is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
De VS zijn tweehonderd jaar lang de kampioen van de vrijemarkteconomie geweest. Het bedrijfsleven werd uitgezonderd oorlogen en crises zo weinig mogelijk in de weg gelegd, waardoor de VS de machtigste economie en het rijkste land in de wereld werden.
Maar nu lijkt een radicale ommezwaai plaats te vinden. Het marktkapitalisme maakt plaats voor staatskapitalisme, zo constateerde onlangs ook The Wall Street Journal. De vrije markt is niet langer zaligmakend.
Ondernemen is niet meer exclusief het domein van particuliere bedrijven en eigenaren, maar wordt door de staat gestuurd. Donderdag werd bekend dat de Amerikaanse overheid een belang wil nemen in chipmultinational Intel en mogelijk ook andere fabrikanten van halfgeleiders. De staat participeert in mijnbouw- en staalbedrijven, zoals MP Materials en US Steel. Ook eiste Trump het ontslag van de CEO van Intel. Daarnaast dwong hij bij Nvidia en AMD af dat zij 15 procent van de opbrengst van hun verkopen in China afdragen aan de staat.
Bij staatskapitalisme blijven bedrijven in handen van particuliere eigenaren, maar stuurt de staat deze bedrijven aan. Zo is Apple gedwongen 100 miljard dollar in eigen land te investeren. In ruil daarvoor beschermen de VS deze bedrijven via importbarrières tegen buitenlandse concurrenten.
Reden is de groeiende angst dat de VS in technologisch opzicht door landen als China dreigen te worden overvleugeld. In China verlopen innovaties veel sneller, omdat het land niet kampt met stroperige planologische procedures bij de bouw van nieuwe infrastructuur en fabrieken. China is een land van ingenieurs, de VS van juristen.
Dit proces is al in gang gezet onder de vorige president Joe Biden. Met zijn Chips Act en Clean Energy Bill stuurde hij bedrijven aan miljarden te investeren in de Amerikaanse chipproductie en duurzame energie. Maar onder Trump lijken de VS het Chinese economische model te omarmen.
Bij de overname van US Steel door het Japanse Nippon Steel eiste Trump een zogenoemde golden share (prioriteitsaandeel) die het Amerikaanse ministerie van Financiën de mogelijkheid geeft een veto uit te spreken over bepaalde investeringen en benoemingen. Bedrijven moeten vooral in eigen land investeren en bestuurders uit eigen land benoemen. Dat is precies wat ook gebeurt in China, waar de staat in vele particulier gerunde bedrijven een dergelijk prioriteitsaandeel heeft. In het verleden hebben de VS - net als veel andere landen - ook wel geïntervenieerd bij particuliere ondernemingen. Maar dat gebeurde vrijwel alleen als die in grote problemen kwamen, zoals de banken en General Motors bij de kredietcrisis in 2008. Nu bemoeit de regering zich ook met grote concerns, zoals Nvida, die juist floreren.
De VS begeven zich hierbij op een hellend vlak. Het kampioenschap van de vrije markt ging in het verleden altijd hand in hand met de democratische rechtsstaat. Met het overnemen van het economische systeem van China zou ook het politieke systeem in gevaar kunnen komen.
Trump lijkt de laatste die zich daarover zorgen maakt.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant