Home

NSC kan zichzelf beter opheffen, vindt oud-Kamerlid Femke Zeedijk: ‘Het is mislukt’

Ze stapte over van D66 naar NSC, geïnspireerd door Pieter Omtzigt. Maar bij de coalitie met de PVV voelde Femke Zeedijk zich niet op haar gemak. Dus toen NSC-staatssecretaris Achahbar opstapte, ging ze mee. ‘Er was overduidelijk een grens overschreden.’

is politiek verslaggever van de Volkskrant

Als het aan oud-NSC-Kamerlid Femke Zeedijk (51) had gelegen, was het kabinet niet pas in juni gevallen, maar al in november vorig jaar. Was dat gebeurd, dan had ze waarschijnlijk nog gewoon in de Kamer gezeten, had ze haar partijlidmaatschap niet opgezegd en, zo is Zeedijks overtuiging, had NSC er in de peilingen mogelijk florissanter bij gestaan dan de nul á twee zetels die de partij nu krijgt.

Het had niet veel gescheeld. Toen begin november NSC-staatssecretaris Nora Achahbar haar functie neerlegde, leek het er immers even op dat de voltallige NSC-ploeg het voorbeeld zou volgen. Dat aanvankelijk naar buiten kwam dat Achahbar was opgestapt vanwege racistische uitspraken in de ministerraad, bracht de NSC’ers in een onmogelijk parket.

Maar het liep anders. Hoewel Achahbar niet ontkende dat er sprake was van racisme, weersprak ze dat ze om die reden opstapte. Naar eigen zeggen vertrok ze vanwege ‘polariserende omgangsvormen’ in het kabinet.

Het bleek de reddingsboei voor de ministersploeg, maar voor Zeedijk maakte de verklaring niet meer uit. Als oud-lid van D66 gold ze als representant van de progressieve flank van NSC. Dat het kabinet met de PVV er wat haar betreft nooit had mogen komen, was publiek geheim.

Achahbars vertrek was wat haar betreft het bewijs dat ze gelijk had. Samen met collega-Kamerlid Rosanne Hertzberger besloot ze haar zetel op te geven en brak ze met de partij waarvoor ze twee jaar eerder haar baan bij chipconcern ASML had opgezegd.

Inmiddels is ze weer lid van D66. Ze denkt er niet aan om terug te keren bij NSC, vertelt Zeedijk in een grand café op een herbestemd industrieterrein in Eindhoven waar het adviesbureau huist waar ze nu werkt.

Waarom bent u twee jaar geleden voor NSC gevallen?

‘Voor D66 had ik in de lokale politiek gezeten, maar ik was niet blij met landelijke ontwikkelingen bij die partij. Ik vond het jammer dat Sigrid Kaag opnieuw in een kabinet met Rutte was gegaan. Op tv zag ik Pieter Omtzigt en ik vond zijn idee van dienend leiderschap mooi. Dat je tegelijk heel inhoudelijk kunt zijn en toch je kwetsbaarheid kunt tonen.

‘Later zag ik dat hij mensen zocht om hem te helpen, onder meer voor de Tweede Kamer. Eigenlijk wilde ik alleen lokaal wat betekenen. Dus ik schreef een brief met daarin expliciet dat ik geen landelijke ambitie had. Maar ze belden me toch op om langs te komen voor een gesprek. Ik was veel te nieuwsgierig om niet te komen. Tot mijn eigen verbazing belandde ik op plek twaalf van de kieslijst.’

En toen moest u plots campagne voeren.

‘Ik vond het superleuk. Vrijwel niemand had ervaring. We werden snel een hele hechte groep.’

De toekomst zag er voor NSC in die periode rooskleurig uit. Lang leek de verkiezingsuitslag volgens de peilingen af te stevenen op een overwinning voor VVD of GroenLinks-PvdA. Een door NSC gewenst middenkabinet lag daarmee binnen handbereik. Ook Zeedijk hoopte daarop, maar ze aanschouwde hoe dat uit het zicht verdween toen ze op uitnodiging van Omtzigt samen met Nora Achahbar meekeek achter de coulissen bij het inmiddels beruchte SBS-verkiezingsdebat.

‘Ik zag hoe het publiek werd opgestookt, hoe iedereen klapte als Wilders sprak. Ik zag hoe hij het debat won’, zegt Zeedijk. ‘Ik kan me herinneren dat Pieter toen een grap maakte: misschien gaan we wel met Wilders in een kabinet.’

Wat zei u toen?

‘Als je dat maar laat. Dat heb ik letterlijk zo gezegd. En dat meende ik ook. Want ik zag aan Pieter dat hij er echt over aan het nadenken was. En toen zei hij: ‘Ja maar Femke, als dat gebeurt, kan ik hem alles laten beloven, hij wil zo graag regeren.’’

NSC ging ook vrij snel de onderhandelingen aan met de PVV. Vond u dat moeilijk?

‘Ja, het voelde gewoon niet goed. Ik was daarom blij toen we een fractievergadering hadden waarin we met wat dames bij elkaar stonden en bleek dat zij dat gevoel deelden. Zij dachten ook: we worden ergens ingezogen dat we niet moeten willen. Alleen waren we in de fractie met acht tegen twaalf.’

Toen het kabinet er daadwerkelijk kwam, dacht u niet: ik trek hier een grens, ik ga weg?

‘Het lastigst waren de hoorzittingen met de bewindspersonen. Voor de PVV kwamen Marjolein Faber en Reinette Klever langs. Het was tenenkrommend. Vooral bij Klever heb ik met pijn in mijn buik gezeten, vooral hoe zij over ontwikkelingssamenwerking dacht.

‘Ik herinner me ook dat Rosanne Hertzberger het toen heel zwaar had. Die kreeg van haar achterban te horen: wat doe je nou weer? Dit kan toch niet met jouw standpunten? Maar toen heb ik gezegd: dit is niet het strategische moment om op te stappen. Niet voor NSC, niet voor ons.’

Waarom was dat niet het moment?

‘Ik heb een afweging gemaakt. Ik was nog de progressiefste persoon binnen de NSC-fractie. Ik had ook contact met mensen van linkse partijen die mijn afweging goed begrepen. Die zeiden: ‘Als jij weggaat Femke, dan hebben we helemaal geen aanspreekpunt meer.’

‘Maar bovenal vond ik dat ik een moment moest kiezen waarop de kans het grootst was dat NSC daadwerkelijk uit het kabinet zou stappen.’

Dat moment kwam voor u dus pas toen Nora Achahbar opstapte.

‘Ja. Ik vond het overduidelijk dat er een grens was overschreden. En ik vond het ook een goed moment om nieuwe verkiezingen uit te schrijven en campagne te voeren op het thema discriminatie. We daalden in de peilingen, het was het strategische punt waarop we hadden gewacht. Wilders heeft in juni gedaan wat wij in november hadden kunnen doen.’

Waren andere collega-Kamerleden dat met u eens?

‘Ik heb die dagen met veel mensen gebeld, ook met het bestuur van NSC. Daar waren ze aanvankelijk op onze hand. Zij vonden ook dat de pleister er beter in één keer van afgetrokken kon worden dan doormodderen in het kabinet.

‘En ik wist dat er binnen de fractie meer mensen waren die overwogen te gaan. In een vergadering heb ik geprobeerd uit te leggen waarom ik dacht dat we uit het kabinet moesten stappen, of men het er nou wel of niet principieel mee eens was.’

Maar u kreeg ze niet mee.

‘Het was gewoon de afspraak dat als één bewindspersoon zou opstappen, iedereen zou meegaan. Maar ik kreeg al snel door dat dat niet zou gebeuren. Ik heb toen Judith (Uitermark, minister van Binnenlandse Zaken, red.) en Eddy (van Hijum, vicepremier, red.) aan de telefoon gehad. En die zeiden dat ze het toch belangrijk vonden hun werk als minister af te ronden.’

Voelde u zich in de steek gelaten door uw partijgenoten?

‘Ja, want je voelt zelf ook loyaliteit aan de groep. Dat is ook de reden dat het zo moeilijk is om ergens de stekker uit te trekken. Daarom werd de fractievergadering waarin het definitief werd ook emotioneel. Ik wist dat ik mensen pijn deed. Ik wist dat ik Nicolien (van Vroonhoven, toenmalig fractievoorzitter, red.) met een probleem opzadelde voor de camera’s.’

Toch hield u zich niet in toen u zelf voor de camera stond. ‘Discriminatie heeft voor mij een gezicht gekregen’, zei u. Waarom koos u die woorden?

‘Ik denk dat er zeker discriminatie heeft plaatsgevonden in het kabinet. Voor mij zegt het genoeg dat Nora vond dat ze weg moest. Je hebt iemand in het kabinet die zo veel diversiteit toevoegt, iemand van Marokkaanse afkomst, een vrouw die het fantastisch heeft gedaan in haar carrière. En die zegt dat ze zich niet meer op haar gemak voelt. Als je daar niets mee doet en haar laat lopen, gaat dat lijnrecht tegen mijn principes in.

‘Ik vond dat iemand dat gewoon even moest zeggen. Dat Caroline van der Plas en Geert Wilders daarop aansloegen, vond ik vooral heel grappig. (lachend) De woorden waren niet specifiek voor iemand bedoeld, maar ik vond die impact wel mooi.’

Dacht u toen ook niet: waarom ben ik niet eerder opgestapt?

‘Nee, want het statement dat ik toen heb gegeven, heeft misschien wel meer impact gehad dan alles dat ik in het jaar daarvoor heb gedaan. Ik kreeg reacties van mensen die zeiden dat het veel betekende, dat iemand op zo’n positie zich uitspreekt tegen discriminatie. Dat heeft me geraakt en geroerd.’

Uw voormalig collega Hertzberger keerde uiteindelijk terug naar de Kamer nadat de PVV uit het kabinet was gestapt. Heeft u zelf nog getwijfeld?

‘Ik kwam eigenlijk als eerste in aanmerking omdat ik hoger op de kieslijst stond. Rosanne belde me toen op en zei: ‘De PVV is eruit, dus nu kunnen we terug, toch?’ Ik heb haar verteld dat ik mijn leven hier weer op orde heb en dat ik weer lid ben van D66. (lachend) Als ik mijn zetel weer zou hebben ingenomen, was NSC die dus kwijt geweest.’

Hoe werd er bij D66 op uw terugkeer gereageerd? U komt toch van een partij die het kabinet met de PVV mogelijk maakte.

‘Ze hebben me wel weer verwelkomd, hoor. Maar een aantal mensen, vooral de jonge progressieve club, heeft nog vragen. Ik kan me dat wantrouwen best voorstellen. Dus dan drinken we koffie en praten erover.

‘Achteraf moet ik toegeven dat het NSC-avontuur is mislukt. De partij zou zich beter kunnen opdoeken. Ik wens voor Nederland een paar krachtige traditionele politieke blokken. NSC zat altijd al meer in het christendemocratische blok en zou daar weer in moeten opgaan.

‘Maar dat NSC is mislukt, betekent niet dat het proces een mislukking was. Ik denk dat we dit kabinet nodig hadden om te zien wat er mis is met dit land. Ik hoop dat in oktober blijkt dat we daarvan hebben geleerd.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next