Je kunt een boek slecht vinden omdat het lelijk geschreven is, het plot ongeloofwaardig is of de personages niet tot leven komen. Maar niet omdat het kwesties beschrijft waar jij niets van begrijpt, stelt Eke Krijnen.
Aaf Brandt Corstius vond Onder vrienden, de debuutroman van de Deense Linn Maja Ernst over een vriendengroep een week samen op vakantie één huis, een teleurstellende beach read. De vriendengroep was haar iets te queer – een lesbisch stel én een transman in één vriendengroep, dat was wel heel ‘handig’. De kritiek van de personages op traditionele relaties was te ‘in your face’ en bovendien onbegrijpelijk. Daarbij werd er naar haar zin ook nog eens te weinig geneukt.
Na lezing van de column schafte ik prompt Onder vrienden aan, las het in één ruk uit en smulde ervan. Smaken verschillen, blijkt maar weer. Tot zover geen probleem. Wel een probleem: Brandt Corstius’ argumentatie, die getuigt van een gemakzuchtige heteronormatieve blik. Zo’n blik plaveit tersluiks de weg voor schadelijker denkbeelden over queers.
Over de auteur
Eke Krijnen is schrijver, neerlandicus en docent Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. Van haar verscheen recent de essaybundel Een echte ouder.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Dat Aaf Brandt Corstius het voorkomen van een lesbisch stel en een transman in één vriendengroep neerzet als een flauwe kunstgreep toont dat ze geen benul heeft van queer levens. Mijn vrienden- en kennissenkring bestaat ook uit lesbische stellen, homo’s, non-binaire en en transmensen. Lhbti+’ers komen elkaar niet alleen steeds tegen, ook zoeken we elkaar bewust op. Queers zijn geen eenduidige club mensen, wel is er één ding dat ons bindt: de ervaring te leven in een heteronormatieve wereld.
Het is heerlijk om je in vriendschappen niet te hoeven te verhouden tot de soms verpletterende onnozelheid van de (cisgender) heteroseksuele medemens. De auteur van Onder vrienden haalde geen trucje uit door een lesbisch stel en een transman bij elkaar te plaatsen: ze deed recht aan een queer werkelijkheid.
Brandt Corstius is ‘het zat’ dat de personages voortdurend elkaars ‘transheid/burgerlijkheid/cismannelijkheid/polygamie/monogamie’ bevragen.
Queers zijn het gewend voortdurend bevraagd te worden door een buitenwereld: ben je nou een jongen of een meisje, man of vrouw? Missen twee vrouwen toch niet iets, in bed bijvoorbeeld? Heeft jullie kind geen vader/moeder nodig? Het is een verademing dat in Onder vrienden het queer-zijn nu eens niet wordt bevraagd, maar de heteroseksuele huisje-boompje beestje-norm. Wellicht is het dát wat Brandt Corstius zo ongemakkelijk maakt. Ga het eens lekker met elkaar dóén, verzucht ze aan het einde van haar column.
Ik telde in het boek vijf expliciete scenes van duo- en soloseks, orgasmes weergalmden in het vakantiehuis en dan waren er nog de alinea’s met seksuele fantasieën. Daarmee was ik al lang tevreden. Misschien verstaat Brandt Corstius iets anders onder een beach read dan ik. Maar eerder ontwaar ik in haar verzuchting een beschaafdere variant op ‘daar-moet-een-piemel-in’, een uitspraak gebruikt om vrouwen en minderheden de mond te snoeren. Houd op met je maatschappijkritiek, met het bevragen van hoe ik altijd heb geleefd, met het tornen aan mijn geprivilegieerde, zalige onwetendheid.
Het is fijn dat er in Onder vrienden taal voorhanden is om queer-ervaringen te beschrijven. Ook ik vond sommige personages gruwelijk irritant, maar hun gevoelens en dilemma’s herkenbaar. Eens hoorde ik Torrey Peters spreken, auteur van de gevierde roman Detransition, Baby. Peters schrijft over trans vrouwen en is dat zelf ook. Ze vertelde dat ze haar roman schreef met haar eigen gemeenschap als beoogde lezers. Ze had nooit gedacht dat haar roman zo’n groot mainstream publiek zou krijgen.
Als je schrijft voor je eigen gemeenschap, zei ze, moet je werk voor hén inzichtelijk zijn. Je kunt bij hen niet aankomen met steeds dezelfde clichés over trans mensen. En als je werk op dat niveau vernieuwend is, dan moet een mainstream publiek er wellicht harder voor werken om het te volgen, maar als het daartoe bereid is, is het voor hen ook een verrijking.
Celine Sciamma, een queer filmmaker van onder andere de prachtige film Portrait de la jeune fille en feu, over een lesbische relatie in de achttiende eeuw, zegt in een interview met het online platform Jezebel dat we het zo lang alleen met hetero verbeeldingen van liefde hebben moeten doen. Niets mis mee, maar het is wel een heel smalle kijk. Met haar film schonk ze het publiek een queer-verbeelding.
Het label ‘queer film’ wordt vaak gezien als een beperking, zegt Sciamma, maar dat is het niet. Het verbreedt juist je blik. Een queer verbeelding toont je andere manieren hoe te te leven en lief te hebben. ‘Welcome,’ zegt Sciamma, tegen hen die zich niet perse met queer identificeren. ‘You’re welcome to discover it.’
Waarom maak ik me toch zo druk over gewoon een column over gewoon een boek? Je kunt een boek slecht vinden omdat het lelijk geschreven of het plot ongeloofwaardig is, omdat de personages niet tot leven komen, maar niet omdat het kwesties beschrijft waar jij niets van begrijpt. Met haar invloedrijke stem in de media is Aaf Brandt Corstius een boegbeeld van de ‘normale’ progressieve hoogopgeleide vrouw.
Ze heeft vast niets tegen queers en haar beste vriend is ongetwijfeld homo. Maar met haar achteloze kritiek op Onder vrienden – het bevragen van de norm te ‘in your face’, een vriendengroep bestaande uit meerdere queer personen gekunsteld, en hun dilemma’s onzinnig en modern – volgt ze heel stilletjes in het spoor van een rechts verhaal waarin queer levens abnormaal zijn en woorden als ‘gendergeneuzel’ en ‘wokewaanzin’ nabij.
Het getuigt van lui denk- en schrijfwerk. Een beach write, zeg maar. In de huidige tijd, waarin queer vrijheden steeds meer onder druk staan, kunnen onze bondgenoten zich die luiheid, als het om queer zaken gaat, niet veroorloven.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant