Den Haag Veldkamp heeft naar eigen zeggen tijdens „achtereenvolgende” ministerraden „tegendruk” ervaren.
Veldkamp vertrekt als minister.
Caspar Veldkamp (NSC) stapt op als demissionair minister van Buitenlandse Zaken. Dat heeft hij vrijdagavond zelf bekendgemaakt na afloop van een fors uitgelopen ministerraad. Veldkamp zegt binnen het demissionaire kabinet onvoldoende ruimte te voelen om de maatregelen te treffen tegen Israël die hij, gegeven de oorlog in Gaza, nodig vindt.
Naar eigen zeggen ervoer hij bij „achtereenvolgende” ministerraden „tegendruk”. Daardoor voelt hij zich te beperkt „om zelf beleid te voeren” en de koers uit te zetten die hij „nodig acht”. „Ik zie dat ik in onvoldoende mate betekenisvolle, aanvullende maatregelen kan treffen” om de druk op Israël op te voeren, aldus Veldkamp.
De stappen tegen Israël die Veldkamp had voorgesteld, zijn volgens hem binnen het kabinet „serieus besproken”. Er is, zo zei Veldkamp, geprobeerd elkaar „tegemoet te komen”. „Tegelijkertijd zie ik dat tegemoetkomen niet voldoende gelukt is en dat ik in onvoldoende mate betekenisvolle maatregelen kan treffen.”
De bewindslieden van het demissionaire kabinet vergaderden vrijdag urenlang over eventuele sancties tegen Israël. Veldkamp toonde zich donderdag in een Tweede Kamerdebat voorstander van nieuwe maatregelen tegen het land. Daarbij noemde Veldkamp onder meer de inval van het Israëlische leger in Gaza-Stad.
Voorafgaand aan de ministerraad was al duidelijk dat het lastig zou worden om overeenstemming te vinden met de bewindslieden van de andere coalitiepartijen, VVD en BBB. Na de ministerraad zou een debat plaatsvinden in de Tweede Kamer. De linkse oppositie had al gezinspeeld op een motie van wantrouwen tegen Veldkamp.
Veldkamp gaat nu naar huis om zijn ontslagbrief te schrijven, zegt hij tegen de verzamelde pers. Hij gaat dus niet naar de Tweede Kamer, waar een debat zou plaatsvinden over de humanitaire noodsituatie in Gaza. Veldkamp ging kort in op de kritiek op zijn optreden vanuit de linkse oppositie, die hij „unfair” noemt, „alsof ik geen geweten heb”.
Source: NRC