Tournee in Brazilië Voor het eerst worden Nederlandstalige boeken van Surinaamse auteurs vertaald in het Portugees. Op tournee in Brazilië met Astrid Roemer. „Ik wil hier wortel schieten.”
Astrid Roemer in de wijk Pequena Africa in Rio de Jainero.
Aan het hoofd van een grote houten tafel op de fazenda Bananal, een tot toeristenoord omgebouwde zeventiende-eeuwse suikerplantage midden in het Atlantisch Woud, neemt Astrid Roemer een hap rijst met varkensvlees en gebakken cassave. Haar Braziliaanse tafelgasten vragen naar haar geboorteland Suriname. Lijkt het op Brazilië? Welke taal wordt er gesproken? Estrela Leminski, net als Roemer schrijfster en dichteres, luistert aandachtig naar de antwoorden, terwijl haar zoon op zijn telefoon informatie opzoekt over het onbekende buurland. Leminski’s moeder, de bekende haiku-dichteres Alice Ruiz, zegt uitgelaten: „We zijn buren maar we weten niets over elkaar!”
Astrid Roemer (78) is als eerste Surinaamse schrijfster ooit uitgenodigd op het gerenommeerde internationale literaire festival (FLIP) in het Braziliaanse kustplaatsje Paraty, dat jaarlijks tienduizenden bezoekers trekt. Naast Braziliaanse auteurs traden hier in voorgaande jaren schrijvers op als de Afro-Amerikaanse Colson Whitehead en de Nigeriaanse Chimamanda Ngozi Adichie, en dit jaar behalve Roemer onder meer de Israëlische Ilan Pappe en de Zweedse schrijfster en tekenaar Liv Strömquist. De aanwezigheid van Roemer heeft alles te maken met de Portugese vertaling van haar boek Over de gekte van een vrouw uit 1982, die in mei dit jaar in Brazilië verscheen.
Roemer schreef dat boek toen ze 22 was. Het gaat over de 18-jarige Noenka die een gewelddadig huwelijk ontvlucht en in de kleine, koloniale Surinaamse samenleving uiteindelijk kiest voor een relatie met een vrouw. Vorig jaar kwam een Engelse vertaling uit, die werd genomineerd voor de prestigieuze International Booker Prize voor naar Engels vertaalde literatuur. In een artikel in The New York Times werd Roemer vergeleken met Toni Morisson en Alice Walker, schrijfsters die haar werk hebben beïnvloed. Eerder kreeg Roemer, tot nog toe als enige Nederlandstalige auteur, zowel de PC Hooftprijs (2016) als de Prijs der Nederlandse letteren (2021).
„Ik kende Brazilië totaal niet”, zegt Astrid Roemer aan het begin van de Braziliaanse tour, die haar ook naar Rio de Janeiro zal brengen en naar São Paulo. „Ik had er ook niet echt een voorstelling van. In Europa en in Amerika ben ik veel geweest, maar dit grote land, dat ons buurland is en waar we de Amazone mee delen, is een totaal nieuwe ervaring.”
Anderhalve dag kostte het Roemer om in Paraty te komen. Eerst een vlucht van Paramaribo naar Panama, dan een vlucht naar São Paulo en ten slotte vijf uur met de bus. De lange reis is tekenend voor de geïsoleerde positie van Suriname binnen Zuid-Amerika: dagelijkse vluchten naar buurlanden zijn er niet, hoewel de dichtstbijzijnde Braziliaanse stad Belém op nog geen twee uren vliegen ligt. Wel is er iedere dag een vlucht naar Nederland.
Suriname is het enige land in de regio waar Nederlands wordt gesproken. Toen het land in 1975 onafhankelijk werd van Nederland, was er debat over de taal: was het niet beter voor de integratie in Zuid-Amerika als Spaans of Portugees een grotere rol zouden krijgen? Of desnoods Engels, om de aansluiting met het Caraïbisch gebied te versterken? Maar nu Suriname dit jaar vijftig jaar onafhankelijkheid viert, is het Nederlands er nog steeds de voertaal en richt het land zich nog steeds vooral op Nederland. Net als toen Roemer opgroeide, vóór de onafhankelijkheid. „Nederland, daar ging ik heen op mijn negentiende. En dat is nog steeds zo voor de meeste Surinamers. Je gaat naar Nederlandse universiteiten, in Nederland woont familie. De omliggende landen in Zuid-Amerika kwamen niet aan de orde, ze lagen niet in mijn bewustzijn. Door de vertaling van het boek ben ik nu hier, en gaan deuren open”, zegt Roemer.
Yasmin Santos (27), acquisitieredacteur bij de Companhia das Letras (het Letterenfonds van Brazilië) vond na lezing van de Engelse vertaling van Over de gekte van een vrouw direct dat het boek vertaald moest worden in het Portugees. „De thema’s in het boek zijn heel actueel in de Braziliaanse samenleving met zijn sterke machismo”, zegt ze. „Het verlangen van vrouwen om hun eigen beslissingen te nemen, hun eigen keuzes te maken en baas te zijn over het eigen lichaam. Daarnaast is het boek herkenbaar voor zwarte Braziliaanse vrouwen, want het gaat over een zwarte vrouw in de diaspora, in dit geval in Suriname.”
Santos zag raakvlakken tussen Suriname en Brazilië: allebei landen met een koloniale erfenis en een inheemse bevolking, worstelend met raciale kwesties. „Voor mij was Suriname compleet nieuw, het boek heeft me heel veel geleerd over ons buurland. Over Suriname weten we weinig, mede door de blokkade die het Nederlands opwerpt.”
Tijdens een etentje die avond gaat Roemer met hulp van vertalende tafelgasten in gesprek met Braziliaanse auteurs uit de Amazone. Aan tafel zitten Verenilde Pereira, een Afro-inheemse Braziliaanse schrijfster, en Milton Hatoum, afkomstig uit de Amazonestad Manaus. Roemer: „Pas recentelijk, toen ik terugkeerde vanuit Nederland naar Suriname, drong tot mij door dat ons land, en dus ook ik, deel zijn van de Amazone. Dat is zoiets groots voor mij. Al die jaren dat ik in Europa woonde en werkte, heb ik me dat nooit gerealiseerd.”
Verenilde Pereira, wier werk inkijkjes geeft in de kleine inheemse samenleving waarin ze opgroeide, herkende in Roemers boek de benauwdheid die postkoloniale samenlevingen kunnen hebben. „Mijn familie was niet blij met mijn boek. Ze vonden dat ik de vuile was buiten hing”, zegt ze. Roemer luistert en knikt met een blik van herkenning.
Het besef dat er al die tijd een grootmacht met ruim tweehonderd miljoen inwoners naast de deur lag, een grotere Zuid-Amerikaanse wereld, geeft Roemer vreugde en energie, maar ergens ook treurnis. „Had ik het maar eerder geweten. Het voelt als een ouder die er altijd was, maar die ik nu pas heb leren kennen. Ik besef dat ik Zuid-Amerikaan ben, ik wil hier wortel schieten”, zegt ze aan het einde van haar reis als ze op het terras van het Copacabana Palace-hotel terugblikt.
Herkenning is er ook bij het Braziliaanse publiek, dat massaal is afgekomen op de boekpresentatie van Roemer op het festival in Paraty. Folha de São Paulo, de grootste krant van het land, publiceert een interview met en een groot artikel over Roemer. Daarin wordt ook een alinea gewijd aan de kwestie rond uitlatingen van Roemer over de inmiddels overleden oud-president Bouterse voorafgaand aan de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren in 2021. Roemer schreef toen op sociale media dat de Surinaamse gemeenschap Bouterse nodig had gehad om zelfbewuster te worden; na de onstane commotie werd het feestje bij de prijsuitreiking met de Belgische koning afgelast.
Op het hoofdpodium in Paraty, waar journalist Adriana Ferreira Silva Roemer interviewt voor een uitverkochte zaal, gaat het vooral over haar schrijverschap en het Nederlands waarin ze schrijft. „Ik vind het een prachtige taal”, zegt ze tegen het publiek dat via koptelefoons synchroon de vertaling hoort. „Maar het is ook de taal die ons in Suriname geïsoleerd heeft van de rest van het continent. Het is bovendien de taal van de kolonisator, die door Surinamers vaak op een gebiedende wijze wordt uitgesproken tegen hun kinderen. Doe dit, geef dat. Een Surinaamse man gebruikt het Nederlands bovendien niet om zijn gevoelens van liefde te uiten. Dan gebruikt hij het Sranan Tongo. Terwijl ik juist vind dat er prachtige liefdesgedichten in het Nederlands zijn gepubliceerd.”
Daverend applaus klinkt als Roemer naar aanleiding van de strijd van haar hoofdpersoon Noenka spreekt over de positie van de vrouw. „Vrouwen moeten een man dienen. Dat zit al in het katholieke geloof. ‘Vader, Zoon en Heilige geest’ zeggen we als we een kruis slaan. Maar waar is de moeder? Eigenlijk zouden ze moeten zeggen Vader, Zoon en Moeder. Iedereen hier is uit een moeder geboren. Je kunt zo hoog komen in de maatschappij als man, een koning worden of keizer of admiraal, maar je bent uit een vrouw geboren en uit niemand anders!” Ze eindigt met een pleidooi tegen geweld tegen vrouwen. „Eeuwenlang al doen mannen niets anders dan elkaar vermoorden. En terwijl ze dat doen, vernietigen ze ook vrouwen en hun kinderen die proberen een gelukkig leven op te bouwen. Nog steeds is er geweld tegen vrouwen. Nog steeds hebben vrouwen geen ruimte om in vrede te leven.”
In de lange rij bij de signeersessie zegt de dertigjarige Cris dat het betoog haar aangreep. „Nergens ter wereld zijn de femicidecijfers zo hoog als in Latijns-Amerika. Maar in Brazilië rust er een taboe op. Deze schrijfster benoemt het, dat geeft ons kracht.” Een leesclubje van vrienden las Roemers boek (Sobre a loucura da uma mulher) en wil met haar op de foto. „Volgend jaar gaan we op vakantie naar Suriname.”
Het Braziliaanse letterenfonds hoopt meer boeken van Roemer en andere Surinaamse schrijvers te gaan vertalen. „Ik zou heel graag Roemers Gebroken wit willen vertalen, waar veel thema’s in zitten die herkenbaar zijn voor Brazilië”, zegt Yasmin Santos. „Binnenkort gaan we Wij slaven van Suriname van Anton de Kom vertalen naar het Portugees en hier uitbrengen. Het laat ons zien dat een broederland vergelijkbare problemen heeft en, net als wij, een slavernijgeschiedenis. Door de vertalingen worden barrières opgeheven en kunnen we het gesprek aangaan.”
In de week dat Roemer door Brazilië tourt, is ook de Surinaamse schrijfster Cynthia McLeod in het land. Ze bezoekt hoofdstad Brasilia wegens de vertaling van haar debuutroman Hoe duur was de suiker, over het dagelijks leven tijdens de slavernij. „Mijn boek heeft vleugels gekregen”, zegt ze in de Surinaamse krant De Ware Tijd.
Roemer bezoekt in Rio de in 2011 gevonden restanten van de slavenhaven Cais do Valongo in de wijk Pequena Africa (klein Afrika). Het dringt tot haar door dat tijdens de Trans-Atlantische slavenhandel de meeste slaafgemaakte Afrikanen naar Brazilië zijn getransporteerd, naar schatting vijf miljoen mensen. En dat de slavernij in Brazilië pas in 1888 werd afgeschaft. „Ik voel me hier geen buitenstaander, ik voel me als zwarte vrouw verbonden. De pijn hier, voel ik ook”, zegt ze. Stil en geëmotioneerd loopt ze langs de opgravingen.
Dit is ook de wijk waar de Afro-Braziliaanse schrijfster Conceição Evaristo woont, een leeftijdgenoot van Roemer. Zij opende een literair huis waar het publiek in haar bibliotheek kan snuffelen. „Evaristo is de belangrijkste zwarte schrijfster in Brazilië van dit moment”, zegt Yasmin Santos terwijl ze Astrid Roemer wat boeken laat zien. „Ze houdt ons vanuit een ander perspectief, dat van de zwarte vrouw, een spiegel voor van onze klasse- en kleurmaatschappij.”
Aan het einde van de reis concludeert Roemer dat het Nederlands haar niet alleen maar heeft geïsoleerd van Zuid-Amerika, maar haar er in zekere zin ook naar toe heeft gevoerd. „Nederland heeft mij alle ruimte gegeven om schrijver te worden, en het Nederlandse Fonds voor de Letteren heeft zich ervoor ingezet dat mijn werk nu wordt vertaald. De cirkel is rond. Wel ga ik mijn neefjes en nichtjes in Suriname snel adviseren om hun blik te verruimen naar de regio. Wie weet gaan ze wel hier in Brazilië studeren.”
Source: NRC