Kunnen computers werkelijk creatief zijn? Wie zich over deze vraag buigt, kan niet om Margaret Boden heen. Het multitalent dat filosofie, AI, psychologie en cognitieve wetenschappen verbond, overleed onlangs op 88-jarige leeftijd.
is techredacteur van de Volkskrant, gespecialiseerd in de impact van kunstmatige intelligentie op de maatschappij.
Is het geheel nieuwe liedje dat AI-programma Suno in een handomdraai maakt creatief? Is het gedicht dat ChatGPT uitspuwt creatief? Een hallucinante AI-video? Een kunstzinnige AI-afbeelding?
Kunstenaars, filosofen en AI-denkers buitelen al jaren over elkaar heen over deze fundamentele vragen. Vaak gebruiken zij de theorieën over creativiteit van de onlangs overleden Margaret Boden (1936 - 2025), die zich al een kwarteeuw geleden verdiepte in de combinatie creativiteit en kunstmatige intelligentie.
Haar boek The Creative Mind: Myths and Mechanisms (1990) geldt als standaardwerk op dit gebied. De Britse Boden werkt hierin het idee uit dat er verschillende vormen van creativiteit bestaan: combinatorische (nieuwe combinaties van bekende ideeën), exploratieve (het verkennen van nieuwe mogelijkheden binnen een bestaand domein) en tot slot transformationele creativiteit (het compleet veranderen van regels).
De overgrote meerderheid van kunstenaars en ook wetenschappers beweegt zich in de eerste twee vormen, stelt Boden. Bijvoorbeeld een dichter die een nieuwe metafoor introduceert. Een voorbeeld van exploratieve creativiteit: Johann Sebastian Bach die de grenzen van de harmonieleer en de barok opzoekt en misschien zelfs wel verlegt.
Kunstenaars die de regels van het spel verleggen, zijn uitzonderlijk. Het zijn de radicale game changers die complete verschuivingen veroorzaken. Pablo Picasso bijvoorbeeld, of Arnold Schönberg met zijn atonale twaalftoonstechniek.
Boden vond niet dat creativiteit per definitie is voorbehouden aan mensen, de uitverkorenen die geraakt worden door een soort goddelijke vonk. ‘Creativiteit is niet iets magisch’, zou ze in interviews en artikelen blijven herhalen. Nee, creativiteit is een wezenlijk onderdeel van de (menselijke) intelligentie. Maar ook: alle vormen van creativiteit kunnen volgens haar in theorie gemodelleerd worden in AI.
AI blinkt inmiddels uit in combinatorische creativiteit en volgens sommigen ook in exploratieve, maar het is de vraag of de Picasso-achtige aardverschuivingen ook terrein zijn voor AI of ooit kunnen worden.
Voor Boden draaide het vanaf het begin van haar carrière primair om de fascinatie voor de menselijke cognitie en minder om het bouwen van AI-systemen. De belangstelling voor de grote, filosofische kwesties ontwikkelde Boden al vanaf haar dertiende, zo vertelde ze in 2014 in een interview met de BBC.
De antwoorden krijgt ze door verschillende disciplines met elkaar te verbinden: psychologie, geneeskunde, filosofie, cognitiewetenschappen. Boden groeide op in Londen en studeerde in 1957 af in medische wetenschappen en filosofie. Later promoveerde ze in Cambridge op een proefschrift in de sociale psychologie.
Haar gehele professionele carrière was ze verbonden aan de Universiteit van Sussex, waar ze aan de wieg stond van de oprichting van de School of Cognitive and Computing Sciences (COGS), een van de eerste onderwijsinstellingen wereldwijd die AI, psychologie, filosofie en computerwetenschap samenbrachten.
‘Ik ben een heel raar interdisciplinair beest’, zei ze over zichzelf in hetzelfde interview met de BBC. AI kan helpen in de zoektocht naar antwoorden, was de overtuiging van Boden.
‘Boden was een pionier in het AI-werkveld, met name voor AI als één van de cognitiewetenschappen’, zegt Iris van Rooij, hoogleraar computationele wetenschappen aan de Radboud Universiteit. Opvallend: ‘Ik heb pas laat haar werk echt leren kennen, ik kan me niet herinneren dat ik tijdens mijn studie les kreeg over haar. Het laat zien hoe zelfs enorm invloedrijke en vooraanstaande vrouwen in de cognitiewetenschap systematisch genegeerd werden.’
‘Ik zie Boden als cognitiewetenschapper die – net als ik – geïnteresseerd is in de grenzen van cognitie, en vooral in de uitdagingen van het nabootsen van cognitie door computers’, aldus Van Rooij. ‘We kunnen onszelf beter begrijpen door te onderzoeken wat er zo moeilijk is voor AI en waarom.’
Boden zag cognitie en creativiteit als iets wat wetenschappelijk te bestuderen is en waarvan delen zijn na te bootsen in computersystemen. Maar daaruit volgt niet logischerwijs dat iets als AGI (Artificial General Intelligence, het soort AI dat de menselijke cognitieve vermogens op alle vlakken evenaart) per se mogelijk is.
Onder aanvoering van mensen als Elon Musk en OpenAI-topman Sam Altman is de laatste jaren de discussie over de komst van AGI en de daarop volgende superintelligentie flink opgelaaid. Maar het debat bestaat eigenlijk al sinds de oerdagen van AI, de jaren vijftig.
Boden behoorde bepaald niet tot het kamp van de denkers en ondernemers die een toekomst van superintelligente synthetische systemen voorschotelen. Een lezing van tien jaar terug is illustratief. Boden (paarse blouse, paarse ring, paarse oogschaduw – ze was dol op deze kleur) boog zich toen over het nog altijd actuele vraagstuk.
De ontwikkelingen met AI gaan hard, constateerde ze, een geluid dat ook nu klinkt. Maar AGI? ‘Ik zou niet verbaasd zijn als het nooit gaat gebeuren. Nooit is heel lang, dat weet ik. Maar AI op menselijk niveau is een illusie.’ Om er aan toe te voegen: ‘Ook al is het in principe mogelijk’.
Het tekent Bodens denken: de menselijke geest is niet iets magisch, maar wel verdomd complex.
Boden was niet dol op computers: ‘Ik kan niet met die verdomde dingen omgaan’, zei ze daar in 2018 over.
Haar magnum opus, zowel in omvang als belang, is Mind as Machine: A History of Cognitive Science (2006), een uitgebreide geschiedenis van de cognitiewetenschap.
Behalve op paars was Boden ook dol op verschillende kleuren blauw. Ze verkoos ooit Cambridge boven Oxford vanwege de lichtblauwe kleuren die ze met Cambridge associeerde.
Alles over tech vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant