Roman Waar moet dat heen met die vermaledijde toekomst vol data en efficiëntie? De laatste schaker is niet alleen een melancholisch verhaal over een schaker op een cruiseschip maar, ook een ideeënroman waarin cultuurkritiek is verwerkt.
De spelletjeskamer van de Maharajas expres-trein in India. Foto Getty Images
Een schaker is hij, Viktor Sanders, en een goeie ook, een heuse grootmeester zelfs, maar dan ook weer niet zo’n goeie dat hij zich kan meten met de wereldtop. En omdat een boterham met beleg nu eenmaal beter smaakt laat deze Sanders zich aan het begin van Max Pams De laatste schaker verleiden om aan boord van een gigantische cruiseschip wedstrijden te gaan schaken tegen de aanwezige toeristen. Door die stap te maken wordt Sanders natuurlijk een soort entertainer, maar hij besluit toch op het voorstel in te gaan. „Wat bond hem aan Nederland? Eigenlijk niets. Hij had geen vrouw en geen kinderen. Hij was als iedere schaker in diepste wezen vrijgezel. Wie voor het spel had gekozen, bezat het ogenschijnlijke geluk dat hij overal ter wereld zijn ambacht kon uitoefenen en dat hij als woning niet meer nodig had dan een hotelkamer of een scheepskajuit. Bovendien zou hij naar New York gaan en daar ook nog voor betaald worden. Wie deed hem dat na?”
Ik las ergens dat De laatste schaker een zuiver melancholische roman is, maar je hoeft maar naar het bovenstaande citaat te kijken om te zien dat je Pam met die typering geen recht doet. Natuurlijk is er die weemoedigheid van de ouder wordende man die de rites omtrent de edele schaaksport ziet verdwijnen, maar wie alleen dat verhaal had willen vertellen had die Sanders niet op een cruiseschip plaats laten nemen. De laatste schaker is ook een ideeënroman waarin cultuurkritiek is verwerkt. Met Sanders botst de oude beschaving op de commerciële, smakeloze decadentie van de cruise, maar er is ook sprake van een confrontatie tussen het willen winnen en zelf iets willen bedenken, de menselijke en de kunstmatige intelligentie en de risicolopende en risicomijdende, rubberen-tegel-mens.
En soms doet Pam dat best verrassend, zoals in het geval van de schakende tegenstanders van Sanders, die steeds vaker terugvallen op de technologie (van het stiekem loeren op een beeldscherm tot het al dan niet implementeren van een chip in het eigen lichaam) om wedstrijden te winnen. Het zou dan eendimensionaal zijn om Sanders deze ontwikkeling met lede ogen aan te laten zien, maar Pam koos voor iets anders, namelijk om Sanders tijdens de voorbereiding op een cruciale schaakwedstrijd advies over de tegenstanders in te laten winnen bij een bevriende schaakgrootmeester. Waarmee de vraag wordt opgeworpen of we niet altijd al ingefluisterd werden en doorgeefluiken waren van wijzere voorgangers. Wat het verschil is tussen een op de ouderwetse manier getrainde schaker (eentje die in de leer was bij een grootmeester) en eentje die via het internet speurt naar tips? Hooguit een beter geheugen.
Wel is het een beetje zoeken naar dit soort dwarse spitsvondigheden. Zo is de leidinggevende dame van de boot (een briljante filosofe die met een staalharde logica alles tot cijfers reduceert) een prikkelende ijskoningin, maar komt het proza op andere momenten weer hysterisch of juist ongeïnspireerd over. Het gekke hierbij is dat dat ook in de stijl tot uiting komt, terwijl je Pam-in-de-krant daar toch niet vaak op betrappen kunt. Een gehandicapte vriend van Sanders stoot een geluid uit dat doet denken „aan een soort gehijg van een gewonde haai die in doodsnood de laatste lucht uit zijn keel perst.” Een haai ademt via de kieuwen. En als ze door middel van een fluit aangeven dat de boot gaat vertrekken, dan „slaat” dat bij sommige toeristen in „als een stoot van een ijspriem”. Of er even een dekzwabber met een mop wil komen opdraven. Twee schaaktegenstanders zijn „kemphanen”. Een gokkast is een „eenarmige bandiet”. Tja, fris is anders.
Het is toch wel een beetje tekenend voor Pam, die ook niet lijkt te weten waar het heen moet met die vermaledijde toekomst vol data en efficiëntie. Volgens de dochter van de legendarische, aftakelende schaker Domar (een op J.H. Donner gebaseerd personage) zouden we weer moeten gaan roken, drinken, stinken en dansen, leest Sanders ergens, maar daar kan hij de energie niet meer voor opbrengen. Ach, stinken ga je vanzelf doen.
Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC