In een opiniestuk riepen Anne van Mourik en Roel Frakking op om te stoppen met het rangschrikken van koloniale machten op basis van wrede misdaden. Historicus Nuri Kurnaz betoogt dat het juist van belang is om te weten hoe men buiten Europa naar Nederland kijkt.
Met belangstelling las ik het opiniestuk van collega-historici Anne van Mourik en Roel Frakking over het stoppen met het rangschikken van koloniale machten. Hun betoog is in de kern scherp en terecht: kolonialisme was systematisch, structureel en wereldwijd verankerd. Toch wringt er iets. Want waarom zouden we terugschrikken voor de uitspraak dat Nederland misschien wel de ergste kolonisator was?
Wie, zoals Volkskrant-journalist Michel Maas, tientallen jaren in Indonesië werkt, spreekt dagelijks met mensen die leven met die erfenis. Maas baseert zich op onnoembaar veel gesprekken en ontmoetingen. Dus als hij samen met die vriend van Sukarno, Willem Oltmans, stelt dat Nederland het slechtste koloniaal bestuur voerde, houdt hij ons geen simplistische ranglijst voor, maar een spiegel. Een spiegel die laat zien hoe anderen ons zien buiten die Europese blik waar we zo vaak in gevangen blijven.
Nuri Kurnaz is historicus.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Van Mourik en Frakking waarschuwen dat zulke uitspraken politieke agenda’s kunnen dienen, alsof extreemrechtse partijen die koloniale misdaden willen wegpoetsen niet toch al actief zijn. Maar door de uitspraak meteen als gevaarlijk weg te zetten, lopen we het risico juist hún spel te spelen. Want wat blijft er over als we elk concreet oordeel afwijzen? Een vaag soort gelijkheid waarin elk kolonialisme hetzelfde was, en waarin Nederland dus niet meer hoeft te erkennen dan anderen.
Precies dát is het probleem: als alles overal ‘hetzelfde’ was, waarom zou Nederland zich dan specifiek moeten verzoenen met zijn verleden, of excuses maken waar anderen dat niet doen? Zo kan de vergelijking een excuus worden voor stilstand.
Opvallend genoeg verwijten de auteurs Maas en Groenteman dat hun woorden de stemmen van gekoloniseerde mensen zouden overschaduwen. Maar wat nou als juist die stemmen, buiten Europa, Nederland wél als bijzonder wreed hebben benoemd? Neem Snouck Hurgronje, die in 1911 al citeerde uit de grote islamitische pers dat Nederland gold als de meest tirannieke macht tegenover moslims. ‘Het zal velen vreemd in de ooren klinken, en toch is het letterlijk waar’, schreef hij al.
Dat is geen eurocentrisch oordeel, dat is een contemporaine, niet-Europese stem. En als correspondenten, journalisten van naam, diplomaten, of schrijvers die jarenlang in Indonesië hebben gewerkt hetzelfde signaal horen en herhalen, wie zijn wij dan om dat weg te wuiven omdat het zogenaamd een ranglijst is?
De reflex om alles gelijk te trekken is juist een typisch Europees perspectief: het neutraliseert de verschillen, maar ook de pijn. Het schuift de ervaring van Indonesiërs en anderen terzijde, omdat het systeem belangrijker wordt gevonden dan de specifieke verhalen.
Het gaat er niet om Nederland los te zingen van de context. Natuurlijk was kolonialisme overal gewelddadig, structureel en racistisch. Maar dat sluit niet uit dat er verschillen waren in intensiteit, methoden en reputatie. Sterker nog: andere kolonisatoren keken naar Nederland als voorbeeld. Het cultuurstelsel diende als inspiratie voor Congo, en Franse politici prezen de Nederlandse koloniale aanpak als toonbeeld van efficiëntie.
En als we dat erkennen, moeten we ook onder ogen zien dat ‘uitzonderlijk’ soms betekent: uitzonderlijk wreed. Dat is geen wedstrijdje slachtofferschap [of daderschap?], maar simpelweg onderdeel van de historische werkelijkheid.
Een uitspraak als die van Michel Maas is dus niet het einde van het gesprek, maar juist het begin. Ze dwingt ons te luisteren naar hoe anderen Nederland zagen en zien. Ze doorbreekt het frame dat kolonialisme alleen maar ‘globaal’ en ‘systemisch’ was. En ze maakt ruimte voor de vraag: wat maakte het Nederlandse kolonialisme specifiek?
We hoeven niet bang te zijn dat zo’n oordeel de discussie vernauwt. Integendeel: het opent een gesprek over verantwoordelijkheid, over erkenning, en over de doorwerking van dat verleden vandaag. Want laten we eerlijk zijn: als de vraag ‘wie was de ergste?’ al decennia wordt gesteld in Indonesië, waarom zouden wij die hier dan niet serieus nemen?
Het is waar dat kolonialisme wereldwijd werkte volgens vergelijkbare logica’s van onderdrukking en uitbuiting. Maar dat betekent niet dat alle koloniale regimes identiek waren. Juist door die verschillen te erkennen, begrijpen we beter waarom kolonialisme telkens opnieuw wortel schiet.
De erkenning van Nederlands daderschap is noodzakelijk. En soms helpt het om hardop te zeggen wat anderen al lang zeggen: dat Nederland, in hun ogen, misschien wel de ergste was. Niet om punten te scoren in een ranglijst, maar om onszelf eindelijk recht in de spiegel aan te kijken.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant