Politieke partijen die hun partijnaam op 29 oktober op het stembiljet willen zien, moeten die naam tijdig laten registreren bij de Kiesraad. Die keurt niet alle voorgestelde namen goed, en daar komen soms ruzies en rechtszaken van.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
Partijen die dit najaar aan de Tweede Kamerverkiezingen willen deelnemen, moeten een aantal bureaucratische hobbels nemen. De Kiesraad maakte dinsdag bekend dat 54 partijen de eerste horde hebben genomen door hun naam voor de deadline te registreren, in 47 gevallen inclusief partijlogo.
Die registratie is een voorwaarde om met naam en logo op het stembiljet te komen, maar de Kiesraad wijst geregeld aanvragen af. Zo kreeg de BoerBurgerBeweging in november 2019 het deksel op de neus toen de partij zich bij de Kiesraad aanmeldde. Het instituut oordeelde dat de naam te veel leek op ‘De Burger Beweging’, een partij die al in het register stond. Een van de registratievoorwaarden uit de Kieswet is namelijk dat de naam niet ‘verwarrend’ mag zijn voor de kiezer.
In december 2019 besloot de plattelandspartij daarom maar de afkorting BBB te laten registreren, want dat kon nog wel. Inmiddels zou de BBB een nieuwe poging kunnen doen, want hinderpaal De Burger Beweging is in 2021 door de Kiesraad uit het register geschrapt (dat gebeurt automatisch als een partij bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen geen geldige kandidatenlijst aanleverde).
Ook het CDA staat alleen met die afkorting in het Kiesraad-register, net als de VVD. De nieuwe partij Vrede voor Dieren, een afsplitsing van de Partij voor de Dieren, heeft zich alleen onder die volledige naam bij de Kiesraad laten inschrijven. Partijleider Pascale Plusquin is niet van plan de afkorting VvD te gebruiken, maar die was waarschijnlijk niet door de ballotage van de Kiesraad gekomen.
Partijen kunnen ervoor kiezen zowel de volledige partijnaam als de afkorting te registreren. De PvdA staat bijvoorbeeld als ‘Partij van de Arbeid (PvdA)’ in het Kiesraad-register. Ook de SP en SGP hebben volledige naam én afkorting laten vastleggen.
Norbert Klein, een 50Plus-afhaker die zijn eigen politieke nering begon als Vrijzinnige Partij, stapte in 2016 naar de rechter toen de Kiesraad de registratie van de Vrouwen Partij (VP) toestond. Volgens Klein stond zijn eigen partij al wijd en zijd bekend als ‘VP’ en had de Kiesraad de inschrijving van de vrouwelijke VP dus niet mogen goedkeuren. De Raad van State stelde Klein in het ongelijk, omdat hijzelf verzuimd had de afkorting VP te registreren.
De Kiesraad kan namen ook weigeren als ze ‘in strijd zijn met de openbare orde’. Een partijnaam als ‘Dood aan (vul zelf maar in)’ kan vrijwel zeker niet door de beugel. De naam mag maximaal 35 tekens lang zijn, een regel waar ‘Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP)’ maar nét aan voldoet.
De naam mag ook niet misleidend zijn. Om die reden keurde de Kiesraad in 2016 achtereenvolgens de partijnamen ‘Leefbaar Nederland’ en ‘Leefbaar NL’ af. De Kiesraad schreef in zijn toelichting: ‘Naar het oordeel van de Kiesraad zou met deze aanduiding ten onrechte de indruk kunnen ontstaan dat de politieke groepering die in 2002 en 2003 onder de naam Leefbaar Nederland aan de Tweede Kamerverkiezingen heeft deelgenomen opnieuw deelneemt, terwijl het om twee verschillende groeperingen gaat.’
Marten Fortuyn, de broer van de vermoorde Pim, maakte in 2006 bezwaar toen de politieke erfgenamen van de ter ziele gegane LPF een doorstart wilden maken onder de partijnaam ‘Fortuyn’. Fortuyn voerde bij de Raad van State aan dat hij het merkrecht op zijn familienaam bij het Benelux-merkenbureau had gedeponeerd, maar ook hij ving bot in de rechtbank. Het gebruik van merknamen is op grond van de Kieswet namelijk geen reden voor afwijzing.
Zonder naamregistratie kunnen partijen nog wel meedoen aan de verkiezingen (mits ze een geldige kandidatenlijst inleveren), maar dan wijst de Kiesraad ze een ‘blanco lijst’ toe. De kandidaten van zo’n partij staan dan onder een anonieme ‘Lijst 21’ of ‘Lijst 34’ op het stembiljet.
De eerste vijftien plekken op het stembiljet zijn gereserveerd voor de partijen die twee jaar geleden de kiesdeler haalden en dus al in de Tweede Kamer zijn vertegenwoordigd. Lijstnummer 1 reserveert de Kiesraad altijd voor de grootste partij, in dit geval de PVV, lijstnummer 2 voor de op een na grootste, enzovoort.
Twee jaar geleden lieten zeventig partijen zich bij de Kiesraad registreren voor de Tweede Kamerverkiezingen. In 2021 waren dat er 89, een record. Dit jaar zijn het er dus veel minder. De komende maand zullen er nog veel partijen afvallen, want de eisen voor de kandidatenlijst zijn veel strenger dan die voor het registreren van een partijnaam.
Partijen die voor het eerst meedoen, of bij de vorige verkiezingen geen Kamerzetel hebben behaald, moeten een waarborgsom van 11.250 euro betalen. Daarnaast moeten ze voor elke kieskring waar ze op het stembiljet willen staan (Nederland telt 19 kieskringen) dertig steunverklaringen van kiezers uit die regio kunnen overleggen. Voor deelname in Bonaire, Saba en Sint Eustatius zijn nog tien extra steunverklaringen nodig.
Partijen moeten hun kandidatenlijsten, betalingsbewijs en steunverklaringen op 15 september bij de Kiesraad inleveren. Vier dagen later maakt het instituut dan bekend welke partijen definitief een plekje krijgen op het stembiljet.
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant