Home

Een kaart is nooit zomaar een kaart. Daarom wil Afrika de wereldkaart hertekenen

Cartografie Wereldkaarten zijn door de eeuwen heen op tal van manieren ideologisch gekleurd. Een variant bepleit door Afrika doet meer recht aan de werkelijke grootte van het continent.

Wereldkaart uit 1664 door Joan Blaeu volgens de mercatorprojectie.

Het zal voor veel mensen een verrassing zijn: op de meest gebruikte wereldkaart zijn Afrika en Groenland ongeveer even groot, maar het continent is in werkelijkheid in oppervlakte veertien keer groter dan het eiland. De Afrikaanse Unie vindt dat maar niets en schaarde zich deze week achter de campagne ‘Correct the Map’ van twee ngo’s die willen dat Afrika op de wereldkaart „accurater” – lees: groter – wordt afgebeeld. Fara Ndiaye, oprichter van Speak Up Africa, stelt dat de courante wereldkaart „de identiteit en trots van Afrikanen” aantast, „vooral van kinderen die hem tegenkomen op school”.

De meest gangbare manier om de bolle wereld op een platte kaart weer te geven, met de zestiende-eeuwse mercatorprojectie, zorgt ervoor dat gebieden in de buurt van de polen relatief groot en gebieden in de buurt van de evenaar relatief klein lijken. Deze projectie is zeer geschikt voor navigatie, maar volgens vicevoorzitter Selma Malika Haddadi van de Afrikaanse Unie ziet haar continent er hierdoor ten onrechte „onbeduidend” uit. Ze pleit voor gebruik van de Equal Earth-projectie, die in 2008 is ontwikkeld.

Deze oproep laat zien dat een kaart nooit zomaar een kaart is. Hij zegt iets over de wereld waarin hij gemaakt is en over de opvattingen van de cartograaf. Het is geen toeval dat in de Middeleeuwen op christelijke wereldkaarten Jeruzalem een prominente plaats inneemt, terwijl op islamitische weergaven van de wereld Mekka centraal ligt.

De Imagu Mundi uit Mesopotamië, de oudste wereldkaart, kleitablet uit 5e eeuw voor Christus.

De behoefte van de mens om de contouren van zijn omgeving vast te leggen, is nog veel ouder. De Imago Mundi, een kleitablet uit de zesde eeuw voor Christus, geldt als de eerste wereldkaart. (Er zijn oudere kaarten van kleinere gebieden op klei, papyrus, rotswand en slagtand.) Op deze kaart staat de op dat moment bekende wereld rondom de rivier de Eufraat in Mesopotamië gekerfd. De kaart is rond en wordt begrensd door een cirkel die de „bittere rivier” moet voorstellen, de oceaan die volgens de inwoners van Babylon de hele aarde omvatte. Verder staan verschillende steden en regio’s aangegeven. In een tekst boven de kaart heeft de maker in spijkerschrift genoteerd hoe de god Marduk deze wereld geschapen heeft.

Platte wereld

Op de Imago Mundi lopen topografie en mythologie nog duidelijk door elkaar. De Griekse wijsgeer Anaximander (610-546 v.Chr.) wordt daarom wel beschouwd als de echte uitvinder van de wereldkaart. Er zijn geen exemplaren van zijn werk overgeleverd, maar uit beschrijvingen ervan valt af te leiden dat het een kaart was van een platte wereld met de Middellandse Zee in het centrum en daaromheen de amorf gevormde continenten Europa, Azië en Libië. Ook om deze wereld loopt de oceaan.

Dat de aarde niet plat was maar bolvormig, ontdekten de Grieken later. Eratosthenes van Cyrene, de bedenker van de term ‘geografie’, berekende rond 240 v.Chr. met verbazingwekkende nauwkeurigheid de omtrek van de planeet (slechts 1 procent afwijking van de werkelijke omvang). Hij was ook de eerste die een raster van horizontale en verticale lijnen over een kaart legde om de afstanden tussen verschillende plaatsen weer te geven.

Net als bij Anaximander zijn van latere kaarten uit de Griekse en Romeinse Oudheid geen originelen overgeleverd, waardoor we het moeten doen met beschrijvingen ervan en latere reproducties. Dat geldt ook voor het werk van Claudius Ptolemaeus, samen met Strabo van Amasia de belangrijkste geograaf van de Oudheid.

De Griek Ptolemaeus leefde in Alexandrië, waar hij rond 150 n.Chr. zijn Geographia publiceerde. Hierin legde hij – onder veel meer – uit hoe je een wereldkaart moest maken. Hij bedacht een projectie op een kegelvormig stuk papier dat over de aarde was geplaatst. Op dat paper tekende hij een raster. Als je het papier openvouwt, heb je een tweedimensionaal vlak met rechte verticale lijnen en kromme horizontale halve cirkels, respectievelijk de lengte- en breedtegraad van de kaart.

Een kaart van de wereld volgens Ptolemaeus’ beschrijving, gemaakt eind vijftiende eeuw door Henricus Martellus Germanius.

Ptolemaeus was de eerste die dit concept gebruikte. Hij beschreef in de Geographia ook nog een manier om een wereldkaart te maken waarbij de lijnen van de lengtegraad ook een kromming hadden. Dat was een realistischer weergave van de vorm van de aarde, zei hij, maar ook ingewikkelder om te maken.

Na de val van het Romeinse Rijk verdween in Europa de kennis van deze wetenschappelijke vorm van cartografie. Bekend uit de vroege Middeleeuwen is de zeer basale ‘T en O kaart’ van aartsbisschop Isidorus van Sevilla (circa 630), waarop de drie continenten Azië, Europa en Afrika werden gescheiden door een T-vormig water (de Middellandse Zee en de rivieren Nijl en Don) en omringd door een O-vormige oceaan.

Mappa Mundi

De machtige katholieke kerk was niet zozeer geïnteresseerd in de topografisch correcte weergave van de aarde, als wel in de verspreiding van haar christelijke boodschap. Dat leverde visueel prachtige kaarten op, zoals de Mappa Mundi van Ebstorf (circa 1235) en de Hereford Mappa Mundi (circa 1300) – beide met Jeruzalem in het centrum. Over de werkelijke wereld zeiden ze echter weinig.

De Mappa Mundi van Heresford, circa 1300.

In de islamitische wereld overleefden Ptolemaeus’ ideeën. De wiskundige Al-Chwarizmi (begin negende eeuw) bijvoorbeeld werkte nog met lengte- en breedtegraden – maar er ontstond ook een cartografische traditie waarbij precisie het aflegde tegen religie. Cartografen als Al-Balchi en zijn navolgers Al-Istachri en Ibn Hawqal (tiende eeuw) plaatsten het zuiden boven aan de kaart, waardoor Mekka een prominente plek kreeg. Van een realistische weergave van de aarde is op deze kaarten geen sprake.

Wereldkaart van Al-Istacrhi uit de 10e eeuw.

De islamitische cartografische traditie bereikte haar hoogtepunt met het werk van de Marokkaan Muhammad al-Idrisi, die in 1154 in opdracht van graaf Rogier III van Sicilië een atlas met zeventig kaarten maakte die bekend is geworden als de Tabula Rogeriana, en een zilveren schijf van 140 kilo met daarop een wereldkaart.

Al-Idrisi bouwde voort op het werk van zijn Arabische voorgangers, maar incorporeerde ook het concept van lengte- en breedtegraden. Zijn horizontale lijnen – de breedtegraden – stonden allemaal even ver van elkaar af, waardoor met de bolle vorm van de aarde geen rekening werd gehouden. Ook het probleem van de lengtegraden – waar een plek op aarde zich bevindt van oost naar west – wist hij niet goed op te lossen.

Wereldkaart van Al-Idrisi uit 1154 met het zuiden bovenaan.

Toch gold zijn kaart lang als het summum van de cartografie, totdat Gerard de Kremer uit Rupelmonde (Vlaanderen) in 1569 een doorbraak bewerkstelligde. In tegenstelling tot Ptolemeus’ kegel projecteerde Mercator – zoals hij bekend zou worden – de aarde op een cilinder, waarbij hij een wiskundige correctie op de invalshoek toepaste.

Het voordeel van deze manier van projecteren – waarbij de lijnen van de lengte- en breedtegraden loodrecht op elkaar staan – is dat kompasrichtingen correct worden weergegeven. Wie volgens zijn kompas een rechte lijn vaart, doet dat op de kaart ook. Dat maakt de mercatorprojectie bijzonder geschikt voor de scheepvaart over lange afstanden. Aan zulke kaarten bestond in Europa in deze tijd van ontdekkingsreizen grote behoefte.

Lijn zonder vervorming

Nadeel van deze projectievorm is dus dat gebieden verder weg van de evenaar veel te groot worden afgebeeld. Voor kaarten die niet gebruikt worden voor navigatie, zijn dus andere opties mogelijk. Daarom zijn cartografen blijven zoeken naar manieren om de wereld af te beelden: er zijn er vele tientallen bij gekomen sinds Mercator.

Beroemd is de projectie van James Gall uit 1855, die in 1973 door Arno Peters opnieuw onder de aandacht werd gebracht. Het ging net als bij Mercator om een cilindrische projectie, maar op deze kaart is niet de evenaar de lijn zonder enige vervorming, maar de 45ste breedtegraad noord en zuid. Hierdoor worden Afrika en Zuid-Amerika veel groter ten opzichte van Europa en de VS.

De kaart werd inzet van een politieke discussie, omdat hij beter de verhoudingen in formaat tussen de Derde en de Eerste Wereld aangaf. Pleitbezorgers van een ‘rechtvaardiger’ weergave van de wereld wilden dat deze kaart in Amerikaanse klaslokalen kwam te hangen, en kregen dat hier en daar voor elkaar. Het probleem van de vertekening bleef echter bestaan; Afrika en Zuid-Amerika zijn bij deze projectie langgerekt.

De Equal Earth-projectie, die de voorkeur heeft van de Afrikaanse Unie.

De Equal Earth-projectie die de Afrikaanse Unie voorstaat, is een zogenoemde pseudo-cilindrische projectie. Hierbij is de centrale meridiaan – de verticale lijn van pool naar pool – kaarsrecht, terwijl de andere meridianen steeds verder uitbollen naarmate ze verder van het midden afstaan. De Equal Earth-projectie geeft zo het formaat van landen beter weer én ziet er minder vreemd uit dan de Gall-Peters-kaart.

Of de Afrikaanse Unie met haar oproep aan het adres van organisaties als de VN en de Wereldbank succes zal hebben, valt te bezien. Een variant van de mercatorprojectie wordt gebruikt in alle elektronische kaartsystemen waarmee de mens zich anno 2025 over het aardoppervlak navigeert. De erfenis van Gerard de Kremer lijkt daarom voorlopig nog wel even veilig.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Source: NRC

Previous

Next