoop moet bieden. Mocht het namelijk tot clashes komen, dan kunnen er plots grote stappen gezet worden. In het verleden is in F1 al aangetoond dat er in de tweede seizoenshelft van alles kan veranderen, al zou Verstappens achterstand de grootste comeback ooit zijn in F1-geschiedenis. Hoe zit het dan met de andere grote comebacks in de tweede seizoenshelften? Een overzicht.
Het seizoen 1964 is een van de voorbeelden van hoe een F1-seizoen kan omslaan in de tweede helft. Dat seizoen telt tien races en na de eerste vijf races is John Surtees niet in de top-vijf te vinden. Hij heeft in die vijf races slechts tien punten behaald - in die tijd leverde een zege nog maar negen punten op en kreeg enkel de top-zes punten - terwijl Jim Clark al op dertig punten staat. Ook Richie Ginther, Peter Arundell, Jack Brabham en Graham Hill staan nog voor Surtees in het kampioenschap.
Dat Surtees er na vijf races niet goed bij staat, is te danken aan drie uitvalbeurten. In de andere twee races eindigt hij telkens op het podium, zowel in Zandvoort (tweede) als Brands Hatch (derde). Zo staat Surtees vooral één taak te wachten: de races uitrijden en wel met dat soort resultaten, al dan niet beter. De voormalig motorkampioen trapt zijn comeback in de tweede seizoenshelft op de best mogelijke manier af door de race op de Nürburgring te winnen. Een uitvalbeurt in Oostenrijk doet zijn titelhoop weer slinken, maar Surtees blijft strijdvaardig en wint vervolgens in Italië.
John Surtees wist de titel in 1964 op te eisen na een sterke tweede seizoenshelft.
Foto door: David Phipps
Surtees zet die goede vorm voort in de Verenigde Staten, waar hij met de tweede plaats plots een serieuze titelkandidaat is wanneer de Formule 1 naar Mexico afreist voor de laatste race. Hij heeft dan vijf punten goed te maken op Hill, waardoor hij minstens tweede moet worden. Dat lijkt een moeilijke opgave, aangezien Surtees een lastige openingsfase kent en vijfde ligt wanneer de race halverwege is. Surtees moet hopen op een wonder, en die komt er ook: Hill komt in aanraking met Lorenzo Bandini in de strijd om de derde plaats en loopt schade op. Later komt ook Clark in de problemen, waardoor hij van de leiding terugvalt en in de allerlaatste ronde uitvalt. Surtees krijgt dan hulp van teamgenoot Bandini, die hem aan de tweede plaats en zo de F1-titel helpt. Van een achterstand van twintig punten, ruim twee zeges in die tijd dus, naar de titel met één punt verschil: Surtees weet het tij flink te keren in vijf races tijd.
Wie in de Formule 1-boeken naar de opmerkelijkste titelgevechten zoekt, komt al snel uit op het seizoen 1976. Dat jaar zijn er twee hoofdrolspelers: James Hunt en Niki Lauda. In de eerste acht races van het seizoen heeft Lauda de touwtjes stevig in handen, want hij verdedigt dan een voorsprong van 29 punten op Hunt. Hetzelfde puntensysteem als in 1964 is van kracht, waardoor de achterstand dus in feite ruim drie zeges bedraagt. Zodoende lijkt er geen wolkje aan de lucht voor Lauda, tot de Grand Prix van Duitsland op de Nordschleife. In de 'Groene Hel' vliegt Lauda hard van de baan, waarna zijn auto vlam vat. Hij wordt uit zijn Ferrari geholpen en snel naar het ziekenhuis gebracht terwijl de F1-wereld voor het ergste vreest.
Dat scenario komt gelukkig niet uit. Wel loopt Lauda flinke brandwonden op en lijkt een terugkeer ver weg te zijn. Ook dat loopt weer anders dan verwacht: de Oostenrijker slaat zijn thuisrace en de Grand Prix van Nederland over, maar keert op Monza terug in de hoop zijn voorsprong te verdedigen. Lauda moest in de tussentijd toezien hoe Hunt in Duitsland en Nederland won en in Oostenrijk vierde werd en stevig inliep. Lauda wordt vierde in Italië en houdt zo de hoop op een titel levend, zelfs tot aan de laatste race van het seizoen: de Grand Prix van Japan.
James Hunt wist de titel met slechts één punt verschil te veroveren.
Foto door: Rainer W. Schlegelmilch / Motorsport Images
Lauda verdedigt daar een voorsprong van drie punten en heeft dus matchpoint in handen. Suzuka wordt echter geteisterd door een enorme regenbui en na twee ronden besluit Lauda zijn Ferrari in de garage te parkeren vanwege de gevaarlijke omstandigheden. Hunt gaat door en krijgt dé kans van zijn leven om de titel te pakken. Die kans grijpt hij met beide handen aan, want hij komt als derde over de streep en verslaat Lauda daardoor met één punt. Een opmerkelijk seizoen met een flamboyante kampioen.
Wie kampioen wil worden in F1, zal normaliter moeten denken aan het winnen van meerdere races in één seizoen. Keke Rosberg vormt echter de uitzondering in het seizoen 1982, waar hij aan één zege genoeg heeft. In de eerste acht races van het seizoen scoort hij wel zeventien punten, maar winnen zit er niet in. Hij staat dan vijfde in het kampioenschap met dertien punten achterstand op John Watson. Het is echter in alle opzichten een bijzonder seizoen waarin van alles mogelijk is. Dat blijkt uit het feit dat er in zestien races maar liefst elf verschillende winnaars te vieren zijn en geen enkele coureur meer dan twee races weet te winnen.
Keke Rosberg won maar één keer in 1982, maar dat was voldoende voor de titel.
Foto door: Motorsport Images
Dat lijkt al vroeg in het seizoen haast onmogelijk vol te houden, wanneer Alain Prost de eerste twee races wint. De Fransman verliest dan echter terrein door betrouwbaarheid en zo weet Watson in de McLaren met twee zeges aan de leiding te gaan. Ook Watson valt dan hard terug, want zes races op rij scoort hij geen enkel punt en zo blijft er telkens een wisseling van de wacht plaatsvinden. Na een horrorcrash van Didier Pironi, die dan aan de leiding gaat, op Hockenheim ziet Keke Rosberg een kans om het heft in eigen handen te nemen. Hij profiteert van het wegvallen van Pironi en wint in Dijon en pakt de tweede plaats in Oostenrijk. Eén zege, dat is wat genoeg is voor Rosberg om de F1-titel te pakken in een merkwaardige tweede seizoenshelft.
De laatste coureurstitel van Ferrari in F1 dateert alweer van 2007. Dat is ook meteen het jaar waarin Kimi Räikkönen voor een grote ommezwaai zorgt in de strijd met McLaren-coureurs Fernando Alonso en diens rookie-teamgenoot, Lewis Hamilton. De rookie gaat verrassend genoeg aan de leiding na zeven races en heeft dan zelfs een voorsprong van 26 punten opgebouwd op Räikkönen. De Finse coureur heeft niet voor niks de bijnaam 'Iceman' en blijft koel in de tweede seizoenshelft. Hij eindigt in de zes races voor de seizoensfinale telkens op het podium. Bij McLaren barst een interne strijd tussen Alonso en Hamilton los, waardoor zij juist kostbare punten laten liggen en Räikkönen in Brazilië kans maakt op de titel. Hamilton verdedigt die race een voorsprong van zeven punten op Hamilton en vier punten op Alonso.
Kimi Räikkönen kroonde zich na een spannende strijd met de McLarens tot kampioen in 2007.
Foto door: Sutton Images
In de race op Interlagos haalt Räikkönen al snel Hamilton in, waarna ook Alonso de Brit voorbijstreeft. Hamilton heeft het dan moeilijk en valt zelfs terug tot de achtste plaats, waardoor zijn titel ineens niet meer zo zeker is. Voordeel voor Räikkönen is dat teamgenoot Felipe Massa van pole start en hem kan helpen door Alonso op een afstand te houden. Daar slaagt de thuisheld in: Räikkönen wint, Alonso wordt derde en Hamilton komt niet verder dan de zevende plaats. Zo springt Räikkönen op het belangrijkste moment van de derde naar de eerste plaats in het kampioenschap, zijn enige titel in F1 - maar nog altijd de laatste coureurstitel van Ferrari in F1.
Het seizoen 2012 is om meerdere redenen een zeer bijzondere. De eerste zeven races kennen zeven verschillende winnaars, waardoor de sport zelfs even met een loterij vergeleken wordt. Het levert halverwege het seizoen toch een duidelijke koploper op: Fernando Alonso. Hij leidt na elf races met 164 punten terwijl Mark Webber met 124 de naaste achtervolger is, met teamgenoot Sebastian Vettel er nog eens twee punten achter.
Sebastian Vettel moest een dramatische openingsronde goedmaken, en slaagde daarin.
Foto door: Steven Tee / Motorsport Images
Alonso lijkt dus op weg naar revanche voor het mislopen van de titel in 2010, toen ook in duel met Vettel, maar het wordt uiteindelijk een spannende strijd. Vettel slaat namelijk een grote slag door vier races op rij te winnen: Singapore, Japan, Zuid-Korea en India. Een uitvalbeurt in Japan is een van de boosdoeners voor Alonso, die bij het ingaan van de laatste race ineens tegen een achterstand van dertien punten aankijkt.
Het lijkt dus ineens een haast onmogelijke taak voor Alonso om de titel te pakken, al neemt die hoop toe in de chaotische openingsronde. Vettel valt namelijk hard terug na contact met Bruno Senna terwijl Alonso van de achtste plaats naar voren rijdt. Raceleider Jenson Button is buiten handbereik van Alonso, maar de tweede plaats is zo goed als zeker voor de Spanjaard. Vettel kan ondanks het contact zijn weg vervolgen, maar moet zich dus een weg naar voren banen om de titel alsnog veilig te stellen. Eén voor één haalt hij zijn concurrenten in, waardoor Vettel zelfs naar de zesde plaats stijgt. Door een crash van Paul di Resta in de slotfase van de race komt de safety car in actie, waardoor de posities blijven vaststaan: Alonso tweede, Vettel zesde. Het verschil in punten? Tien. Zo loopt Alonso zijn felbegeerde Ferrari-titel opnieuw mis, wat leidt tot de inmiddels bekende lege staar naar voren na afloop van de race. Vettel is voor de derde keer op rij kampioen, maar moest van ver komen na een achterstand van 42 punten.
Source: Motorsport