Defensie Minister Ruben Brekelmans (VVD) kondigde woensdag aan twee Patriots en driehonderd militairen naar Polen te zenden. Daarmee versterkt Nederland de NAVO en Oekraïne, maar legt het de eigen kwetsbaarheid bloot – een afweging die militairen onvermijdelijk achten.
Militairen tijdens een ceremonie voor een nieuwe Patriot-vuureenheid bij het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando in Vredepeel.
Ze kunnen Russische raketten op 20 kilometer hoogte en 60 kilometer afstand uit de lucht halen. Ze zijn gemakkelijk in te passen in de operationele structuur van de NAVO. Nederland heeft er meer dan veel andere NAVO-lidstaten. En ze passen binnen een dominant Nederlands militair instinct: liever verdedigen dan aanvallen.
Zie hier waarom de Phased Array Tracking Radar to Intercept On Target – beter bekend als Patriot – zo’n belangrijke rol speelt in de Nederlandse bijdrage aan de verdediging van Oekraïne en de oostflank van de NAVO. Woensdag maakte minister Ruben Brekelmans (VVD, Defensie) bekend dat Nederland tijdelijk twee van dergelijke luchtafweersystemen naar Polen stuurt. Nederland heeft er drie.
Vanaf 1 december 2025 tot juni 2026 moeten ze het luchtruim beschermen boven het gebied waardoorheen de enorme stroom militaire goederen van het Westen richting Oekraïne gaat. Ook gaan er een NASAMS-luchtafweersysteem en anti-drone-installaties mee. Zo’n 300 militairen, nu nog gelegerd in De Peel, gaan mee.
Al in 2022, enkele maanden na de Russische inval in Oekraine, stuurde Nederland een Patriot-eenheid met 150 militairen naar Slowakije. En begin 2023 maakte Nederland bekend dat het twee Patriot-installaties en bijbehorende raketten leverde aan Oekraïne zelf. Met name bij de verdediging van hoofdstad Kyiv, maar ook andere grote steden in Oekraïne, speelden Patriots een belangrijke rol bij het neerhalen van Russische ballistische raketten, al kwam het ook voor dat de uiterst kostbare raketten tegen veel goedkopere Russische drones werden ingezet. Niet voor niets stuurt Nederland, los van de Patriots, ook anti-dronesystemen naar Polen.
Volgens Nederlandse militaire deskundigen gaat het bij de nieuwe missie naar Polen om een omvangrijke, intensieve en ook logische inspanning met mogelijke gevolgen voor de eigen veiligheid. Analist Tim Sweijs van denktank The Hague Center for Strategic Studies, zegt: „Nederlandse militairen op zo’n strategisch belangrijke positie worden meer potentieel doelwit voor Rusland, maar dat risico is te overzien. De militairen worden immers gestationeerd op grondgebied dat door de NAVO wordt beschermd.”
Oud-Landmacht-commandant Mart de Kruif snapt de keuze, maar zegt ook: „Bijna alles wat we hebben aan luchtverdediging gaat naar Polen. Nederland is enorm kwetsbaar, want we hebben geen luchtverdediging meer om onze hele vitale infrastructuur te beschermen.” Brekelmans beklemtoont juist dat er nog steeds een Patriotsysteem in Nederland overblijft, en dat er ook nog andersoortige luchtverdedigingssystemen het Nederlandse luchtruim blijven beschermen.
De vorige minister van Defensie, Kajsa Ollongren (D66), zei in mei 2024 dat de NAVO expliciet toestemming had gegeven voor de ondermaatse (lucht-)verdediging van het eigen grondgebied. Wel moest die verdediging met aanvullende leveranties weer zo snel mogelijk op peil worden gebracht. Brekelmans zei daarover gisteren dat hij verwacht dat Nederland voorrang krijgt van de Amerikaanse Patriot-leveranciers. Nu is de levertijd voor dergelijke systemen zo’n twee à drie jaar.
Zo’n twaalf jaar geleden zag De Kruif als commandant Landstrijdkrachten wat er allemaal komt kijken bij de inzet van Nederlandse Patriots. Deze stonden in 2013 opgesteld in het zuiden van Turkije, dat luchtaanvallen vanuit Syrië vreesde. „Het gaat om belastende missies. Je moet 24/7 scherp blijven op dreigingen in de lucht en in een split second besluiten kunnen nemen.”
Snelle computers helpen daar overigens bij. Binnen milliseconden beslissen ze welk soort van de maximale vier beschikbare raket-varianten past bij het type dreiging dat de radar heeft gedetecteerd. „De PAC-3, die niet explodeert maar tegen het vijandelijk doelwit aanvliegt, is bewezen de effectiefste”, zegt De Kruif. Ook die gaat mee naar Polen.
Een Patriot-luchtverdedigingssysteem tijdens een tweejaarlijkse oefening op vliegbasis Vredepeel. Foto Rob Engelaar / ANP
Voorrang of niet, zoals bij alle wapenleveranties is de vraag actueel hoe snel, goed en voor welke prijs er geleverd kan worden. Voor de Patriots staat iedereen in de rij bij Raytheon Technology in Virginia, vertelt analist Sweijs. Hier worden de systemen gebouwd en grote investeringen gepleegd in bijvoorbeeld benodigde grondstoffen, kennis en toeleveranciers. Het Pentagon doet intensief zaken met het bedrijf. Begin augustus kreeg Raytheon nog een contract van 50 miljard dollar om voor de komende twintig jaar Patriot-systemen aan het Amerikaanse leger te leveren. Voor de luchtdoelraketten zelf wordt uitgeweken naar andere Amerikaanse wapenleveranciers zoals Lockheed Martin. De genoemde PAC-3-raket wordt daar gemaakt.
Als monopolist kan Raytheon pittige prijzen voor de Patriots vragen. Toen Nederland begin dit jaar een nieuw systeem kreeg ter vervanging van een van de twee die in 2023 naar Oekraïne waren gegaan, kostte dat Defensie volgens berichten 529 miljoen dollar. Dat was exclusief de raketten. Tim Sweijs ziet echter een bredere betekenis van zulke transacties. „Het gaat om meer dan geld. Met zulke grote orders haalt Nederland ook een wit voetje bij de Amerikaanse regering.”
Over wit voetje gesproken, wordt met de nieuwste Patriot-bijdrage van woensdag iets zichtbaar van de bijdrage die Nederland misschien ooit gaat leveren aan een Europese strijdmacht die, op voorstel van de VS, een bestand in Oekraïne moet helpen verdedigen? „Als die strijdmacht er al ooit komt”, zegt Mart de Kruif, „dan zal het luchtruim daarboven beschermd moeten worden. Dat is precies het soort werk dat Nederland in Polen gaat doen. Zolang je echter die systemen in Polen inzet, kun je ze niet in Oekraine gebruiken.”
Volgens analist Sweijs wordt met de missie naar Polen „absoluut niet voorgesorteerd” op een bijdrage aan een Europese strijdmacht in Oekraine. „We weten immers niet eens of die er ooit komt. Maar als er, theoretisch gesteld, een Europese ‘reassurance force’ [geruststellingsmacht] van pakweg 20.000 man in westelijk Oekraïne ver van het front wordt gestationeerd, dan horen daar zeker ook luchtverdedigingstaken bij. De ervaring die Nederland in Polen gaat opdoen, weliswaar beperkt met twee systemen, is daarvoor relevant.”
Source: NRC