Home

Nu Rabobank terug is als sponsor, krijgt de Dikke Banden Race een nieuw leven – en dat is boffen voor de jeugd

Veel professionele wielrenners leerden hun sport kennen door de Dikke Banden Race, een race voor kinderen op een normale fiets of mountainbike. Met de terugkeer van Rabobank als wielersponsor moet ook de Dikke Banden Race komende jaren gaan groeien – een welkome ontwikkeling voor het jeugdwielrennen.

Wie naar de eerste startrij kijkt, zou makkelijk kunnen denken dat er een heuvelige Touretappe van 180 kilometer in de brandende Franse zon voor de boeg staat. Mathieu van der Poel, Thymen Arensman, Ben Healy, Primož Roglič, Oscar Onley, de grote namen.

Alleen de in een groen-zwart Reggeborgh-fietspak gehulde Kjeld Nuis en de continentale renners achter hem verraden iets. Het is de profronde van Etten-Leur: 22 rondes door het centrum van de plaats. Langs de kant staan, in knalgele T-shirts, de renners en rensters die net hun races over hetzelfde parcours hebben gereden.

Ruim tweehonderd kinderen van 5 tot 10 jaar oud deden ’s ochtends in verschillende leeftijdscategorieën mee aan de Rabo Dikke Banden Race. Die wedstrijd rijden de kinderen op normale fietsen of mountainbikes, om op een laagdrempelige manier kennis te maken met de wielersport.

Van 1996 tot 2012 sponsorde Rabobank naast het professionele wielrennen – de gelijknamige wielerploeg en een opleidingsploeg waaruit bijvoorbeeld Tom Dumoulin, Steven Kruijswijk en Bauke Mollema doorstroomden – ook deze eerste stap in de talentontwikkeling. Op 1 juli keerde de bank officieel terug in de wielersport; de dikkebandenraces moeten de komende jaren flink in aantal gaan toenemen.

Een rondje fietsen

Breed lachend, met een zilveren trofee in de hand, klimt de 9-jarige Jan van Bekhoven op de achterbank van een witte cabriolet. Hij is zojuist tweede geworden in de race in de leeftijdsklasse 9-10 jaar en mag samen met de nummers één en drie een ereronde over het parcours maken.

‘Ik heb al twee keer meegedaan in Chaam, waar ik woon, maar hier is het de eerste keer’, vertelt hij bij terugkomst. ‘Ik ga vaak met mijn vader een rondje fietsen op de weg, of in het veld. Deze winter gaan we kijken of ik bij een wielervereniging kan.’

Maar dat is volgens vader Jan sr. makkelijker gezegd dan gedaan. ‘De keuze is qua verenigingen in de buurt niet heel groot, laat staan het aantal wedstrijden. En de kosten om met fietsen te beginnen lopen snel op.’

Toen Jans vader als jongeman bij een vereniging ging fietsen, waren er in de omgeving wel twintig wedstrijden om in een seizoen aan mee te doen. Voor zijn zoon zijn het er nu misschien vijf. ‘Ik zou ook naar bijvoorbeeld Amersfoort, Utrecht en Assen toe moeten om hem te kunnen laten rijden. Bij een hoop andere sporten, voetbal en hockey bijvoorbeeld, word je lid en heb je gegarandeerd twintig wedstrijden op veel kleinere afstand.’

Even verderop staan de broertjes Naut (8) en Julius (7) met hun moeder Margot in de rij om hun rugnummers op te halen voor de race. Ze zijn speciaal uit hun woonplaats Haarlem naar Etten-Leur gekomen om mee te doen. ‘Om op datzelfde parcours te kunnen rijden als de profs straks’, zegt hun moeder.

‘Dit wordt denk ik onze vijfde Dikke Banden Race’, vertelt Naut. ‘De eerste keer dat we meededen, was onze eerste race ooit en nu fietsen we bij een vereniging.’

‘Maar daar hebben we lang naar moeten zoeken’, zegt Margot. ‘Je struikelt over de voetbal- en hockeyclubs, maar fietsverenigingen zijn er veel minder. Het is ook bij minder mensen bekend dat je als kind al kunt gaan wielrennen.’

In zwaar weer

Bij Ready2Race, de stichting die de dikkebandenraces faciliteert, horen ze deze problemen vaker. De Nederlandse wielersport in de breedte, inclusief het jeugdwielrennen, verkeert al langere tijd in zwaar weer, met een teruglopend aantal jeugdleden en wedstrijdlicenties.

Volgens Joost van Wijngaarden, manager wedstrijdsport bij de Koninklijke Nederlandse Wielerunie, hangt die afgenomen populariteit voor een belangrijk deel samen met de vele dopingschandalen die de wielersport een slechte reputatie gaven. Ook bij de wielerploeg van Rabobank kwamen via een Amerikaans rapport in 2012 dopingpraktijken aan het licht. De bank trok zich in datzelfde jaar terug als wielersponsor, ook in de breedtesport en talentontwikkeling.

De dikkebandenraces bleven voortbestaan onder leiding van een nieuwe stichting, maar pas in 2021 besloot Richard Plugge, directeur van Visma-Lease a Bike, om de evenementen vanuit de Academy van zijn ploeg te gaan organiseren, met de ambitie om kinderen weer in contact te brengen met de wielersport.

Sinds 2022 ontfermt Ready2Race zich over de dikkebandenraces en organiseert de stichting clinics waarbij kinderen de basisbeginselen van het wielrennen op echte racefietsen kunnen leren. Inmiddels is het een eigen stichting – Richard Plugge is nog wel betrokken als penningmeester – en vorig jaar deden aan de dikkebandenraces bijna twaalfduizend kinderen mee. Dat aantal wil de stichting de komende jaren met Rabobank als sponsor gaan verdubbelen.

Nauwkeurig bepalen hoeveel nieuw wielertalent de dikkebandenraces precies opleveren is lastig. Wel deden opvallend veel huidige profs in het verleden mee. Onder andere Demi Vollering, Marianne Vos, Anna van der Breggen en baanwielrenner Harrie Lavreysen. Van der Breggen plaatste haar Dikke Banden Race, als 7-jarig meisje in het Overijsselse Hasselt, in een interview met Cyclingnews een paar jaar geleden zelfs in de vijf races die haar leven het meest hadden veranderd.

Wielrenzaadje

En dan zijn er nog de beelden van Mathieu van der Poel die als jochie van 8 in een groot wit T-shirt, op een iets te grote mountainbike, twee races met straatlengtes voorsprong wint. ‘Klopt ja, bij het stadion van Roda JC in Kerkrade’, zegt Van der Poel voorafgaand aan zijn criterium in Etten-Leur.

‘Dat waren echt wel dingen waar ik als kind ook naar uitkeek. Als kind is elke race belangrijk en ga je altijd voor het hoogst haalbare. Het was voor mij niet de eerste wedstrijd die ik reed, want ik had al ervaring met veldrijden. Het zaadje om prof te willen worden was dus al geplant, maar die competitie was superleuk toen.’

Ook Lavreysen, die het in Etten-Leur opneemt tegen Jeffrey Hoogland, kijkt nog altijd met plezier terug op de ‘kermisrondes’ die hij als jongetje reed in zijn geboorteplaats Luyksgestel.

‘De Dikke Banden Race viel bij ons altijd samen met de kermis en dan reed elke klas van de basisschool een race. Ik heb vanaf groep 1 altijd meegedaan en ben op een gegeven moment ook begonnen met BMX. Maar zo’n kermisronde bleef toch altijd anders, om die competitie mee te maken tegen je klasgenoten.’

Wat is de volgende stap voor kinderen die er inmiddels wel van overtuigd zijn dat wielrennen iets voor hen is? Die stap blijft volgens Joost van Wijngaarden een hele opgave.

‘We merken dat clubs vaak al hun handen vol hebben aan het organiseren van wekelijkse trainingen en het bijhouden van alle administratie. Het zijn vooral vrijwilligers die wielerclubs draaiende houden en bijna elke club heeft er een paar te weinig.’

Minder actieve jeugd

En dan is er het wedstrijdaanbod voor kinderen. Ook dat moet op de schop. Volgens Van Wijngaarden heeft het type wedstrijd en de opzet van het wedstrijdsysteem te lang stilgestaan en sluit dit niet meer aan op wat jeugdrenners willen, met steeds minder actieve jeugdrenners tot gevolg. Kinderen rijden nu vooral criteriums, zo snel mogelijk van A naar B, maar werken weinig aan hun technische vaardigheden.

‘In bijvoorbeeld het mountainbiken, BMX en veldrijden staat het speelse en trainen van je eigen skills meer centraal, in plaats van alleen maar proberen het peloton bij te houden. We willen af van die criteriums en veel meer vaardigheidsoefeningen in wegwedstrijden gaan verwerken.’

Daarnaast wil de KNWU, die inmiddels ook door de Rabobank wordt gesponsord, de opzet qua type jeugdwedstrijden gaan veranderen. Van Wijngaarden erkent het probleem waar veel ouders bij de Dikke Banden Race tegenaan lopen, namelijk dat er te weinig lokale wedstrijden zijn voor kinderen.

‘Maar dat komt vooral doordat we nog vastgeroest zitten in een opzet van toen er vier keer zoveel jeugdleden waren. In elke regio hebben we laagdrempelige jeugdwedstrijden, maar dat zijn vaak wedstrijden zonder officieel karakter en waar je weinig wedstrijdpunten kunt scoren. Maar je kunt daar net zo veel leren. Dat wedstrijdmodel gaan we komende winter opnieuw structureren, zodat het aanbod groter wordt en hopelijk de pelotons ook.’

De factor die dikkebandenraces voor een groot deel laagdrempelig maakt is, naast de gratis deelname, het feit dat kinderen op alle soorten fietsen mogen meedoen. Alleen klikpedalen en racefietsen zijn verboden. Maar de investering die uiteindelijk nodig is om het fietsen serieuzer op te pakken kan in de duizenden euro’s lopen.

‘Je hebt het over de aanschaf van een fiets, schoenen, helm, kleding, licentie, reiskosten’, zegt Van Wijngaarden. ‘De kosten van een nieuwe set banden, remblokjes of een ketting wordt ook snel een flinke uitgave.’

De 7-jarige Lizzy van Doorn uit Moerdijk maakt zich daar niet zo’n zorgen over. Ze is een week eerder kampioen van Moerdijk geworden in haar leeftijdscategorie en dat mogen haar tegenstanders in Etten-Leur weten. ‘Zij vindt het fietsen helemaal geweldig’, vertelt haar moeder Inge. ‘Het liefst wil ze zoals Mathieu van der Poel worden.’

Haar ouders zijn zelf fervent fietsers en weten dat het financieel een zware sport kan zijn. ‘Bij onze wielervereniging werken ze veel met fietsen die je een jaar kunt huren en dan weer doorgeven,’ zegt Lizzy’s vader Jan.

‘Dat soort initiatieven liggen bij de verenigingen zelf,’ zegt Van Wijngaarden, ‘en we hopen dat dat de komende jaren gaat toenemen. Daarbij zouden lokale Rabobanken echt een groot verschil kunnen maken, als sponsor van wielerverenigingen in de buurt.’

Of het uiteindelijk leidt tot een nieuwe Van der Poel of Vollering, zal moeten blijken. Het belangrijkste advies van Van der Poel? ‘Ja, toch het cliché: plezier hebben. Dat verandert als het goed is ook niet naarmate je ouder wordt.’

En als het in de Dikke Banden Race niet meteen lukt, denk dan aan Harrie Lavreysen. ‘Ik won er pas een in groep acht, dus na zeven jaar,’ zegt hij lachend.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next